Cyberalchemie: onze cryptografische toekomst volgens Bart Jacobs
🖋 Dirk Vis


‘Privacy is the power to selectively reveal oneself to the world’, staat in het Cypherpunk Manifesto. Maar hoe krijgen we deze macht terug, nu ons internet vanuit een paar Amerikaanse hoofdkantoren bestierd wordt? Cybersecurity-pionier Bart Jacobs is één van de initiatiefnemers achter de app IRMA, een digitaal paspoort dat individuen de zeggenschap over hun eigen data terug moet geven. Schrijver en kunstenaar Dirk Vis gaat met hem in gesprek en verkent de cryptografische bezweringen die ten grondslag liggen aan authenticatie.


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *


Essay uit dNBg 2019#3

Op een enkele eenentwintigste-eeuwse dag voert ieder van ons bewust of onbewust, handmatig of automatisch, talloze wachtwoorden en codes in. Als je al je wachtwoorden de naam van een godheid zou geven, dan zou je die god vaak genoeg aanroepen om streng religieus genoemd te kunnen worden. Webwinkels, e-mailproviders, wifinetwerken, telefoons, clubs, treinstations, grenswachten, bibliotheken, sociale netwerken en nog veel meer instanties vragen voordat je toegang kunt krijgen allemaal om codes ter authenticatie en in steeds meer gevallen gebeurt dat elektronisch. Het sleutelwoord is toegang.

Ik schreef aan dit stuk op verschillende momenten en plekken, e-mailde tussendoor ideeën naar mezelf en anderen, werkte de tekst uit op een tablet verbonden aan diverse netwerken en sloeg tussenversies automatisch op in de cloud. Deze zinnen zijn voordat ze door u gelezen konden worden eindeloos vaak opgeknipt, samengevoegd, verzonden, ontvangen, versleuteld, ontcijferd, afgebeeld, gescand en opgeslagen. De woorden zijn door ontraceerbaar veel routers, wifinetwerken, satellieten en switches heen en weer gestuurd. Meer machines lezen deze tekst dan mensen. In ieder geval Apple, Google en Dropbox hebben deze zinnen gescand. Zoals zovelen heb ik een ambigue houding ten opzichte van de gratis diensten van die grote bedrijven uit Amerika. Die zwarte gaten van cyberspace slurpen de meeste data op en kopen kleine bedrijven op die innoveren. Hun verdienmodel is gebaseerd op privacyschending.

De problemen zijn bekend en vloeien door naar vele sectoren. Waarom draagt bijvoorbeeld de handigste en goedkoopste taxirit naar Schiphol via een app bij aan de rijkdom en macht van Amerikaanse aandeelhouders terwijl Nederlandse zzp’ers er onder vaak slechter wordende arbeidsomstandigheden hard voor werken? Wat heeft het voor zin je eigen school te besturen en kritische geesten op te willen leiden als je daarbij grotendeels afhankelijk bent van Google of Microsoft? Waarom genoegen nemen met voorgecureerde varianten van het internet die Instagram en Twitter voor je bepalen?

Elektronische authenticatie gebeurt als het aan de Zwarte Gaten ligt steeds met een enkele identifier, een enkel digitaal paspoort, want daarmee kunnen die processen eenvoudig worden beheerd. Online authenticatie – ‘Log in met Facebook’ – lijkt gratis, maar het bedrijf vraagt er via de omweg van reclame geld voor en bewaart alle gegevens om die aan adverteerders door te verkopen. Iemands volledige identiteit kennen geeft macht over die persoon. Identificatieprocessen hebben iets onwerkelijks: een schijnbaar waardeloos stukje papier of code maakt het verschil tussen toegang en buitensluiting, tussen iemand zijn en niemand zijn.

In China is er al een enkele, elektronische identifier. Daar niet vanuit commerciële, maar vanuit propagandistische beweegredenen. Het Chinese elektronische ecosysteem is gecontroleerd door de staat en uitgevoerd door een paar grote bedrijven – Baidu, Alibaba, Tencent – die betaling, communicatie en identificatie beheren. Strafpunten en boetes voor kleine vergrijpen – door rood lopen – die automatisch gesurveilleerd worden, kunnen via gezichtsherkenning ook automatisch toegekend worden. Pluspunten kun je ook verdienen. De nieuwe app Study the Great Nation is in China het allermeest gedownload, doordat het een min of meer verplicht propaganda- en (zelf)indoctrinatievehikel is, waarbij – anders dan bij Mao’s Rode Boekje – eenvoudig gecontroleerd wordt hoe vaak en hoelang iemand daadwerkelijk de Great Nation en haar Grote Leider bestudeert.

Het elektronische ecosysteem van de VS wordt niet gecontroleerd door de staat, maar verzameling van data is ook daar gecentraliseerd en burgers hebben weinig controle. Surveillance, communistisch of kapitalistisch, is in beide gevallen het gevolg. Wat sinds een tijdje ‘surveillancekapitalisme’ wordt genoemd, jaagt op de geest, automatiseert de aandacht. [1] Ieder van ons wordt online zodanig als individu aangesproken – ‘Wat ben je aan het doen, Dirk?’ – dat wordt verhuld dat we onderdeel zijn geworden van nieuwe collectieven. Ieder hyperindividu vergeet zo aandacht en zorg te hebben voor het grotere geheel. Online aanwezig zijn is lopendebandwerk geworden voor de ziel. [2]

Privacy by Design
Dat het ook anders kan toont Bart Jacobs, professor Software Security & Correctness (Radboud Universiteit Nijmegen). Jacobs weet wel iets van toegang. Hij geeft lezingen op het Royal Institute for Science in Londen en werkte eerder aan quantumcomputers. Als ik hem spreek is hij net geraadpleegd door een minister, waarover wil hij niet zeggen. Het is veelzeggend dat iemand die voor cybersecurity heeft doorgeleerd en daadwerkelijk gevoelige overheidsinformatie te lezen krijgt, informatie krijgt toegestuurd in een auto met geblindeerde ramen met daarin een draagbare kluis. Jacobs is voorzitter van de stichting Privacy by Design. Die stichting heeft de app IRMA gemaakt en won daarmee onder andere de Brouwer Prijs voor Wetenschap en Samenleving (ter waarde van € 100.000). De prijs wordt jaarlijks na een competitie uitgereikt door de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen aan het initiatief dat samenhang en onderling vertrouwen in de samenleving het sterkst bevordert. Cruciaal is daarbij dat het bekroonde initiatief juist met het prijzengeld een wetenschappelijk onderbouwde schaalsprong kan maken, zodat de maatschappelijke impact exponentieel toeneemt.

‘Het is vrij eenvoudig,’ zegt Jacobs, ‘authenticatie-eisen en informatiestromen reflecteren de machtsverhoudingen in een samenleving. Technologie die gecreëerd is vanuit een centrale macht, houdt die macht ook centraal en meestal scheef. Gedecentraliseerd opgezette technologie daarentegen verdeelt de macht.’

Jacobs heeft met Privacy by Design een app gemaakt die de gebruiker in staat stelt om een soort persoonlijk paspoort samen te stellen. De app wordt met persoonsgegevens gevuld in samenwerking met bedrijven en overheden. De app is open source en belooft de burger op transparante wijze het beheer terug te geven over de eigen gegevens. De onderliggende cryptologie stamt van twee decennia geleden en is ontwikkeld door IBM, gebaseerd op het zogenaamde ‘zero knowledge’-principe. De ene partij kan daarmee aan de andere partij bewijzen dat het iets weet, zonder daarbij ook daadwerkelijk prijs te hoeven geven wat het weet. Verificatie komt tot stand door interactie tussen degene die de informatie heeft uitgegeven (bijvoorbeeld de gemeente), de gebruiker (burger) en degene die toegang wil tot de informatie (bijvoorbeeld een verhuurder). De uitgever garandeert de informatie door middel van een elektronische handtekening.

Wat er precies gebeurt is erg complex en doet me duizelen, hoe helder Jacobs het ook uitlegt. Maar cryptografie heeft de neiging om dat te doen. Op wie er niet voor heeft doorgeleerd werkt het onderwerp al gauw betoverend. En zelfs voor wie er dagelijks mee werkt kan het een extatisch fenomeen zijn. Code en betovering gaan al heel lang samen terug.

Versleuteling
Cryptografie is tegenwoordig overal. Het meeste misschien wel bij de banken, waar het wordt gebruikt om dagelijks miljarden elektronische transacties te beveiligen. Maar cryptografie is al zo oud als de menselijke wens om berichten geheim te houden en betalingen veilig.
Papiergeld is een vorm van cryptografie zonder sleutel. De fijne, grafische lijnen van briefgeld – visuele codes – zorgen ervoor dat het geld nauwelijks na te maken is. Het is een code die nooit ontcijferd kan worden en daar kracht uit haalt. Het proces waarbij schijnbaar waardeloos papier door ontwerp, beprinting en certificatie evenveel waarde en autoriteit krijgt als puur goud nam Marco Polo zevenhonderd jaar geleden mee terug uit het Oosten. Alchemie noemde hij het. De magische transformatie van symbolen in waarde.

Sindsdien is het basisprincipe van briefgeld niet gewijzigd. De meest betoverende briefjes moeten wel de laatste guldens van de hand van Jaap Drupsteen zijn. Zijn papiergeld moest voldoen aan de nieuwste, strengste beveiligingseisen. Dat was voor de ontwerper een uitdaging. Drupsteens uitgangspunt was de expressie van de technologie die nodig was bij de vervaardiging van de biljetten. [3] De uiteindelijke ontwerpen zijn ronduit trippy. Expressie en functie komen erin samen. Je hoeft niet te begrijpen wat er gebeurt, je ziet dat het werkt. Beveiliging wordt meteen ook een viering.

Codering speelt niet alleen een rol bij betaling, maar bij alles wat van belang is voor toegang, waardecreatie en identiteit. Toen de guldenbiljetten verdwenen ten faveure van de euro was het alsof we een deel van onze gedeelde identiteit verloren. [4]
Ook elektronische, computatieve vormen van cryptografie worden gevierd.

2021: cryptorave
‘Het is 2021 en de openbare cryptorave is werkelijkheid geworden. Cyphermonks en anarcho-libertaire trollen willen de stad met hun ethos infecteren, voordat die door start-ups en gentrificatie volledig saai wordt gemaakt. Zwarte en witte hackers, polytechnische monniken en cryptoravers worden losgelaten, er is verdachtmaking en revolutie in de lucht en ze willen het bloed van alle aanwezigen.’ [5]

In de rij voor de club toont mijn gezelschap mij het scherm van zijn telefoon. De hippe jongeman naast me draagt kleding waarvan ik niet zou weten waar je die koopt, geheel zwart, waardoor hij iets weg heeft van een levende schaduw. De tekst over de cryptorave die we zullen bezoeken staat op het scherm van mijn vriend tegen een achtergrond die zwart-wit en blokkerig is, waarbij de blokjes steeds groter en kleiner worden. Alsof ze ademen. Het ziet er uit als een QR-code, zo’n tweedimensionale barcode, maar dan eentje die leeft, die bubbelt, bruist en brandt. Een cryptorave is een viering van alles wat met crypto te maken heeft, een ceremonie waarbij de organisatoren – onder wie mijn vriend – zijn uitgegaan van een voor het publiek geheim gehouden oer-algoritme: een speculatief uitgangspunt over de toekomst, dat bij de organisatie bekend is en wordt geuit door de spelers, dansers, muzikanten en kunstenaars die de rave vormgeven, maar voor de reguliere bezoekers geheim blijft. Cryptoraves zijn een uitvloeisel van cypherpunk. ‘Privacy is the power to selectively reveal oneself to the world’, staat in het Cypherpunk Manifesto uit de jaren negentig, maar ook ‘cypherpunks write code’. Als je niet programmeert doe je niet mee.
‘Ticket mined’ staat er geschreven boven de brandende QR-code op de telefoon van mijn vriend. Alleen ingewijden beschikken over de hardware en de kennis om toegangskaarten te mijnen. Mijnen is een proces dat hoort bij blockchaintechnologie, ook gebaseerd op cryptografie. Het basiselement van blockchaintechnologie is simpelweg een lange lijst van alle transacties die hebben plaatsgevonden. Die lijst is voor iedereen zichtbaar en een kopie wordt op ieders computer gedecentraliseerd bewaard, maar omdat de gebruikers anoniem zijn, kan niemand zien wie precies die transacties deed. Om een nieuwe transactie aan de lijst toe te mogen voegen – bijvoorbeeld een nieuwe ticketregistratie, moet de desbetreffende computer een complex wiskundig probleem oplossen in ruil voor een beloning: mijnen. Alle andere computers die meedoen kunnen controleren of de oplossing klopt, waardoor de hele blockchain nauwelijks na te maken valt. Het is meer dan tien jaar geleden dat de blockchaintechnologie ontstond en het staat aan de basis van cryptocurrencies, alleen mijn je dan geen ticket, maar geld. Cryptocurrency belooft elektronisch geld te zijn met de privacy van cash. Het is gebaseerd op het elektronisch ondertekenen van transacties met een privésleutel. Een elektronische handtekening is een heel groot getal dat zegt, ‘deze tekst is ondertekend door iemand met precies die en die kenmerken’. De onderliggende aanname is dat het geautomatiseerd uitrekenen en testen, kortom het namaken van hele lange getallen, heel veel – te veel – tijd kost. Een proces waarbij schijnbaar waardeloze codes door ontwerp, certificatie en inbedding evenveel waarde en autoriteit krijgen als puur goud. De magische transformatie van symbolen in waarde. Cyberalchemie.

I Reveal My Attributes (IRMA)
Bart Jacobs is ook een cyberalchemist; hij weet hoe je van schijnbaar waardeloze codes waarde maakt. Waarom betalen we nog niet allang allemaal met een cryptobetaalmiddel? Volgens Jacobs hebben de anarchistische en libertaire wortels van de bitcoiners, cypherpunks en crypto-anarchisten ervoor gezorgd dat ze te veel los hebben gelaten.

‘Voor identificatiedoeleinden is blockchaintechnologie ook niet geschikt, simpelweg omdat alle interacties voortdurend worden opgeslagen en dus toch privacygevoelig zijn.’

Privacy by Design, de stichting achter IRMA, ziet zelf niet wat er in de app staat. Maar de stichting houdt wel overzicht over wie er attributen mogen uitgeven. Een attribuut is een specifiek persoonskenmerk. De hoeveelheid attributen die één persoon kan hebben is eindeloos. Met IRMA kun je zelf aangeven wat je wel en niet prijs wilt geven. IRMA staat voor I Reveal My Attributes. Je stelt er je eigen paspoort mee samen. De overheid zegt: identiteit bepalen wij. En dat klopt voor wat Jacobs de ‘bronidentiteit’ noemt. Maar de rest bepaal je zelf. We hebben allemaal talloze online pseudoniemen, dubbelgangers, maskers en deelidentiteiten, met allemaal verschillende attributen, maar op dit moment worden die grotendeels buiten jezelf bij verschillende bedrijven beheerd. Je identiteit is gefragmenteerd en relationeel.

‘Privacy,’ zegt Jacobs, ‘is in essentie het in context houden van je gegevens.’

Met IRMA kan elke organisatie aanvragen om attributen te lezen vanaf de telefoon van een gebruiker zonder te hoeven betalen. Om die attributen te tonen, scan je een QR-code op een website met de telefoon, en geef je in de IRMA-app toestemming met een pincode om de gevraagde attributen te onthullen. Je attributen staan op je eigen telefoon en nergens anders. Het heeft de potentie een elektronisch instituut te worden dat niet luistert naar de beat van de surveillancekapitalisten of potentieel totalitaire overheden.

‘Terwijl digitalisering vaak wordt gezien als een extra risicofactor voor de privacybescherming,’ schrijft Jacobs in zijn pamflet, ‘wordt zij hier juist als oplossing ingezet.’ [6]

Zo kun je bijvoorbeeld met je telefoon aantonen dat je boven de achttien bent zonder daadwerkelijk je leeftijd prijs te geven. Tot voor kort moest je om je te identificeren nog altijd een papieren paspoort laten zien, vanaf nu kan dat in principe elektronisch. Ook elektronisch ondertekenen kan. Dat gebeurt nu nog nauwelijks.

‘Bij de Belastingdienst kun je wel veilig inloggen, maar als je dan een formulier moet ondertekenen, laten ze je gewoon nog een keer inloggen. Het verschil tussen authenticatie en ondertekening wordt digitaal nog niet gemaakt.’

We leven nog altijd in elektronisch primitieve tijden. Elektronische handtekeningen kunnen het vertrouwen in transacties sterk vergroten. Betalen met een elektronische handtekening behoort ook tot de toekomstige mogelijkheden. Context collapse – wanneer een bericht terechtkomt in een totaal andere context, bijvoorbeeld een uitgaansfoto die opduikt bij een sollicitatie – kan zo tegen worden gegaan. Ook schimmige berichten – phishing en nepnieuws – kunnen sneller en betrouwbaarder op echtheid worden gecontroleerd. Een veilige, privacybewarende identiteitsstructuur voor het internet is mogelijk. Niet langer hoeft iedere sociale interactie gedreven te zijn door een achterliggende, duistere kracht die alle data wil beheren, zo veel mogelijk reclames verkopen en kliks genereren, ongeacht de consequenties. Niet langer bepalen de Zwarte Gaten van cyberspace onze identiteit, maar kunnen we dat zelf gaan doen. Volgens Jacobs zouden de strenge waarden van de Europeanen omtrent privacy en rechten gereflecteerd moeten zijn in de gebruikte technologie en infrastructuur. Op attributen gebaseerde authenticatie levert de flexibiliteit om te navigeren tussen de gevaren van universele, totalitaire identificatie van de grote bedrijven en overheden enerzijds en de volledige anonimiteit en anarchie van de cypherpunks anderzijds. En daarom won Privacy by Design die prijs.

‘De prijs is natuurlijk geweldig,’ zegt Jacobs, ‘maar het gaat er vooral om dat het collectief wordt ontwikkeld. Rond IRMA groeit nu een gemeenschap, juist vanwege het non-profit, niet-monopoliserende, open karakter van de technologie.’

Een veertigtal gemeenten in Nederland ondersteunt IRMA al vanuit de Basisregistratie Personen. Grote verzekeraars doen ook mee en ontsluiten zo mogelijk binnenkort een miljoenenpubliek. Volgens Jacobs is het mogelijk om meer mensen actief te betrekken bij problematiek die velen wel aangaat, maar waarvan bijna niemand nog weet wat eraan is te doen. Wat er volgens hem voor nodig is, is bevlogenheid. Ik zie het hem doen: verzekeraars, overheden en webwinkels doen mee. Maar zal de generatie die gemak en service gewend is haar eigen systemen willen oprichten en beheren? Gaat de Swapfietskudde er wel aan? Identiteitsmanagement vergt aandacht, zorg en de wens tot zelfbeschikking. Daar komt bij dat de geïmplementeerde technieken lijden aan onleesbaarheid. De functionaliteit is toegankelijk voor niet-ingewijden, maar de noodzaak en de motivering niet en als die uitgelegd worden, duikt vaak een zekere tech speak op die voor de gemiddelde gebruiker ogenblikkelijk abracadabra is.

We zijn eraan gewend geraakt dat communicatie tussen machines onzichtbaar blijft. Ons worden naadloze, schijnbaar magische apparaten en systemen verkocht. Wat daarmee onbelicht blijft, is dat die machinetaal wel degelijk leesbaar is voor degenen die de machines bezitten en produceren. Code is voor iedereen die niet programmeert een verwarrend woord, omdat het meerdere dingen kan betekenen. Code is waarmee een bericht wordt versleuteld, kan slaan op de sleutel zelf (pincode), en is ook de taal waarmee software wordt geschreven. Cryptografisch versleutelde berichten zijn voor velen even onleesbaar als de programmeertalen waarmee ze worden versleuteld zelf, even onleesbaar als een buitenaards schrift. Daar komt nog bij dat sommige algoritmische processen, waarbij laag op laag op laag is geprogrammeerd, voor niemand meer precies te ontleden zijn, zelfs niet voor degenen die de codes wel lezen.

Cryptografie is op complexe manieren verweven met waardecreatie en identiteit. De cryptografische technologie onder de oppervlakte van de beveiliging van apps voor identificatie en betaling zou tot uitdrukking kunnen worden gebracht in de esthetiek van zowel interactie als beeld. Drupsteen on acid. Apps zijn dan moeilijker na te maken en de expressie van de beveiligingseisen en -technieken kan ook niet-ingewijden deelgenoot maken van processen waar zij effectief geen weet van hebben.

Oproepen
Waar je je aandacht op richt komt in beweging. Als het overheersende economische model jaagt op onze aandacht, dan ligt in aandacht ook de sleutel tot verandering van het model. De aandacht die je richt op de Zwarte Gaten ben je kwijt. Er is hun alles aan gelegen je te doen vergeten dat de machinerieën waarmee we werken verlengstukken zijn van onze lichamen en geesten. Want, als ik ‘op mijn telefoon zit’, waar precies tussen mij en dat scherm houdt dat ding op en begin ik?
Ondertussen richten steeds meer Nederlanders zich, om aan het einde van een lange week hun aandacht terug te krijgen, op varianten van oeroude oosterse meditatietechnieken als zen, mindfulness en yoga. Soms strict offline, maar net zo vaak met gebruik van YouTube of meditatie-apps in nieuwe vormen van digitale zen, elektronische mindfulness of cybertao. Elders op de wereld wordt al lang met meer aandacht gekeken naar elektronische zaken. In een land als Japan, waar service en attentie ongekend belangrijk zijn, is automatisering ver doorgedrongen en tegelijkertijd houdt men stevig vast aan papieren manieren van authenticatie en betaling. Er staat in veel grote winkels, banken en tempels iemand bij de deur die alle binnenkomers begroet met een buiging. Bij sommige banken heeft inmiddels een robot die taak overgenomen. Het bijzondere is dat die machinale robotbegroeting even hartelijk en oprecht overkomt als die door de menselijke begroeters, niet omdat die computer kan voelen, maar doordat de robot met zorg is gemaakt, neergezet en onderhouden door de mensen van de bank. Kunstmatige intelligentie en robots, zaken waar bij ons vaak angst mee wordt aangejaagd, komen in Japan dan ook totaal niet als bedreigend over. Bij iedere geautomatiseerde betaling en bij iedere elektronische authenticatie laten de apparaten van zich horen, drukken ze zich uit in stem, beeld en handeling. Mens en machine kennen elkaar en lopen in elkaar over. De mensen weten dat ze zelf ook robots zijn.

Het is meer dan twintig jaar geleden dat professoren en IT-professionals zichzelf cyborg begonnen te noemen. Zij zagen en zien het lichaam als een high performance machine. En omgekeerd: machines zijn zoals alle materie op de een of andere manier ook zetels van vormen van bewustzijn en er is geen duidelijk aan te wijzen scheidslijn tussen het een en het ander. Het is slechts de nieuwste aanvulling op het oude idee dat de wereld bezield is, onvoorspelbaar, met een onkenbare kracht in alle dingen, bomen, stenen, zodat iedere gebeurtenis geïnterpreteerd kan worden als de uitdrukking van een occulte macht die niet kan worden ontcijferd.

Samenwerkende programmeurs, vormgevers en kunstenaars kijken in veel gevallen al met andere ogen naar de elektronische apparaten en cryptografische processen in hun midden. Veel projecten traceren de materialen en grondstoffen waaruit onze apparaten zijn samengesteld. De handelsroutes, productieprocessen en grondstoffenlijsten die worden blootgelegd tonen hoe ons gebruik van die apparaten daarvan niet los gezien kan worden.

Bekende en onbekende kunstenaars werken inmiddels met neurale netwerken, zelflerende algoritmen en cryptotechnieken en wekken daar beelden, ecosystemen en vormen mee op die niet langer alleen natuur of cultuur zijn, maar overkomen als levend, bijna buitenaards en toch door mensen gemaakt. Een kunstcollectief maakte bijvoorbeeld een verbinding tussen een bos en een elektronisch blockchainproces, waardoor het bos, nu officieel eigenaar van zichzelf, door middel van geautomatiseerde cryptotechnologie kapitaal vergaart en groeit. [7]] De laatste grote werken van Pierre Huyghe zijn misschien wel de beroemdste voorbeelden. Zijn UUmwelt, in de Serpentine Gallery in Londen, bestaat uit een serie tentoongestelde, manshoge animaties. Het zijn bewegende beelden gebaseerd op de algoritmisch verwerkte aanwezigheid van bezoekers plus de input van hersenscans van mensen die eerder specifieke beelden bekeken. De wezentjes op het scherm zijn totaal vreemd. Voor een moment staar je in een half-synthetisch, half-levend, haast buitenaards sublieme. Dit soort werken dient in het echt te worden beleefd en heeft een nieuw, elektronisch, hybride aura dat waarde geeft aan elektronische, algoritmische processen.

Het lijkt er soms op dat we bij de inrichting van onze elektronische structuren nog vasthouden aan reductionerende, pseudo-objectieve rationaliteit, maar daartegenover staan steeds meer opnieuw opkomende, andere perspectieven, waarin de mens een collectief wezen is te midden van een eindeloos complexe, mysterieuze wereld.

‘In wat voor informatiesamenleving willen we leven’, vraagt Jacobs in zijn pamflet. Cryptografie heeft iets met oproepende taal. De cypherpunks schreven graag manifesten net als de cyborgwetenschappers. Want alle taal is programmeertaal. Manifestaties zijn nodig. Incantaties. Er moet gedrag worden geprogrammeerd.

Het gedecentraliseerde en oncommerciële IRMA is een belangrijke stap. Collega’s die gezamenlijk een eigen cloudservice beginnen ook. Door een breed publiek erbij te betrekken worden nieuwe politieke verhoudingen mogelijk. In een sterke eenentwintigste-eeuwse democratie zijn de middelen die aandacht en geest beheren in handen van de gebruikers zelf. Ieder van ons is een geheel van sociale relaties. Het is te hopen dat het lukt om onze eigen connecties te smeden en te beheren. We kunnen niet langer doen alsof de apparaten waar we de hele dag aan vast lijken te zitten daar niet voor nodig zijn. Wie er nu ook precies wie mee controleren, en vanachter alle complex gecodeerde configuraties, die kleine machines spreken voortdurend tot ons vanuit diep uit de grond gedolven metalen.


Noten
 [1] Vrij vertaald van Evgeny Morozov in ‘Capitalism’s New Clothes’, The Baffler, 4 februari 2019.

 [2] Ik zou willen dat ik deze prachtige conclusie zelf had bedacht, maar hij is weer van Morozov.

 [3] ‘De tien is mijn mooiste’, Joris van Casteren, De Groene Amsterdammer, 8 december 2001.

 [4] Drupsteen in hetzelfde artikel, zie noot hierboven.

 [5] Tekst gevonden op een anonieme darkwebpagina en automatisch vertaald. Auteur onbekend.

 [6] ‘IRMA Manifest: Digitale identiteiten voor digitale zekerheden. Een oproep om die zekerheden samen te organiseren’, https://privacybydesign.foundation/pdf/IRMA-manifest-2019.pdf.

 [7] Terra0, ‘Can an augmented forest own and utilise itself?’, 2016.