Van smeltkroes tot archipel: het einde van het Franse ideaal in feit en verbeelding
Marjolijn Voogel

Jérôme Fourquet, L’archipel français: naissance d’une nation multiple et divisée (Seuil 2019), 384 blz.


In een tijd van ongekende wetenschappelijke, technische en economische vooruitgang, lijkt alles wat te maken heeft met de verhoudingen tussen de verschillende religieuze en culturele groeperingen, juist in regressie te zijn. De wereld als Titanic, is de tendens van Amin Maaloufs biografie. Klopt dat? En wat is er over van het Franse ideaal? vraagt Marjolijn Voogel zich af.


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *


Jérôme Fourquet, L’archipel français: naissance d’une nation multiple et divisée (Seuil 2019), 384 blz.
Jérôme Fourquet, L’archipel français: naissance d’une nation multiple et divisée (Seuil 2019), 384 blz.
Amin Maalouf, Le naufrage des civilisations (Grasset 2019), 331 blz.
Amin Maalouf, Le naufrage des civilisations (Grasset 2019), 331 blz.

‘Zouden we ons geen goede oorlog moeten wensen?’ vraagt Amin Maalouf (1949) aan het begin van zijn betoog. Een vreedzame strijd, een morele equivalent van oorlog, die, in tegenstelling tot een echte, niet de menselijke deugden van de kameraadschap, solidariteit en creativiteit laat verdwijnen, maar juist aanwakkert? Maalouf maakt zich ernstige zorgen over die mensheid, of liever gezegd: over haar menselijkheid.

De titel van zijn laatste boek laat weinig te raden over: Le naufrage des civilisations. Het beeld dat Maalouf niet loslaat is dat van de Titanic, het hypermoderne en in 1912 onzinkbaar geachte passagierschip, waarvan de gasten desondanks feestend ten onder gingen. Aan boord van de hedendaagse Titanic bevindt zich ook Maalouf, zo vertelt hij, maar hij deelt niet in de feestvreugde. Want hij ziet wel die vervaarlijke ijsbergen aan de horizon opdoemen. IJsbergen die verschillende vormen aannemen. Ze zien eruit als de ondergang van de regio rond zijn geboorteplaats, Beiroet. Of als het huidige Amerika, de eerste wereldmacht die zo tekortschiet in haar voorbeeldrol. Of van het naoorlogse Europa van de hoop, dat uiteen lijkt te vallen. Een heel vervaarlijke is die van de triomf van het kapitalisme, die leidt tot steeds grotere ongelijkheden en het uiteenvallen van de samenleving. Hoe is het mogelijk, verzucht Maalouf, dat, terwijl we in een tijd leven van ongekende wetenschappelijke, technische en economische vooruitgang, alles wat te maken heeft met de verhoudingen tussen de verschillende groeperingen, juist in regressie lijkt te zijn?

De Titanic waarop Amin Maalouf zich bevindt, staat voor het Levantijnse ideaal, dat hij beschrijft als de samensmelting van de oosterse en westerse beschaving. De Frans-Libanese Maalouf is een kind van beide. Hij begon zijn loopbaan als journalist, aanvankelijk in Libanon en later in Frankrijk. Na het succes van Les Croisades vues par les Arabes (1983) koos hij voor een schrijverscarrière. Tien jaar later sleepte hij met Le Rocher de Tanois de Prix Goncourt in de wacht, de meest prestigieuze Frans literatuurprijs.

Het lijkt er volgens Maalouf even op dat het kwetsbare Libanon uitgroeit tot ‘een volwassen natie’
Maaloufs biografie gaat gelijk op met de grote gebeurtenissen die hebben geleid tot de ondergang van zijn Levantijnse ideaal. Zijn betoog begint met het overlijden van zijn grootvader en naamgever. Het is dan 1952, het jaar van de geweldloze staatsgreep in Egypte, die uiteindelijk Nasser aan de macht zal brengen. Met zijn optreden tijdens de Suezcrisis en zijn onverzettelijke houding tegenover de Franse en Engelse imperialisten vergaarde Nasser veel respect binnen de Arabische wereld. Maar in het kielzog van Britten en Fransen werden onder zijn heerschappij ook veel andere groeperingen uit het land verjaagd, waaronder Maaloufs maronitische familie, die zich gedwongen zag uit te wijken naar Beiroet. Dat nam na de machtsovername van Nasser in de jaren zestig de rol van capitale intellectuelle over van Caïro.

Libanon is dan nog een smeltkroes van verschillende culturen en religieuze groeperingen, waaronder maronieten, katholieken, druzen, soennieten en sjiieten. Maar de veranderingen in de regio als gevolg van de vorming van de Verenigde Arabische Republiek in 1958 leiden ook in Libanon tot onrust. Als met hulp van Amerika Fouad Chébab er in het zadel komt, een bewonderaar van het Franse republikeinse model, lijkt het er volgens Maalouf even op dat het kwetsbare Libanon uitgroeit tot ‘een volwassen natie, die voornemens was te moderniseren en te seculariseren’, een mogelijk voorbeeld voor de gehele Oriënt. Maar het tegendeel gebeurt. In enkele jaren wordt Libanon ‘het epicentrum van de conflicten in de Arabische wereld’, die over de hele wereld zijn repercussies zullen hebben. Hoe kon, vraagt zijn oom zich af, het paradijs uit zijn jeugd en de Levantijnse droom zo uiteenspatten?

Conservatieve revoluties

Volgens Maalouf vormt de oorlog tussen Israël en de Arabische wereld in 1967 het ‘begin van de Arabische wanhoop’. Deze korte en hevige oorlog werd door Israël en het Westen geframed als ‘de Zesdaagse Oorlog’. In de Arabische wereld spreekt men liever van Naksa, een kortdurende terugval, bijvoorbeeld na een ziekte. Deze strijd leidde bij de verliezer tot het ontstaan van een diepe zelfhaat en deed bij overwinnaar Israël het respect voor de tegenstander verdwijnen. Het beeld van de Arabier en van zijn cultuur veranderde. Steeds minder Joden in Israël vonden het nodig om Arabisch te kennen, terwijl daarentegen Palestijnen vaker Hebreeuws gingen leren. Ook in de taal was er van de spreekwoordelijke Levantijnse alchemie steeds minder sprake.

De Zeitgeist veranderde – een volgens Maalouf veelzeggende term, die hij echter verder niet echt uitlegt.
Maar volgens Maalouf was 1979 nog belangrijker: l’année du grand retournement. Ook voor de Nederlands-Libanese journalist Kim Gattas is dit een sleuteljaar in de gebeurtenissen, die zij bespreekt in haar recent verschenen werk Zwarte Golf: hoe de rivaliteit tussen Saoedi-Arabië en Iran het leven in het Midden-Oosten heeft verwoest. Maar waar Gattas’ analyse zich tot het Midden-Oosten beperkt, is voor Maalouf de gehele wereld het speelveld. Met zijn retournement doelt hij op de jaren na 1979, toen het conservatisme zich steeds vaker als revolutionair manifesteerde, terwijl links, dat zich eerder progressief betoonde, steeds meer in het defensief werd gedreven. Over de hele wereld vond er een omkering van waarden plaats. De Zeitgeist veranderde – een volgens Maalouf veelzeggende term, die hij echter verder niet echt uitlegt. Verschillende gebeurtenissen waren daarbij van belang. Ten eerste was daar de Islamitische Revolutie in Iran, waarin ayatollah Khomeini het regime van de door de Verenigde Staten gesteunde sjah omverwierp. In Mekka bezetten gewapende jihadisten de Grote Moskee en riepen op tot de invoering van de sharia, waarop Saoedi-Arabië strenger in de leer werd.
In het Westen ging het failliet van het communisme en de afbraak van de verzorgingsstaat gepaard met een ontideologisering.
Ook in het Westen ziet Maalouf in 1979 veelzeggende veranderingen, waaronder de verkiezing in mei van de conservatieve Thatcher in Groot-Brittannië. En twee jaar later nam in de Verenigde Staten de Republikeinse Reagan het stokje over van de Democraat Carter. Naast deze ‘conservatieve revoluties’ in verschillende regio’s, was de oliecrisis van grote invloed op veranderingen van mentaliteiten. Daardoor verschoof de macht in de Arabische wereld naar Saoedi-Arabië, waar een nieuwe generatie van jonge en streng religieuze mannen ineens de beschikking kreeg over enorme hoeveelheden liquide middelen. Osama bin Laden was zo’n miljardairszoon die een belangrijke rol zou gaan spelen in de jihad in Afghanistan. Dat werd in 1979 binnengevallen door de sovjets en zou een van de grote slagvelden van de Koude Oorlog worden, een campagne die bijdroeg aan de afbrokkeling van de Sovjet-Unie en het failliet van het communisme.


Lees ook het interview van Marjolijn Voogel met socioloog Nathalie Heinich. Dat identiteit ons momenteel bezighoudt is een understatement. Maar of dat ook altijd tot een begrip van identiteit leidt – de Franse wetenschapper betwijfelt het. “Ik word vaak ten onrechte gezien als militant socioloog. De overheid betaalt mij niet om mijn mening te geven.”


In het Midden-Oosten leidden de gebeurtenissen volgens Maalouf tot het oplaaien van een eeuwenoude, latente haat tussen de soennitische en de sjiitische groeperingen. In het Westen ging het failliet van het communisme en de afbraak van de verzorgingsstaat gepaard met een ontideologisering. In het nieuwe discours lag de nadruk niet langer op de kloof tussen zij die veel geld verdienden en zij die minder hadden, maar tussen degenen die werkten om te leven en degenen die van het systeem profiteerden. In Amerika wist Reagan dat te framen met het beeld van de profiterende welfare queen. Overal kregen zo de spanningen tussen groeperingen de overhand op sociale bindingen, met als gevolg oplaaiende identiteitskwesties, ‘die zich als een drug in de aderen van onze samenlevingen heeft verspreid’, aldus Maalouf. Zelfs in Europa is het niet gelukt om de boel bijeen te houden. In plaats van ‘het kompas te zijn voor de mensheid’, valt ook die regio uiteen in verschillende ‘stammen, clans en facties’.

Eilandjesvorming

Maalouf houdt ons een uiterst zwartgallig scenario voor. Het zinkende schip is slechts te redden door ‘op een intelligente wijze te investeren in sociale eenheid’. Daarbij wijst hij de organisatie van het voorheen multiculturele Libanon nadrukkelijk af, want: ‘alle landen met een communautair systeem zullen uiteindelijk stuurloos raken, doordat verschillende groeperingen tegen elkaar op zullen gaan bieden, en de sterkste uiteindelijk wint’. Het wekt geen verbazing dat Maalouf – die een zeer prominente positie binnen de Franse intelligentsia verwierf en in 2011 lid werd van de prestigieuze Académie Française – meer op heeft met het Franse republikeinse model dan met communautaire alternatieven. Evenmin is het verrassend dat hij in zijn boek niet goed kan uitleggen hoe eenheid kan worden bewaard. Want dat is nu net het grote probleem waar Frankrijk heden ten dage mee worstelt.

Aan de hand van een indrukwekkende hoeveelheid cijfermateriaal laat Fourquet zien hoe het Franse landschap sinds de jaren zestig van de vorige eeuw sterk is veranderd.
In zijn werk gaat de politicoloog Jérôme Fourquet (1973) op zoek naar de achtergronden van dat probleem. Ook de titel van zijn boek is veelzeggend: L’archipel français: naissance d’une nation multiple et divisée. Fourquet, hoofd van de afdeling ‘Opinie’ bij het gerespecteerde Franse Instituut voor de Publieke Opinie (IFOP), maakt in zijn boeken net als Maalouf gebruik van sprekende metaforen, in zijn geval geologische. Zijn analyse van de samenleving komt overeen met die van Maalouf: die valt uit elkaar. Maar waar Maalouf kiest voor een groot canvas en grove penseelstreken, zoomt Fourquet in op het niveau van regio’s, steden, wijken en groepen in Frankrijk.

Zijn aanpak combineert opinie-enquêtes en een op cartografisch onderzoek gebaseerde sociaaldemografische analyse die ruimte laat voor specifieke regionale kenmerken, en vooral de ontwikkelingen daarbinnen. Via een analyse van voornamen krijgt Fourquet ten slotte inzicht in de veranderende keuzes van verschillende groeperingen, iets wat in de Franse Republiek niet eenvoudig is, aangezien zij geen enkele etnische groepering of andere gemeenschap erkent (en ze dus ook niet als zodanig categoriseert), alleen voor de wet vrije en gelijke individuen. Aan de hand van een indrukwekkende hoeveelheid cijfermateriaal laat Fourquet zien hoe het Franse landschap sinds de jaren zestig van de vorige eeuw sterk is veranderd. Met de overwinning van Emmanuel Macrons nieuwe partij La République en marche in 2017 leek dat landschap te zijn getroffen door een plotselinge politieke aardbeving. Fourquet toont echter aan dat die het resultaat was van al veel langer bestaande tektonische bewegingen, die met steeds hogere snelheid leidden tot de ‘archipelisation’ van de Franse samenleving en het electoraat.

De ontwikkeling van het aantal voornamen wijst er volgens Fourquet op dat de Franse samenleving ‘de facto een multiculturele samenleving is’, en er ‘nooit meer sprake zal zijn van de etnoculturele homogeniteit die zij tot het einde van de jaren zeventig kende’.
Die fragmentatie is volgens Fourquet van recente datum. Tot in de jaren zeventig was er sprake van een vrij stabiele samenleving in Frankrijk. Twee grote instituten speelden daarbij een belangrijke rol: l’église catholique en l’église rouge, de communistische partij. De tegenstelling tussen de twee structureerde het maatschappelijk leven en zorgde voor een gemeenschappelijk referentiekader. Fourquet spreekt van ‘la matrice catho-républicaine’. Daarna verloor de eerste kerk snel terrein. In het voornamenonderzoek is dit zichtbaar in een spectaculaire afname van de meisjesnaam ‘Marie’ en een flinke stijging in het aantal voornamen dat Fransen hun kinderen gaven, volgens Fourquet een teken van individualisering. Tussen 1900 en 1945 kozen Fransen uit een palet van zo’n tweeduizend voornamen voor hun nieuwgeborenen. Begin jaren zestig waren dat er al twee keer zoveel en weer twintig jaar later stond de teller op zesduizend. Intussen werd ook de wetgeving aangepast; tot 1966 was de keuze voor een voornaam nog zeer gelimiteerd. Pas in 1993 werd het principe van vrije keuze van voornamen wettelijk erkend. Het leidde tot een verdere stijging naar een keuzepalet van veertienduizend in 2010.

Het aantal voornamen steeg natuurlijk ook sterk door immigratie. Kwamen Arabisch-islamitische namen aan het begin van de jaren vijftig nog nauwelijks voor in Frankrijk, in 2016 kreeg bijna één op de vijf kinderen er een. Fourquet is zich ervan bewust dat hij met deze constatering olie op het vuur gooit van het al woedende Franse debat over het aantal moslims en migranten afkomstig uit de Magreb. De schattingen lopen op tot wel 10 miljoen. Fourquets tellingen spreken dat tegen. Hij houdt het erop dat zo’n 8% van de (67 miljoen) Fransen moslim is. Bijna een vijfde van de nieuwgeborenen met een Arabisch-islamitische naam lijkt dan erg veel, maar pas op, zegt Fourquet, het is natuurlijk niet zo dat al die kinderen in moslimgezinnen worden geboren. Wel wijst de ontwikkeling erop dat de Franse samenleving ‘de facto een multiculturele samenleving is’, en er ‘nooit meer sprake zal zijn van de etnoculturele homogeniteit die zij tot het einde van de jaren zeventig kende’. Naast de groeiende identiteitsclaims van andere groeperingen is het volgens Fourquet vooral die ‘kanteling’ die leidde tot grote veranderingen in de Franse samenleving en het stemgedrag.

Où allons-nous?

Ook voor Fourquet is er een sleuteljaar in de ontwikkelingen, en het ligt niet ver van dat van Maalouf: 1983. Het was het jaar van de Marche des beurs – de vredesmars van Marseille naar Parijs, georganiseerd door de kinderen van de eerste arbeidsmigranten als protest tegen voortdurende politie-intimidatie – die de aandacht van de gehele Franse bevolking vestigde op hun aanwezigheid. Ook de stakingen in de auto-industrie, waar veel arbeidsmigranten werkzaam waren, droegen bij aan die zichtbaarheid: via de televisie was te zien hoe de door stakers bezette parkeerplekken werden ingericht als gebedsplaatsen. De angst voor rood leek plaats te maken voor de angst voor groen. 1983 is dan ook tevens het jaar waarin het Front National voor het eerst veel stemmen wint, aanvankelijk tijdens gemeentelijke verkiezingen, vooral in Dreux en Aulnay, twee plaatsen dichtbij Parijs, waar in korte tijd veel migranten waren komen wonen. Een jaar later boekte de partij grote winst tijdens de Europese verkiezingen. Vooral in het oosten van Frankrijk, in de regio’s waar de Marche des beurs doorheen trok, is het aandeel Le Pen-aanhangers groot.

De kloof tussen ‘gagnants-ouverts’ en ‘perdants-fermés’, die met het referendum over de Europese Grondwet al eerder aan de oppervlakte was gekomen, liet zich met de verkiezingen van 2017 opnieuw en nog heviger voelen.
Volgens Fourquet werd met de Franse verkiezingen in 2017 de ‘archipelisation’ van Frankrijk pas echt duidelijk. De kloof tussen ‘gagnants-ouverts’ en ‘perdants-fermés’, die met het referendum over de Europese Grondwet al eerder aan de oppervlakte was gekomen, liet zich opnieuw en nog heviger voelen. De tegensteling tussen kosmopolieten met hun open blik naar de wereld en degenen die meer bescherming verwachten van de overheid, is in Frankrijk geen nieuwe. Maar meestal bleef die concurreren met de oude tegenstelling tussen links en rechts. Het duel tussen Macron en Le Pen in de tweede ronde van de presidentiële verkiezingen liet zien dat de eerdere tegenstelling tussen links en rechts naar de achtergrond verdwijnt. Daarbij is capital scolaire de doorslaggevende variabele.

Net als in de Verenigde Staten is er in Frankrijk de afgelopen decennia een tweedeling ontstaan tussen front row kids en back row kids, een tijdens de laatste Amerikaanse verkiezingen door de Amerikaanse journalist Chris Arnade gemunte tegenstelling. De kloof is bovendien bij uitstek een geografische kloof, een overigens nog maar zeer recente. De regio’s die nu met een economische achterstand kampen bevinden zich vooral in het noorden en westen van het land. Die regio’s liepen eerder economisch juist voorop. In een periode van vijftig jaar zijn de rollen en posities van de verschillende regio’s compleet omgewisseld, vanzelfsprekend met electorale consequenties. Verder scoorde Macron beter in stedelijke gebieden en Le Pen in de periferie.

Fourquet waagt zich niet aan voorspellingen, maar het vergelijk met de laatste Amerikaanse verkiezingen stemt zijn lezer niet erg hoopvol voor de volgende in Frankrijk.
Sterkere eilandjesvorming en een scherpere kloof tussen ‘have’ en ‘havenots’; evenmin als dat van Maalouf is Fourquets toekomstbeeld erg rooskleurig. ‘Où allons-nous?,’ roept het buikbandje van zijn boek. Fourquet waagt zich niet aan voorspellingen, maar het vergelijk met de laatste Amerikaanse verkiezingen stemt zijn lezer niet erg hoopvol voor de volgende in Frankrijk. Zowel Maalouf als Fourquet vrezen voor een ‘fragmentation progressive’ als gevolg van de teloorgang van gemeenschappelijke ideologische referentiepunten. Maalouf ziet die ontwikkeling als een wereldwijd verschijnsel, Fourquets analyse beperkt zich tot Frankrijk. Hun angst is een oerfranse, en republikeinse… en wellicht eentje die enige tempering verdient. Want wanneer is de Franse samenleving ooit homogeen geweest, cultureel of sociaal? In de hoogtijdagen van het nationalisme, aan het begin van de Eerste Wereldoorlog, werden Franse regimenten ingedeeld naar regio, aangezien de soldaten uit de diverse Franse windstreken elkaar niet konden verstaan. Eugene Weber schreef er over in Peasants into Frenchmen. Ook met hun pessimisme voegen Maalouf en Fourquet zich naar een Franse traditie, die van de ‘pleureuses’ van het ideale Hexagone. ‘Nous cultivons depuis longtemps une tradition française des prophètes du désastre (…). La défaite de la pensée est notre muse familière de la délectation morose,’ schreef Antoine Compagnon eerder in zijn Que reste-t-il de la culture française?

Sinds het verschijnen van L’archipel français en Le naufrage des civilisations in respectievelijk maart en november van vorig jaar zijn Frankrijk en de wereld behoorlijk veranderd als gevolg van Covid-19. Beiroet ligt in puin als gevolg van de explosie van 2.750 ton illegaal opgeslagen ammoniumnitraat in een havenloods op 4 augustus jongstleden. Nu de regering is afgetreden is het land stuurloos. Kan het virus en deze crisis zorgen voor de goede oorlog waar Maalouf op hoopt, en voor een vermindering van de politieke instabiliteit en de broeiende identiteitskwesties? Het is veel te vroeg om daarover iets te kunnen zeggen. Alle medische, sociaaleconomische en politieke voorspellingen die ons dagelijks om de oren vliegen, hebben één gemene deler: de toekomst is onzekerder dan ooit. Historici laten ons bovendien zien dat bij elke crisis context key is. Dat is ook de reden dat Maalouf zijn lezer nogal ontredderd achterlaat. Zijn grote canvas en grove penseelstreken onttrekken de dagelijkse sociale, politieke en economische werkelijkheid aan het zicht, een werkelijkheid waarin de een de ander treft en een mogelijkheid tot empathie en vergelijk vindt, en daarmee een nieuw en concreet begrip voor de ander. Iets wat nu juist Maalouf met zijn kennis van verschillende werelden eerder met succes deed en ook nu, als gelauwerd académicien, bij uitstek zou moeten kunnen doen. In tegenstelling tot Maalouf waagt Fourquet zich wel aan oplossingsrichtingen. Een daarvan is een meer evenredige vertegenwoordiging in de verkiezingen van de verschillende eilanden binnen de archipel. Het lijkt vloeken in de Franse kerk. Maar goed, het zou niet de eerste keer zijn dat blasfemie in Frankrijk tot oplossingen leidt.