🆕 De dikke roman als stormram: over Big Books in Times of Big Data
🖋 Loren Snel

Inge van de Ven, Big Books in Times of Big Data (Leiden University Press 2019), 300 blz.


Terwijl onze aandachtsspanne steeds korter wordt, lijken bestsellers steeds dikker te worden. Wat heeft dat te betekenen? Loren Snel bespreekt Big Books in Times of Big Data van Inge van de Ven, een analyse van ‘grote’ romans in tijden van digitalisering. Juist dikke romans blijken uitstekend geschikt om de tijdsgeest te duiden.


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *


Inge van de Ven, Big Books in Times of Big Data (Leiden University Press 2019), 300 blz.
Inge van de Ven, Big Books in Times of Big Data (Leiden University Press 2019), 300 blz.

Hoe kan het dat onze wereld, die in lockdown moet eer uitgevers hun omzet zien stijgen, wemelt van de dikke romans? We lezen minder, spenderen meer tijd op Netflix, maar toch beslaan boeken van auteurs als Elena Ferrante en Karl Ove Knausgård flink wat plankruimte. Wat maakt dat we nog dikke pillen tegenkomen of – godbetert – uitlezen?

In Big Books in Times of Big Data neemt Inge van de Ven de paradox van uitdijende boeken en krimpende spanningsbogen onder de loep. Hoe vullen de inhoud en grootte van romans elkaar aan, en hoe weten ze te reageren op sociaal-culturele veranderingen?

Van de Ven is assistent-professor aan het departement voor Culture Studies van de Tilburg School of Humanities and Digital Sciences. Big Books is haar aangenaam leesbare proefschrift en het resultaat van jaren onderzoek naar de interactie tussen literatuur en nieuwe media. Van de Vens promotieonderzoek maakte deel uit van het onderzoeksproject Back to the Book, over het papieren boek in het digitale tijdperk, geleid door professor Kiene Brillenburg Wurth. Big Books betrekt op originele wijze online cultuur in de analyse van romans en combineert inzichten uit de vergelijkende literatuurwetenschap met het werk van mediacritici als Nicholas Carr en Hito Steyerl.

Wat maakt een ‘big book’ groot?

Dat blijft de vraag in Big Books. Is het de omvang van het onderwerp of het thema, of het aantal pagina’s? Van de Ven zegt met ‘groot’ te verwijzen naar ‘kwantiteit en materialiteit’, en niet enkel naar de symbolische impact van een roman. Naarmate ze meer romans doorneemt, komt ‘groot’ echter uit de bus als een flexibele gemene deler. Zo bespreekt ze de gigantische serie Mijn strijd van Karl Ove Knausgård, maar ook Only Revolutions van Mark Z. Danielewski, dat slechts 360 pagina’s telt, maar wel een complex verhaal en een typografisch kunstwerk is.

Deze uitgekauwde term is een erfenis van de negentiende eeuw, die gekenmerkt werd door een verlangen naar culturele permanentie.
De gemiddelde literatuurrecensent noemt zulke werken ‘monumentaal’. Deze uitgekauwde term is een erfenis van de negentiende eeuw, die gekenmerkt werd door een verlangen naar culturele permanentie. De resulterende romans werden, samen met hun auteurs, in de collectieve geest tot monumenten verheven. Van de Ven gaat uitgebreid in op deze geschiedenis om te verklaren hoe wij ook vandaag nog romanomvang als representatief zien voor inhoud.

Dat monumentaliteit het aanzien van een boek vergroot, wordt al sinds jaar en dag door uitgevers uitgebuit, zo stipt Van de Ven aan. Neem de geroemde Outline-trilogie van Rachel Cusk. Uitgeverij Faber & Faber heeft zijn edities van Outline, Transit en Kudos in een breed pocketomslag gegoten en een lettergrootte van pakweg 13 gegeven. Zodoende doet de serie qua omvang en epische allure niet onder voor die van Ferrante. Een Nederlands voorbeeld is Harpie van Hannah van Binsbergen. Met 175 pagina’s en een lettergrootte waar slechtzienden mee uit de voeten kunnen, poogt Uitgeverij Pluim aan de ondertitel ‘roman’ te voldoen. Van de Ven weidt er niet over uit, maar het zou de moeite lonen te onderzoeken hoe en waarom uitgevers schijngrootte wekken.

Roman als stormram

Op enthousiasmerende wijze bespreekt Van de Ven romans die in staat zijn vingers te verrekken. Zo haalt ze Karl Ove Knausgårds Mijn strijd (zes delen) en Roberto Bolaño’s 2666 (928 bladzijden) aan en wijst ze erop hoe zij reageren op sociaal-culturele veranderingen. Digitalisering is daarvan de prominentste. Hoewel het vaak de dood van de roman wordt genoemd, meent Van de Ven dat digitalisering de roman niet verdrijft, maar nieuw leven inblaast.


Lees ook ‘De literatuurfabriek’ van René Kooiker. In het Nederlandse literaire veld is veel weerstand geuit tegen schrijfopleidingen. Neem schrijfopleidingen serieus nemen, meent Kooiker. Ze zijn al bepalender dan we denken. “Zonder die serieus te nemen, valt veel nieuw werk niet goed te plaatsen, simpelweg omdat het uit een geheel nieuwe kweekvijver komt.”


Zo legt ze uit hoe 2666 reflecteert op big data. 2666 is de encyclopedische kroon op het oeuvre van de overleden Chileense auteur en bevat zoveel verhaallijnen dat je het gevoel krijgt door een oneindige database te waden die het onmogelijk maakt om conclusies te trekken. Dat doet denken aan onze eenentwintigste-eeuwse realiteit, benadrukt Van de Ven. Momenteel worden we overspoeld door berichtgeving over Covid-19. Door de overdaad aan informatie kunnen we er geen touw meer aan vastknopen. Bolaño maakt het gevoel tastbaar dat we wonen in een wereld die steeds meer contextloze data en steeds minder verklarend narratief biedt. Mijn strijd van Knausgård houdt op zijn beurt verband met sociale media. Knausgård archiveert en exposeert zichzelf in zijn autobiografische serie met evenveel angst voor de dood en vergetelheid als wij dat doen op Facebook en Instagram.

Survival of the biggest

Met hun provocerende en volumineuze inhoud verworden werken als Mijn strijd en 2666 volgens Van de Ven tot stormrammen. Dergelijke grote romans maken een uitgebreidere thematische verkenning mogelijk en kunnen de unieke krachten van het romanmedium, zoals materialiteit en vertraging, extra benadrukken. Zo bekritiseren ze de morele bezwaren tegen dataficatie en nieuwe media, en breken ze ons denken over de moderne tijd open.

Van de Vens optimistische geloof in de kracht van romans is aanstekelijk.
Van de Vens optimistische geloof in de kracht van romans is aanstekelijk. Weerbaar zijn, overleven, is volgens haar inherent aan het medium. Zoals zijn Engelse naam aangeeft, is de novel al sinds zijn geboorte in de zeventiende eeuw vernieuwend. Hij blijft intrigeren, en dus bestaan, doordat auteurs als Ferrante, Bolaño en Knausgård steeds weer variëren op zijn vorm.

Dat fictie het grootste aandeel van de boekenafzet blijft (40%), doet vermoeden dat ze gelijk heeft. Toch is de redenering problematisch: de romans die Van de Ven bespreekt mogen exemplarische romanvernieuwing heten, dat bewijst nog niet dat ze conservators van het genre zijn en alledaagse romans helpen voort te bestaan.

‘Performatieve’ romans thematisch verkend

Iets opmerkelijks dat Van de Vens gekozen romans bindt, is dat ze hun thematiek niet enkel bespreken, maar opvoeren. Het zijn, met andere woorden, performatieve romans. 2666 voert bijvoorbeeld uit wat Jorge Luis Borges’ beroemde kortverhaal ‘De bibliotheek van Babel’ slechts oppert. Borges suggereert een oneindige wereld, maar Bolaño wekt deze tot leven met eindeloze uiteenzettingen van nauwelijks samenkomende gebeurtenissen. Een ander voorbeeld van Van de Ven is The Atlas van William T. Vollmann, dat middels fragmentarische vertelling de diversiteit van onze wereld nabootst. De inzet van verhaalfragmenten en het opvoeren van uiteenlopende personages om zo onze pluriforme, gemondialiseerde wereld te verbeelden, is overigens niet voorbehouden aan dikke romans. Zie bijvoorbeeld het bescheiden geproportioneerde De rustelozen van Nobelprijswinnaar Olga Tokarczuk. Van de Ven laat na te bespreken dat dunne romans kunnen wat dikke romans doen.

Big Books maakt duidelijk waarom we hen dankbaar mogen zijn. Monumentale romans zijn dik met een reden: met hun overgewicht herbergen ze een innovatieve, haast activistische kracht.
Een andere kracht van Big Books is hoe het romans verkent aan de hand van hedendaagse thema’s als gender en klimaat. Zo worden Knausgård en Ferrante naast elkaar gelegd om te onderzoeken hoe zij in omvang en inhoud gender thematiseren. Knausgårds oeuvre leest Van de Ven als een prothese, een compensatiestuk voor de mannelijkheid waarin hij meent tekort te schieten. De Napolitaanse romans van Ferrante zijn in haar analyse een feminiene, maar niet-feministische container. Hoewel de romans vrouwelijke levens centraal stellen, poogt verteller Lenù haar ongrijpbare vriendin Lila toch ‘te vangen’ in haar boek, te beperken, iets wat de mannen in hun Napolitaanse wijk niet lukt.

Door dit soort thematische verkenningen van moderne auteurs als Ferrante en Knausgård valt Big Books als boek te situeren in onze tijd, en spreekt het een breder publiek aan. Misschien dat Van de Ven zo meer goede reclame maakt voor de relevantie van de roman dan de boeken die ze ervoor looft.

Zwaar maakt van waarde

Het blijft bijzonder dat er uitgevers zijn die nog echt grote romans uitgeven en niet slechts de lettergrootte van novellen opvoeren. Big Books maakt duidelijk waarom we hen dankbaar mogen zijn. Monumentale romans zijn dik met een reden: met hun overgewicht herbergen ze een innovatieve, haast activistische kracht. Als het aan Van de Ven ligt, zal de roman als medium daardoor overleven. Tijd en het aantal uitgevers dat de crisis overleeft, zullen het uitwijzen.