🆕 We zijn allemaal vrouwelijk
🖋 Persis Bekkering

ndrea Long Chu, Females (Verso 2019), 106 blz.


Volgens Andrea Long Chu is iedereen vrouw. Wat moeten we ons daarbij voorstellen? Persis Bekkering bespreekt Chu’s controversiële boek Females, een fascinerend betoog over vrouwelijkheid, verlangen en politiek, dat leidt tot de implosie van een categorie.


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *


‘La femme n’existe pas’, zei Jacques Lacan: de vrouw bestaat niet. In Females zegt Andrea Long Chu: we zijn allemaal vrouwelijk. ‘Everyone is female, and everybody hates it.’ Niet iedereen is vrouw, en toch is iedereen vrouwelijk.

Females, een kruising tussen manifest, autobiografie en satire, is ondanks de bescheiden lengte – zo’n honderd pagina’s – een van de meest besproken boeken van dit moment. Binnen mijn filterbubbel althans, die veelal bestaat uit lezers van literaire, feministische en queer theorieën, en die Chu al langer kent als de beruchte twitteraar @theorygurl. Over geen ander boek heb ik de afgelopen maanden zoveel discussies gevoerd. Veel gesprekspartners waren kwaad, geërgerd of geschokt, wat me verbaasde, want mij lijkt Chu’s theorie behoorlijk helder en overtuigend.

Vrouwelijkheid als zelfontkenning

ndrea Long Chu, Females (Verso 2019), 106 blz.
Andrea Long Chu, Females (Verso 2019), 106 blz.

Je moet er wel een beetje in mee willen gaan. Hoe krankzinnig de premisse ook klinkt, het idee is eenvoudig. Chu, een Amerikaanse cultuurwetenschapper die de afgelopen jaren spraakmakende korte essays publiceerde over haar gendertransitie, definieert in dit langverwachte debuut vrouwelijkheid als ‘any psychic operation in which the self is sacrificed to make room for the desires of another.’ Zelfverloochening, zelfontkenning; niet je eigen wil, maar die van de ander vooropstellen. Het maakt niet uit of die verlangens echt bestaan of ingebeeld zijn, het kunnen culturele verwachtingen zijn, de seksuele verwachtingen van een partner, of zelfs letterlijk ‘in verwachting’ zijn; in alle gevallen is het ik uitgehold en gepenetreerd door een ‘alien force’. Wie die ander is definieert Chu evenmin, dat hoeft geen man te zijn. Toch is dat mijn eerste associatie: het ideaalbeeld van vrouwelijkheid als gezien en verlangd door de male gaze: kwetsbaar maar niet afhankelijk, mooi maar niet te, sexy maar niet hoerig, enzovoort. Wat als ultieme vrouwelijkheid wordt gezien in massacultuur is vooral wat beantwoordt aan de mannelijke fantasie.

Dat klinkt negatief, en dat is het ook. ‘To be female is to let someone else do your desiring for you, at your own expense. This means that femaleness, while it hurts only sometimes, is always bad for you.’ En daarom haat iedereen het om vrouwelijk te zijn. Niemand wil ten koste gaan van de verlangens van de ander. Je kunt hier ook geen politiek op baseren: politiek begint bij het geloof dat ‘another sex is possible’, bij het opkomen voor de eigen verlangens.

Het is een definitie van vrouwelijkheid waar Lacan het eigenlijk wel mee eens zou zijn geweest. De uitspraak dat de vrouw niet bestaat, even tendentieus als die van Chu, wordt vaak verkeerd begrepen. Lacan geloofde heus wel in het bestaan van de vrouw en had geen behoefte haar te ontkennen. Hij had het over vrouwelijkheid in het symbolische domein, waarin de vrouw het niet-subject is. Vrouwelijkheid als objectpositie. Die positie kan mannen, vrouwen en andere genders beschrijven. Niet voor niets schrijft Chu uitvoerig over Freud en het verband tussen haar these en de psychoanalytische theorie. ‘When I say that everyone is female, I am simply restating something psychoanalytically uncontroversial – namely, that castration happens on both sides.’ En het verlangen bij Lacan is altijd het verlangen van de ander.


Lees ook ‘Is iedereen al feminist?’ van Annelot Prins. Nooit eerder was feminisme zo cool, grappig en toegankelijk. Maar die toegankelijkheid is ook een valkuil. In hedendaagse claims op een feministisch discours wordt feminisme niet zelden van haar radicaal progressieve potentieel ontdaan.


Dit is geen beschrijving van de vrouwelijke geleefde ervaring, of de vrouw in ‘het reële’, om in lacaniaanse termen te blijven. Een vrouw heeft heel veel verlangens, en ze is zeker geen nul of gebrek of lege huls. Ik ben ook vrouw, en ik kan bevestigen dat het volledig mijn eigen idee is geweest om dit stuk te schrijven. Chu doet dan ook geen poging tot biologisch essentialisme. Ze heeft het ook niet over gender als ‘construct’, als culturele consensus over hoe een vrouw eruit ziet. Haar definitie van vrouwelijkheid noemt ze een ontologische, het is de ‘universal existential condition, the one and only structure of human consciousness’. We voegen ons allemaal naar de verlangens van de ander, en daarom zijn we allemaal vrouwelijk.

SCUM

Females is in zekere zin een verdieping van het essay dat Chu zo beroemd heeft gemaakt. In ‘On Liking Women’, dat eind 2018 in het Amerikaanse literaire tijdschrift n+1 verscheen, beschrijft ze het proces dat leidde tot haar geslachtsverandering van man naar vrouw. In het discours rondom gender gaat het vaak over identiteit, over lichamelijk worden of zijn wie je van binnen altijd al bent, maar Chu stelt een andere manier voor om haar transitie te begrijpen: als uitdrukking van een verlangen. ‘I have never been able to differentiate liking women from wanting to be like them,’ schrijft ze. Ze voelde zich niet altijd al vrouw; haar wens om van geslacht te veranderen ontstond uit een crush, uit haar fascinatie voor de intieme wereld van vrouwen, en voor feminisme. Met deze visie zou Chu een ‘tweede golf in transgenderstudies’ hebben veroorzaakt, volgens Sandy Stone (die dan weer als de grondlegger van die studies wordt beschouwd).

Het klinkt als een onzinnige bewering dat iedereen vrouwelijk is, maar elke grap heeft een kern van waarheid. Voor comedian Chu is het bloedserieus.
Een groot deel van het essay is gewijd aan haar grote heldin Valerie Solanas (1936-1988), auteur van het SCUM Manifesto, waarbij SCUM staat voor ‘Society for Cutting Up Men’. Solanas, een New Yorkse schrijver, sekswerker en relschopper, schreef het manifest in 1967 en deelde het als stencil uit op straat. Als ze een jaar later niet Andy Warhol bijna fataal had neergeschoten, was het waarschijnlijk nooit ergens gepubliceerd. In de tekst, even drakerig als serieus, pleit Solanas voor de afschaffing van de man. Alles wat er mis is, het financiële systeem, ellende, onderdrukking, is immers allemaal de schuld van de man. Erger nog: het leven met mannen is ‘fucking boring’.

Chu valt voor Solanas’ toewijding aan een extreem standpunt. Ze identificeert zich zo intens met haar, dat Solanas intussen in haar hoofd woont als ‘chainsmoking superego’, schrijft ze in Females, dat opnieuw als een ode aan Solanas leest. Solanas weet ook wel dat het niet echt kan wat ze vraagt, schrijft ze, en toch houdt ze met een uitgestreken gezicht vol. Chu noemt dat ‘commitment to the bit’, een term uit de comedy: een bewering, hoe belachelijk of ondenkbaar ook, tot het einde volhouden. De bewering kan onzin zijn, de toewijding is echt. Daarom is het grappig, omdat het voor de comedian bloedserieus is.

Solanas is een vat vol paradoxen: ‘a sex worker who claimed to be asexual, a lesbian who slept with men, a satirist without a sense of humor, a man-hater who behaved, as often as not, like the men she hated’. Females moeten we op eenzelfde manier lezen, lijkt Chu hiermee te suggereren. Het klinkt als een onzinnige bewering dat iedereen vrouwelijk is, maar elke grap heeft een kern van waarheid. Voor comedian Chu is het bloedserieus.

Beautytechniek

Wie een boek bespreekt moet de handleiding die de schrijver zelf geeft altijd aanpakken, en toch vind ik dat Females zichzelf tekortdoet door het satirische element zo te benadrukken. Ja, de stijl is ironisch, soms hyperbolisch, en ook een beetje pesterig – de stijl van iemand die te veel tijd op Twitter doorbrengt – maar de argumenten waarmee Chu haar theorie ondersteunt zijn zo duidelijk, dat de premisse minder vreemd klinkt dan ze zelf beweert.

Voor Chu was vrouw willen zijn geen kwestie van een intrinsieke overtuiging, maar een uiting van een verlangen om net als een vrouw te willen zijn.
Het boek slingert onbeschaamd en met persoonlijke toon langs een aantal hedendaagse fenomenen, waaronder ‘sissy porn’, een sub- of (aldus Chu) metagenre binnen de pornografie waarin mannen worden vernederd en gestraft voor hun onderdanigheid, door bijvoorbeeld vrouwenkleren te moeten aantrekken. Ook gaat een hoofdstuk over beautyvlogger Gigi Gorgeous, geboren als Gregory Lazzarato. Gigi Gorgeous’ belangrijkste verdienste, schrijft Chu, is haar totale overgave aan de perfecte beautytechniek (dit doet ook denken aan de Nederlandse vlogger Nikkie de Jager, bekend als NikkieTutorials, die in januari bekendmaakte transgender te zijn). Het punt is niet zozeer dat Gorgeous deze technieken nodig heeft om als vrouw te worden erkend, maar dat haar onderwerping aan de techniek vrouwelijk is. ‘Gender transition, no matter the direction, is always a process of becoming a canvas for someone else’s fantasy. You cannot be gorgeous without someone to be gorgeous for.’

Dit roept opnieuw ‘On Liking Women’ in herinnering. Voor Chu was vrouw willen zijn geen kwestie van een intrinsieke overtuiging – een identiteit die er bij wijze van spreken ook zou zijn geweest als ze alleen op de wereld was geweest – maar een uiting van een verlangen om net als een vrouw te willen zijn. Man of vrouw willen zijn gaat over gezien willen worden als man of als vrouw, schrijft Chu in Females. In een vacuüm bestaat geen gender. Gender is iets wat anderen je geven, vrouwelijkheid evengoed als mannelijkheid, het is gebaseerd op de erkenning en daarmee generositeit van anderen. Onze identiteit bepalen we niet zelf, maar ontstaat alleen in relatie tot elkaar – als antwoord op het verlangen van de ander.

TERFs

In Females neemt Chu tevens opnieuw de tijd, net als in ‘On Liking Women’, om Solanas te redden van het veelgehoorde verwijt een TERF te zijn of TERF-gedachtegoed in de hand te werken. TERF staat voor Trans Exclusionary Radical Feminist, waarmee een feminist bedoeld wordt die uitgesproken tegen transgenders is. Trans mannen zouden verraad plegen aan het vrouwelijk geslacht, en trans vrouwen hollen uit wat het betekent om vrouw te zijn, omdat ze, volgens TERFs, een overdreven performance van vrouwelijkheid neerzetten, wat de emancipatiebeweging niet vooruit helpt; vrouwen willen juist van de benauwde kaders af waarbinnen ze als vrouw kunnen worden erkend.

Ik heb ook moeite met die ontologische dimensie van de theorie, of überhaupt met ontologie, omdat de ambitie iets universeels over het zijn te willen zeggen geen mogelijkheid laat voor een ander begrip van menselijkheid, waarin de categorieën mannelijk en vrouwelijk überhaupt niet bestaan, of anders zijn ingevuld.
Chu verwerpt de associatie van Solanas met deze beweging. Toch kreeg Chu hetzelfde verwijt na publicatie van ‘On Liking Women’: de voorstelling van de door haar verlangde vrouwelijkheid gaat over mascara en roddels, over bikinitopjes, over iemand anders de rekening laten betalen. Dat zou juist het argument van TERFs legitimeren dat transgenders stereotypen alleen maar bevestigen.

Females is wederom door andere transgender schrijvers bekritiseerd. De ontologische voorstelling van vrouwelijkheid als de universele existentiële conditie maakt verandering onmogelijk, schrijft Elena Comay del Junco in The Point. Ontologie is een verankering in de werkelijkheid, en dus niet met politiek te veranderen. ‘By claiming that everyone is dependent, passive and unfree and calling this state “female”, Chu has built the equation between women and passivity into the very core of human nature.’

Ik heb ook moeite met die ontologische dimensie van de theorie, of überhaupt met ontologie, omdat de ambitie iets universeels over het zijn te willen zeggen geen mogelijkheid laat voor een ander begrip van menselijkheid, waarin de categorieën mannelijk en vrouwelijk überhaupt niet bestaan, of anders zijn ingevuld. Wanneer Lacan het over de menselijke geest had, had hij het over het subject zoals geproduceerd door de moderne wetenschap. Ik geef de voorkeur aan die epistemische bescheidenheid.

Implosie van de categorie

Ik volg Comay del Junco’s argument echter niet: wat mij betreft (cis vrouw) doet Chu juist het tegenovergestelde, ze creëert meer vrijheid. Vrouwelijkheid noemt ze nergens ‘passief’ (dat doet Solanas wel); het is hard werken om te voldoen aan de verlangens van de ander, weten we allemaal uit eigen ervaring, en dat kan evengoed een vrije keuze zijn, zoals in het geval van sissy porn, of voor transgenders, die een langdurig proces van geslachtsverandering ondergaan. (De actieve toe-eigening van onderworpen willen zijn, daar zou nog eens een lans voor gebroken moeten worden). Door te laten zien hoe iedereen zich naar de verlangens van een ander voegt, haalt ze het stigma er vanaf. Dat is ‘commitment to the bit’: een categorie zo opblazen, verder, en verder, tot ze implodeert. En er iets nieuws voor in de plaats kan komen misschien; een andere invulling van wat het betekent om vrouw, om vrouwelijk te zijn, een verlossing van de koppeling van het vrouwelijke aan de verlangens van de ander.

De implosie van de categorie ‘vrouwelijk’ als politieke daad zien, ontneemt het boek haar kracht.
‘On Liking Women’ eindigde met de erkenning van verlangen als onbeheersbare kracht, die zich niet aan politiek onderwerpt. Verlangen kan niet politiek zijn, schrijft Chu, na een lange uitweiding over de politieke lesbiennes van de tweede feministische golf, die uit politieke overtuiging niet meer op mannen wilden vallen. Je wilt nou eenmaal wat je wilt. Meestal is het krijgen van wat je wilt een teleurstellende ervaring, ook dat nog. Verlangen is teleurgesteld worden.

Zo ontstaat een nieuwe paradox, tussen politiek en verlangen. Dat heeft gevolgen voor hoe Females gelezen moet worden. De implosie van de categorie ‘vrouwelijk’ als politieke daad zien, ontneemt het boek haar kracht. Want wat Chu over het SCUM-manifest schrijft, gaat in wezen over haar eigen boek:

Valerie would make statements not because they were accurate or provable, but simply because she wanted to. Readers would be confronted by desire, not truth, peeking out of the text like a tattoo from a sleeve – a reminder of the flesh behind every idea.

Females is een performatieve tekst, een expressie van een verlangen. Of die van een ander?