Vervolgbrief Geerten Waling aan Rob Hartmans, 8 november 2018 (brief #16)

Geerten Waling en Rob Hartmans schrijven elkaar over Marcel ten Hoovens De ontmanteling van de democratie en Gijs van Oenens Overspannen democratie. De democratie staat overal onder druk. Hoe is het nu met de Nederlandse gesteld? Misschien wel helemaal niet zo slecht als Nieuwrechts ons wil doen geloven. Het beeld kantelt als we onze verwachtingen van het democratisch proces en onze participatie daarin wat bijstellen. Geerten Waling: ‘En dan hebben we nog niet eens een bindend referendum – iets wat ik doorgaans betreur, maar waarbij ik met dit boek in de hand toch enkele vraagtekens begin te stellen.’


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *


Waarde Rob,

Het lijkt me dat als je een paar decennia meeloopt in het publieke debat, je heel vaak zult ervaren dat anderen iets zeggen wat je zelf allang had gedacht en hebt opgeschreven. Zelf heb ik nog de luxe dat die ervaring me nagenoeg vreemd is – en krijg ik zelf regelmatig van collega’s met meer senioriteit te horen dat er niets nieuws onder de zon is. Hoe dan ook lijkt het me een onvermijdelijk onderdeel van de democratie dat we steeds opnieuw het wiel uitvinden. Nadenken over verbeteringen en alternatieven in het democratisch systeem is op zichzelf al een levensteken van die democratie. Dat moet ik die auteurs van modieuze boekjes over de democratie dan wel weer nageven: zolang er wordt gesteggeld over democratie, zolang er botsende ambities en verwachtingen zijn, leeft zij in ieder geval nog!

Dat wil niet zeggen dat een Marcel ten Hooven niet mag worden aangesproken op zijn grote claims en gebrekkige onderbouwing (of van Oenen, inderdaad, op het storende ontbreken van een register). Zoals in onze andere brieven al aan de orde kwam hou ik wel van een rationele, nuchtere analyse der dingen en die kom je bij Ten Hooven eigenlijk nauwelijks tegen. Hij ritst naadloos in op de rijbaan die al vol staat met democratische doemdenkers en paniekzaaiers, vooral van het soort dat weinig feitelijk onderzoek doet maar des te meer inspeelt op het onbehagen onder de weldenkenden (zoals Yascha Mounk). Des te gretiger ook, geven de media van de elites hen een podium, omdat de doelgroep zich bedreigd voelt door het populisme en in een oud-linkse kramp schiet, namelijk het wegzetten van andersdenkenden als immoreel, gevaarlijk en crimineel. Dit gevoelen tref ik regelmatig aan in zaaltjes in het land waar ik spreek over de geschiedenis en toekomst van de democratie, omdat ik daar weleens een boek over schrijf. Het zijn dan vooral de oudere, hoogopgeleide toehoorders – niet zelden voorzien van een NRC-abonnement, een Rotary-speldje en een D66-lidmaatschapkaart met een laag nummer – die zich openlijk afvragen of de democratie wel zo’n goed idee is. Of we nou echt een referendum nodig hadden –het volk is daar toch te dom voor? – en of we niet beter verplicht zouden stellen dat je als kiezer eerst een kennistoets moet halen voor je een stempas krijgt.

En dat is in een democratie natuurlijk niet zo handig, want serieuze politieke overtuigingen van miljoenen burgers worden ermee in de hoek gezet. Dat is dan koren op de molen van juist die gewraakte populisten, die zelf ook weer kunnen doorschieten in hun ressentiment jegens het establishment en bepaalde vijand(sbeeld)en, zoals de PVV met het voorstel om alle moskeeën en islamitische scholen te sluiten en de Koran te verbieden; zoals Thierry Baudet die aankondigt dat hij de wereldvreemde elites wil gaan vervangen. Of zoals D66, dat bij haar oprichting aankondigde het bestel te willen ‘opblazen’. (Als Hans van Mierlo nu een partij zou beginnen zou hij zijn opgepakt wegens terrorisme.)

Enfin, terug naar die kritische houding jegens democratie die ik zo vaak in zaaltjes en op borrels met hoger opgeleiden tegenkom. Waar altijd wel een grijze heer te vinden is die met de neus hoog in de lucht het geschimp van Winston Churchill meent te moeten citeren, alsof het een baanbrekend inzicht betreft. Kortom, dat dedain naar de democratie lijkt me een heilloze en zelfs contraproductieve weg, wat jij?

Beter kunnen we wat vertrouwen hebben in het kritisch vermogen van burgers om (vroeg of laat) zin van onzin te onderscheiden, om afwegingen te maken die hun eigen belangen combineren met het landsbelang, om politici te verkiezen door wie zij zich waarlijk gerepresenteerd voelen (niet alleen in geslacht, huidskleur of geaardheid, maar in overtuigingen en karakter). Het democratisch elan is onder de bredere bevolking stevig geworteld (acht of negen op de tien mensen leeft het liefst in een democratische rechtsstaat; zo’n zestig procent is vóór referenda), dus er is best reden voor optimisme, zoals Tom van der Meer uiteenzet in Niet de kiezer is gek. Politieke strijd, ook als die lelijk en vals op ons overkomt, hoort bij een gezonde democratie. In ons open systeem kunnen partijen snel opkomen en de boel ontregelen, maar tegelijk maken ze nooit kans op een absolute meerderheid en kunnen ze net zo hard weer worden afgestraft. De zwevende kiezer van vandaag controleert op die manier de politiek veel beter dan de ingedutte kiezer die decennialang op dezelfde partij stemde, uit automatisme of vanuit een misplaatst loyaliteitsgevoel, alsof het een voetbalclub betrof. Dus of ik volledig fan ben van dat ‘terugtredend electoraat’ dat je noemt, of dat ik nu helemaal mee kan gaan in de scepsis jegens het referendum – nee en nee.

Dat wil nu ook weer niet zeggen dat ‘de gemiddelde burger het grootste deel van zijn vrije tijd zou willen besteden aan het bestuderen van en meepraten over actuele maatschappelijke vraagstukken en praktische problemen’, zoals je schrijft. Dat hoeft ook niet, verkiezingen en referenda kun je clusteren (zoals allang gebeurt) en we kunnen er best overheen stappen dat zestig of zeventig procent van het electoraat ervoor kiest om niet mee te praten, zoals we nu al bij de EP-verkiezingen gewend zijn. Een referendum is ook nooit zomaar een ‘element uit de directe democratie’, zeker niet als het slechts een correctie is op door het parlement geaccepteerde (of overwogen) wetgeving, zoals het in Nederland was (raadgevend) en ook in de toekomst (dan mogelijk bindend) zal zijn. Een toekomstige burgemeesters- of zelfs premiersverkiezing zou daar ook in passen, al moet dat slim constitutioneel worden uitgedacht in verband met strijdige mandaten die kunnen leiden tot verwarring en patstellingen.

De net vertrokken vice-voorzitter van de Raad van State, Piet Hein Donner, waarschuwde vorig jaar, zonder enige feitelijke onderbouwing te leveren, voor de ondermijnende gevaren van referenda. Onlangs nog adviseerde hij tegen een feestdag op 26 juli (de dag waarop in 1581 het Plakkaat van Verlating werd getekend), omdat zulk een ‘nationalistisch’ feest in lijn met de Trumps van deze wereld een signaal zou zijn tegen de EU en andere internationale samenwerking. Donner is, kortom, een man van de rechtsstatelijke onderbuik, en niet zo van de democratie. Als ik jou belees, zit jij wat meer aan zijn kant van het debat, al ben jij gelukkig wat minder fel gekant tegen de vrijheid van meningsuiting dan deze christendemocraat. Nu deel ik je zorg over het verheffen van klasse of natie tot politiek primaat, maar het lijkt me nu ook weer overdreven dat een meer democratische benadering meteen leidt tot een Orbàn of een Trump, zoals ik uit je brief opmaak. Integendeel, je lokt een breed gedragen ressentiment (links en rechts op de flanken) juist uit als je het politieke debat al te gemakkelijk, met een beroep op de rechtsstaat, wilt beteugelen. Het belangrijkste bewijs daarvoor is wel dat het PVV-partijprogramma in 2010 nog helemaal niet zulke antirechtsstatelijke punten kende (zoals jij beweert) en bij de verkiezingen van 2017 wél, zoals gezegd. Nu lijkt de PVV zelf voorlopig niet in staat om de rechtsstaat echt veel schade te berokkenen, zoals eigenlijk nooit één partij in Nederland daartoe in staat was, maar niettemin lijkt me het zichtbaar radicaliserende effect van exclusie in ons inherent inclusieve politieke systeem een goede les voor de toekomst.

Hartelijks,

Geerten


Lees het antwoord van Rob Hartmans hier

Lees de hele correspondentie tussen Rob Hartmans en Geerten Waling hier