Unbecoming: Michelle Obama’s breuk met perfectie
🖋 Munganyende Hélène Christelle


Inmiddels zijn de voorverkiezingen voor het Amerikaanse presidentschap vergevorderd. Even leek het anders, maar Michelle Obama maakte voor het verschijnen van haar memoires al heel duidelijk dat ze geen gooi naar het ambt zou doen. Dat doet volgens Munganyende Hélène Christelle niet af aan de betekenis van haar nalatenschap, met name voor vrouwen van kleur.


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *


Als je op mijn Facebook wat schermafbeeldingen terugscrollt, stuit je op een zwart-witfoto van een jonge Barack Obama in pantalon en poloshirt. De foto is genomen in Kenia, het geboorteland van Obama’s vader. Links en rechts van Barack staan zijn Keniaanse familieleden, mogelijk neven en een tante. Ik plaatste de foto – gevonden ergens op het internet – online in juli 2015, halverwege zijn tweede ambtstermijn en gedurende mijn pubertijd. Dat was voor mij een vanzelfsprekendheid: al mijn zwarte Facebookvrienden hadden de jaren daarvoor al werk gemaakt van verschillende inspirerende foto’s van Obama op hun tijdlijn. Op de avond van zijn eerste verkiezing had ik samen met mijn vader aan de buis gekluisterd gezeten, terwijl we koortsachtig de voor ons onbekende namen van blauwkleurende staten die hij zeker nog binnen moest halen in onze hoofden bleven herhalen. De hele avond was het mij gelukt om mijn tranen in bedwang te houden. Tot de camera zich op een snotterende Oprah Winfrey richtte, die vol ongeloof over de uitslag met haar handen voor haar mond stond. De camera draaide weg en de commentator kondigde aan wat we al wisten. Achter Barack Obama zagen we een andere zwarte vrouw het beeld zwaaiend binnenwandelen: Michelle LaVaughn Robinson Obama. Bij haar geen tranen, maar een brede, beheerste glimlach. Ze boog over het podium, kuste de net verkozen eerste zwarte president van de Verenigde Staten plichtmatig gedag, en liep met hun twee kinderen het podium weer af. Ik veegde met de rug van mijn hand de tranen van mijn gezicht en wist dat er zojuist geschiedenis was geschreven. Ik vroeg me toen al af ten koste van wie.

Michelle Obama, Becoming (Crown 2018), 400 blz.

‘Ik was innig verliefd op een man waarvan ik wist dat zijn ambitie en intellect mogelijk de mijne levend zouden verslinden,’ schrijft Michelle in haar boek Becoming. Wat haar nog meer dreigde te verslinden was het politieke wereldtoneel dat ze betrad. Maar ze was erop voorbereid. Hoe kan het ook anders, als je vanaf jonge leeftijd zelfbewust als zwarte vrouw, onderdeel van een gemarginaliseerde gemeenschap, je door de wereld leert te bewegen. Met dezelfde vastberaden zelfbeheersing als toen, in november 2008, zagen we haar afgelopen april tijdens de afronding van haar tour het podium van de Amsterdamse Ziggo Dome opkomen. De minuten daarvoren sprong vooral het aantal jonge zwarte meiden en vrouwen van kleur die op het evenement af waren gekomen, in het oog. Met een grijns van oor tot oor en een zenuwachtige versnelling in de pas liepen zij naar de rij aan de ingang: de magie van representatie. Bij aanvang van het gesprek benadrukte Michelle Obama’s gesprekspartner journaliste Isha Sesay het nog eens: Becoming zou misschien wel een van de bestverkochte memoires in de geschiedenis kunnen worden. Dat een behoefte aan representatie daaraan ten grondslag ligt, was goed hoorbaar in de kreten die uit het publiek klonken toen drie vrouwelijke rolmodellen van kleur van Nederlandse bodem voor aanvang van de show het woord namen.

Als eerste zwarte First Lady van de Verenigde Staten had Michelle de dunne lijn tussen teveel ambitie en het beeld van zwarte middelmatigheid moeten bewandelen. Ze was niet van plan een accessoire te worden van de carrière van haar man, maar ook verstandig genoeg om te weten dat andere spelers op het wereldtoneel zich bedreigd zouden voelen door een zwarte First Lady met kroeshaar en presidentiële ambities. Met haar altijd beheerste glimlach legde ze iedere speculatie over een gooi naar het presidentschap meteen te ruste, en haar sluike lokken bleven beide termijnen steil langs haar gezicht wapperen.

Dat alles vond ik lastig te verkroppen. Als tiener en jongvolwassene vroeg ik mij steeds vaker af hoe Amerika en de rest van de wereld eruit zou hebben gezien met een zwarte vrouw aan het roer, of het bestaan van de titel ‘First Lady’ op zich niet problematisch was, en of, minstens zo belangrijk, Michelle’s haar er onder die sluike extensions net zo uitzag als het mijne. ‘Michelle moet ons allemaal uit onze spanning helpen en gewoon toegeven dat ze gaat runnen’, schreef ik als koppige student bijna acht jaar later op Facebook. Het was een uithaal naar Hillary Clintons kandidatuur; de realitysoapzakenman die aan de kant van de Republikeinen een gooi naar het presidentschap deed nam ik toen nog geen seconde serieus. Mijn speculaties over een Michelle 2020-scenario werden in Becoming nogmaals de kop ingedrukt. ‘Ik ben nooit fan geweest van politiek,’ schrijft Michelle, ‘en de ervaring van de afgelopen 10 jaar heeft weinig gedaan om dat te veranderen.’

Thuiskomen
Toen Becoming vorig jaar verscheen stroomde mijn socialmediatijdlijn weer vol met Obamafoto’s. Reden van de ophef: LINDA.meiden had een wedstrijd gelanceerd waarbij één gelukkige jonge vrouw een ontmoeting in Parijs met Michelle Obama kon verdienen. De vrouw met het meest inspirerende verhaal onder haar Instafoto zou uiteindelijk winnen. Ik betrapte mezelf op een lichte teleurstelling toen ik er een aantal dagen na de deadline achter kwam dat het geen zwarte vrouw was die mee mocht naar Parijs. Het deed me denken aan een vraag die ik datzelfde jaar kreeg in een panel over zwarte literatuur. ‘Voor wie schrijf jij eigenlijk?,’ klonk de ietwat verwijtende vraag uit het publiek nadat ik uitspraken had gedaan over het witte lezerspubliek waar je als zwarte (roman)schrijver rekening mee moet houden. ‘Mijn wens is om te schrijven voor een zo groot mogelijk lezerspubliek,’ gaf ik toe. ‘Ik wil dat mijn werk gewaardeerd wordt door zoveel mogelijk ogen. Maar resoneren wil ik bij het jonge zwarte meisje dat zich niet gezien voelt. Bij de mensen in wiens schoenen ik heb gestaan.’

Er ging een schok van ongeloof door mijn lijf toen ik als derdeklasser op de middelbare school toekeek hoe de eerste zwarte president van de Verenigde Staten verkozen werd. Dat moment diende voor mij en vele anderen jarenlang als een voorbeeld van maakbaarheid en was de motor achter mijn eigen ambities. Maar dat hardnekkige geloof in sociale mobiliteit kent duistere kanten, zo stelt ook Michelle. ‘Ik werd geboren met een natuurlijke vlam binnen in mij,’ schrijft zij, verwijzend naar haar eigen prestatiedrang die veel migrantenkinderen zullen herkennen. ‘Mijn ouders en ik hebben hard moeten werken om het vuur dat in mijn buik huisde aangewakkerd te houden, zodat de buitenwereld betreden mij niet fataal zou worden.’ De woorden doen me denken aan mijn vader, die Obama’s campagne tussen 2007 en 2008 op de voet had gevolgd. Omdat ik de leeftijd had bereikt waarop hij zijn liefde voor politiek met mij kon delen, bracht hij mij als ik uit school kwam altijd op de hoogte van de laatste nieuwtjes. Voor de finaleronde had hij met een twinkeling in zijn ogen en met een druk op de blauwe knop van een .org-website geld gedoneerd. Als je uit een gezin komt waarvan het toekomstperspectief abrupt onderbroken is door een vluchtverhaal, is hoop geen emotie die je op dagelijkse basis ervaart. Dat halfjaar begon het beeld van mijn vader voor mij symbool te staan voor een verlangen naar thuiskomen, niet op een geografische plek, maar in dat soort momenten van hoop.

Ik wist toen nog niet dat mijn idolatrie voor Barack Obama gedurende het decennium daarna sterk zou afnemen, en de glans van de Obamasymboliek uiteindelijk zou doven. Acht jaar van een bijna niet vol te houden centrisme in eigen land en neo-imperialisme in het buitenland tekenden zich af op de gezichten van het Obamakoppel. In Michelle’s memoires lezen we dat zij daarvoor het meest heeft moeten inleveren. Niet dat ze dat letterlijk zo opschrijft: veel verder dan een rommelend huwelijk en een worsteling met een miskraam mogen we niet in de keuken van hun huwelijk kijken. Toch vindt Michelle een microrevolutie in haar centrisme: hoe veilig de weg die ze tijdens haar ambtstermijn als First Lady bewandelt ook is, onvruchtbaarheid blijft voor vrouwen, zeker voor hen die niet in haar financiële positie verkeren, een groot taboe. Tijdens een interview met de voormalig CNN-nieuwslezer Sesay geeft Michelle toe: ‘Op een gegeven moment heb je alle mogelijk haalbare hokjes aangevinkt, maar blijf je toch met een leegte achter. Dan klopt er iets niet.’

Zowel het boek Becoming als de bijbehorende promotietour stond bol van de symboliek. Het symbool dat ze samen met haar man vormde was gebonden aan een nauwgezet script van zwarte excellentie en witte compromisvorming. Dat zegt iets over het gevaar van een te grote hang naar symbolisme. Door idolatrie verliest het symbool zijn oorspronkelijke betekenis; iedereen wil zich in hetzelfde kunnen herkennen en zich erdoor laten inspireren. Zo gaan prijsvragen voor een ontmoeting met Michelle meer over haar sterrenstatus dan over de representatie en inspiratie die ze vormt voor vrouwen die op haar lijken. Herkenning in haar verhaal wordt niemand ontzegd, sterker nog, Michelle nodigt zelf uit tot die universalisering. Maar resoneren zal Michelle, zowel met haar memoires als met haar nalatenschap in de jaren hierna, vooral bij degenen die zich in haar evenbeeld kunnen vinden. Dat benadrukt zij ook tussen de regels door, ondanks haar centrisme. Haar verhaal resoneert met het thuiskomen in de gedeelde pijn van zwart en vrouw zijn in het Westen en doet denken aan een uitspraak van James Baldwin: ‘Thuis ontstaat pas op het moment dat we een plaats verlaten, en thuis is een moment waar we nooit meer naar terug zullen keren.’ Thuiskomen kunnen we slechts in onze verbeelding, in onze zoetste herinneringen aan vroeger. Het verleden van een gepolijste en beheerste Michelle naast het opzwepende ‘Yes we can’ van haar Barack. Het vroegere Chicago uit Michelle’s jeugdherinneringen. Thuiskomen gaat over het thuisland uit de vroege herinneringen van mijn vader. En over die avond in 2008, toen mijn vroegere zelf begon te denken over een Michelle die ik dacht ooit te willen worden.