De kille bevrijding
๐Ÿ–‹ Nora van Arkel


Wat gebeurt er als je naar kunst kijkt? Als een schilderij je van je stuk brengt, of een theaterstuk je een gevoel van vervreemding geeft? Nora van Arkel schrijft over de werken die haar kijk op kunst vormden en haar verlangen naar absurde vrijheid aanwakkerden. Dit stuk stond op de longlist van de Joost Zwagerman Essayprijs 2019, een prijs bedoeld om nieuw essayerend talent voor het voetlicht te brengen.


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *


Essay uit dNBg 2020#1

 

2011
Misschien was het de griep de me toentertijd velde, misschien was het vermoeidheid, maar nooit eerder en nooit later ben ik echt geschrokken van een schilderij, laat staan een schilderij met daarop alleen een vierkant. Het zwart leek me iets aan te willen doen โ€“ van zijn plaats te willen komen om zijn aanschouwers op te slokken, de diepte in.

Het was de eerste keer dat ik een tentoonstelling bezocht met alleen moderne kunst, en het was alsof er een poort naar een andere wereld was geopend. Alle ingrediรซnten die een goede actiefilm zou moeten hebben waren aanwezig. De lijnen die alle kanten op vlogen, de vlakken die zinderden op de doeken: ze vertelden van spanning, angst, gevaar, exhilaration, geluk, eenzaamheid, afzondering en op hun eigen, verknipte manier, ook liefde.

In een van de kleinste zaaltjes hing maar รฉรฉn schilderij en op het moment dat ik binnenstapte voelde ik een overweldigende terror over me komen. Schrik, angst, hoe je het ook wil noemen: mijn hart zat in mijn keel en ik kon niet anders doen dan stilstaan en staren. Het was het soort realisatiemoment waarbij de haren rechtop op je armen en benen gaan staan: ik leef, ik voel angst, ik besta en het doet ertoe.

Is dit een normale reactie op een kunstwerk? Ik ken alleen verhalen van mensen die zo overdonderd zijn door de schoonheid van een schilderij dat het ze als aan de grond genageld doet turen naar het vakmanschap.

Dit was anders. Wat Malevitsj met zijn bedrieglijk simpele zwarte vierkant bij mij voor elkaar kreeg was veel duisterder. Was mijn reactie een trigger van de โ€˜fight, flight, or freeze-reactieโ€™? Een ogenschijnlijke โ€˜dreigingโ€™ in de vorm van een zwart vlak? Ik wist natuurlijk dat het schilderij me niets aan kon doen, maar toch voelde ik de drang om me tegen de muur aan te drukken, alsof dat zinderende zwart mij van de andere kant van de kamer op zou kunnen slokken.

Ook volgens Tatjana Tolstaja raakt Malevitsj met zijn zwarte vierkant iets diepers, iets wat kunstenaars als Tolstoj uiteindelijk tot wanhoop dreef en het kunstenaarschap op deed geven. Malevitsj had in zijn werk alles gereduceerd tot โ€˜the zero of formโ€™, en deze โ€˜simpele ontdekking is een van de meest angstaanjagende gebeurtenissen in de hele geschiedenis van het bestaan van kunstโ€™, aldus Tolstaja. Misschien was het dus toch niet zo vreemd dat er iets in mij terugschrok op het moment dat dit zwarte vlak voor mij opdoemde, omgeven door wit. Misschien toont het een angst van zowel de aanschouwer als de kunstenaar zelf: dat het uiteindelijk niets betekent. Dat het uiteindelijk allemaal gereduceerd kan worden tot niets en dat er niets is wat je hieraan kan doen.

Toch hield ik een levendig gevoel over aan deze schrik: het deed er misschien allemaal niet toe, maar die realisatie bezorgde me tegelijk een moment van vrijheid. Als niets ertoe doet, dan is er opeens ruimte om alles te doen. Alles is mogelijk, want het maakt toch niet uit.

We kunnen onszelf eindeloos wijsmaken dat wat wij doen van belang is, dat het impact heeft, dat we goed doen, maar is het ooit echt waar? Is dat meetbaar? Ik geloof niet dat hier een antwoord op is, maar de vraag stellen is al angstaanjagend genoeg. Malevitsjโ€™ schilderij stelt de vraag, luid en duidelijk. Die middag bevroor dit mij en maakte het me bang, bang dat het leven geen zin heeft. Het bracht me dichter bij de zinloosheid en het onvermijdelijke einde dat ons te wachten staat dan ooit. โ€˜The zero of formโ€™ toont ons de kloof tussen alles waar we waarde aan hechten, maar tegelijkertijd is het voor sommige mensen gewoon een vierkant.

2009
Toen ik Waiting for Godot van Samuel Beckett voor het eerst las, in de bovenbouw van de middelbare school, was ik dagenlang onder de indruk. In de pauzes staarde ik voor me uit, terwijl de schimmen van mijn klasgenoten mijn blikveld soms verduisterden. Ik kon mezelf niet motiveren om op ze te focussen, te zien wie het waren die voor me langs liepen, want het had toch geen zin. Verspreid over twee lessen lazen we de tekst van Waiting for Godot mee met een gefilmde opvoering van het stuk, die op groot scherm vertoond werd. Voorin zaten twee meisjes die zich enkel zaten te ergeren: โ€˜Meneer, waarom moeten we dit kijken? Het is allemaal onzin, het slaat nergens op.โ€™ Intussen was ik, achterin de klas, helemaal stil geworden. Ik werd meegezogen in het kille universum van Samuel Beckett, waarin alles simpel en ingewikkeld tegelijk is, omdat alles bevraagd wordt, maar meteen ook weer vergeten.

โ€˜I asked you a question,โ€™ zegt Estragon. Vladimir zegt: โ€˜Ah.โ€™ Estragon: โ€˜Did you reply?โ€™ Estragon en Vladimir vergeten als goudvissen steeds in welke situatie ze zitten: het wachten op Godot. Ze weten niet waarom ze wachten, alleen dat ze wachten. Godot komt niet. De tweede dag die het stuk beschrijft, is een herhaling โ€“ Vivian Mercer schrijft in een bekende kritiek van het stuk: โ€˜a play in which nothing happens, twiceโ€™. Telkens herinneren Vladimir en Estragon elkaar aan wat ze aan het doen zijn, begrijpen elkaar vervolgens verkeerd en praten langs elkaar heen. Ze vervelen zich voortdurend en proberen steeds weer iets te bedenken wat ze bezig kan houden, maar alles lijkt uiteindelijk zinloos.

Omdat Vladimir en Estragon steeds weer gedwongen zijn om terug te komen bij de premisse (we wachten), ontstaat er een stuk met eindeloze herhaling en daardoor absurditeit. Ik zou het kunnen vergelijken met het vervreemdende effect dat ontstaat als ik te lang nadenk over een woord: tafelkleed, tafelkleed, tafelkleed. Als ik het woord maar vaak genoeg herhaal in mijn hoofd, verliest het alle betekenis en klinkt het steeds absurder. Wat is een tafelkleed eigenlijk? Wat hebben die klanken te maken met het daadwerkelijke voorwerp, de kleurige bloemetjespatronen die mijn oma neerlegde voor het eten, maar nooit zonder ze eerst netjes gladgestreken te hebben?

Het nadenken over een woord is tot daar aan toe. Wat ik ervoer tijdens mijn eerste kennismaking met Beckett, was de absurditeit van de herhaling van alles in mijn leven. Dag in dag uit naar school. Muesli met fruit eten, kleren pakken uit de kast op de gang, het slot van mijn fiets openmaken, wachten op de hoek van de straat op de vriendin met wie ik fietste, praten over gisteren, hoi zeggen tegen Tom, Sacha en Jana, les van meneer Bos en mevrouw Vis. De volgende dag: muesli, kleren, fietsen, praten, Tom, Sacha, Jana, meneer Bos, mevrouw Vis. Natuurlijk bestonden er kleine variaties in dit ritme, maar toch leek alles meer van hetzelfde. Het kwam me in de dagen die volgden op de les over Beckett voor alsof ik iets heel raars aan het doen was, elke dag weer.

Hoeveel uur in mijn leven besteed ik wel niet aan tandenpoetsen? Of aan slapen? Naar school fietsen? Als ik twee minuten per keer tandenpoets, twee keer per dag, dan poets ik een volledige dag per jaar. Er gaat zoveel tijd verloren aan steeds weer dezelfde dingen doen. Waar gaat al die tijd heen? Waarom doe ik dit? Waarom vind ik dit normaal?

Ook ik leefde als een goudvis: elke dag dezelfde mensen en handelingen, zonder het door te hebben โ€“ totdat ik Beckett leerde kennen. Ik leefde in de illusie van vooruitgang, van het idee dat elke dag iets nieuws kon brengen, maar het werd nu duidelijk: Godot komt niet. Hij gaat nooit komen. Misschien heeft hij zelfs nooit bestaan. Ik zat aan de rand van het schoolplein en keek naar hoe mijn klasgenoten rond-de-tafel speelden, hun lunch aten, lachten. Hoe konden ze het niet doorhebben? Wat jullie doen heeft allemaal geen zin. Wat ik doe heeft geen zin. Steeds dezelfde dingen doen, zonder dat er duidelijk iets tegenover staat, behalve in leven zijn. En zelfs dat, wat heeft dat voor waarde? Het kan zo voorbij zijn. Het is makkelijk om het voorbij te laten zijn. Een knullige fout, wat bloed, en het is over. Ik ben over. En het zou niet eens uitmaken, want niemand zou daarna echt alleen zijn.

Dagenlang was mijn humeur in de mineur. Verdrietig of wanhopig was ik niet, eerder terneergeslagen. Deze realisatie โ€“ het leven is zinloos โ€“ was me overkomen en ik had me eraan overgegeven. Ik dacht niet dat ik er ooit nog anders over zou denken, dat het ooit beter zou gaan voelen. Dit was hoe de wereld eruit zou zien vanaf nu: grauw en rauw. Toch had ik geen negatieve gevoelens over het stuk dat dit allemaal veroorzaakt had: sterker nog, ik vond Beckett geniaal. Juist het feit dat รฉรฉn enkel toneelstuk mijn hele dagelijks leven in een ander daglicht kon stellen had diepe indruk op me gemaakt. Ik was verkocht en probeerde mijn klasgenoten ook in te laten zien waarom Waiting for Godot zo sterk was, maar ik geloof dat niemand luisterde. Alleen mijn docent Engels knikte me goedkeurend toe toen hij me mijn waardering hoorde uitspreken.

De desinteresse van mijn klasgenoten versterkte het gevoel dat ik hier alleen in stond. Zij hadden hetzelfde gezien en gelezen als ik, maar leken ongedeerd. Voor mij leken consequenties opeens onbelangrijk en een bepaalde roekeloosheid overmeesterde me: ik zou alles kunnen doen wat ik wil โ€“ het maakt niet uit. Ik kan ook niks doen โ€“ het maakt geen verschil. Misschien dat ik wat rebelse sigaretten heb opgestoken, maar ik denk dat ik vooral dat laatste heb gedaan: een episode van roekeloze vrijheid, in which nothing happens, twice.

Na een week of twee begonnen mijn routines weer mijn gedachten over te nemen. Met elke dag waarop alles weer onverstoord hetzelfde was en er geen absurde toneelstukken waren om me hierop te wijzen, begon de impact van Beckett langzaam weg te slijten. Het belang van het alledaagse kwam weer naar de voorgrond: het was immers alles wat er was. De lessen van meneer Bos overstemden de geluiden in mijn hoofd, die benadrukten dat het niet erg was om een keer een 1 te halen, of nog een keer, en nog een keer. De schimmen van mijn klasgenoten veranderden weer in mensen van vlees en bloed, die gespreksonderwerpen aansneden waar ook ik wel iets aan bij te dragen had. Uiteindelijk was deze omslag misschien wel mijn ultieme goudvismoment. Een korte periode voelde ik heel intens dat alles wat ik deed absurd was en bevroeg ik elke handeling, een beklemmende bevrijding van de routineuze middelbare school. Maar na de tijd van vragen stellen kwam ook de tijd van deze vragen vergeten: ik werd afgeleid door precies dat dagelijks leven dat ik in twijfel trok.

Toch was het denk ik niet beter geweest als ik in mijn staat van verwondering en vervreemding gebleven was. Wat kun je met een gevoel van vrijheid als het tegelijk al het belang van het leven weg lijkt te nemen? De vergeetachtigheid van Vladimir en Estragon is misschien wel hun redding van de zwarte afgrond die het bewust consequentievrije leven op de lange termijn oproept.

2019
De afgrond lokt. Een ineengevlochten werkelijkheid die strak in elkaar roept de wens op te willen ontsnappen. Als alles geduid is, ontstaat vraag naar verwarring. Keer op keer bezoek ik musea met moderne kunst en lees ik roman, na toneelstuk, na roman, om een glimp op te vangen van de angstige bevrijding die mij in zijn klauwen hield bij het werk van Malevitsj en Beckett. Maar de vluchtigheid en de zo belangrijke eerste keer, de eerste ervaring, blijken onlosmakelijk verbonden te zijn met het oproepen van dit gevoel van absurde vrijheid.

Marรญa Gainza schrijft in haar essayistische roman Oogzenuw: โ€˜Ga eens in een zaal met Argentijnse kunst staan en laat uw blik door de ruimte glijden. Wanneer u schrikt, alsof u in een auto zit die een konijn aanrijdt, blijf dan staan: het is zeer waarschijnlijk dat u halt gehouden hebt voor een Victoria.โ€™ Gainza kent de โ€˜angstโ€™ voor een kunstwerk, die tegelijk ontzag en openbaring veroorzaakt bij de toeschouwer. โ€˜Wat de schok veroorzaakte is niet het thema van het schilderij, maar de manier waarop het is geschilderd. Op de schilderijen van Victoria is met alles iets aan de hand: de vlakken die elkaar kruisen zonder logica, de ruwe manier waarop de olieverf is aangebracht, de gestolde verfklodders, de hoeveelheid informatie die de beperkte ruimte van het canvas bevat (…).โ€™

Voortdurend die wens dat er โ€˜iets aan de hand isโ€™. Uit de hand gelopen ramptoerisme, vertaald naar de wereld van de kunst. Dat er iets aan de hand kan zijn met ons, dat er iets verandert, al is het maar voor even. Volgens Gainza is dit โ€˜de manier waarop de schilder ervoor zorgt dat we voorbijgaan aan het anekdotische en meteen in de betekenis duikenโ€™. Er wordt een dieper begrip gecreรซerd door een bepaalde absurditeit en vreemdheid in het kunstwerk, dat ervoor zorgt dat de toeschouwer dieper in zichzelf duikt en een heftige realisatie kan ervaren, van wat dan ook. Het hoeft bijna niet gezegd te worden, maar deze realisatie is slechts tijdelijk en kan zich beperken tot de paar seconden dat er naar het kunstwerk gekeken wordt, om vervolgens te vervliegen in de kleurige lijnen op het doek. Met een beetje geluk blijft het opgeroepen gevoel langer hangen, een vloek en een blessing ineen. Het risico op neerslachtigheid en angst neem ik op de koop toe, als het de levendigheid en vrijheid met zich mee kan brengen.

Zo blijf ik deze cyclus van ervaren en vergeten nastreven, omdat het iets is dat een nieuwe dimensie opent in mijn dagelijks leven die voorbijgaat aan alles wat gewoon is. Ten slotte blijkt โ€˜buitengewoonโ€™ toch altijd weer dat belangrijke, dat wat ik wil, ondanks mijn pogingen om tevreden te zijn met โ€˜normaalโ€™. Totdat het weer gewoon wordt.