De redacteur is niet dood

Iets meer dan een jaar geleden trad Ian Buruma aan als hoofdredacteur van The New York Review of Books. Iets meer dan een maand geleden nam Buruma afscheid van diezelfde Review, gestruikeld over zijn beslissing in een dossier gewijd aan #MeToo en ‘The Fall of Men’ een persoonlijk relaas op te nemen van de gevallen Canadese radioster Jian Ghomeshi.

Hoewel het vertrek van Buruma niet in directe zin een #MeToo-kwestie is, laat de zaak heel goed zien dat #MeToo over meer gaat dan het aankaarten van grensoverschrijdend seksueel gedrag en de genderkloof waartoe de hashtagbeweging vaak wordt gereduceerd. Zo dicht aan de oppervlakte en tegelijkertijd zo diepgeworteld als ze in al haar gevoeligheid is, vereist de kwestie van ieder die zich er publiekelijk over uitlaat dat met buitengewone zorg te doen. Wellicht geldt dat nog wel sterker voor degenen die het publieke debat ‘achter de schermen’ richten en contextualiseren: de makers van tijdschriften, van programma’s, van blogs. De Nederlandse Boekengids, die zich welbewust the Dutch Review of Books noemt, en warme banden onderhoudt met de New Yorkse en Londense Reviews, vormt daarop geen uitzondering. De vragen die zich daar in september aandienden of dat hadden moeten doen, gaan ook ons als redactie direct aan.


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *


Essay uit dNBg 2018#6

Wie redigeert een redactie? Een redactie is verantwoordelijk voor de stukken die zij uiteindelijk plaatst – maar wie of wat bepaalt hoe ver die verantwoordelijkheid moet reiken? Kan zoiets als het neutrale of in ieder geval relatief open podium voor kritisch en genuanceerd debat dat wij voorstaan eigenlijk wel bestaan? Of moet een medium altijd en duidelijk stelling nemen? Of laten beide uitersten per definitie te weinig ruimte voor kritische zelfreflectie? Wat geeft de doorslag in het complexe spel van afwegingen tussen auteur, redacteur, tekst, platform, geld en publiek? Hoe gaat een redactie om met haar eigen machtspositie? Hoeveel pluriformiteit heeft een redactie zelf nodig? Is het voor een tijdschrift, voor een redactie in het veelvormige krachtenveld waarin het moet opereren eigenlijk wel mogelijk om de haast onbespreekbare kwetsbaarheid waar #MeToo uiteindelijk over gaat op een niet minder kwetsbare manier te bespreken?

Het zijn vragen die niet eenvoudig te beantwoorden zijn – zoals niet alleen de affaire Buruma maar de hele #MeToo-geschiedenis het afgelopen jaar ruimschoots inzichtelijk heeft gemaakt. De Boekengids-redactie hoopt in het hier volgende dossier het gewicht dat zij aan de voorliggende vragen toekent op een pluriforme en open manier te illustreren, en dichter naar een opbouwender interpretatie te brengen dan ‘Opgeruimd staat netjes!’ tegenover ‘Het is een twittergericht!’ Het verloop van de affaire, voor zover de lezer nog niet bekend, wordt vanzelf duidelijk uit onderstaande verzameling reacties (uiteraard geplaatst met toestemming van de betrokkenen) en de daarop volgende essays. Voor wie het gewraakte artikel en verder wil lezen, is er een leeslijst.

Uw redactie


Leeslijst
• Jian Ghomeshi, ‘Reflections from a Hashtag’, The New York Review of Books, 14 september 2018.
• Isaac Chotiner, ‘Why Did the New York Review of Books Publish That Jian Ghomeshi Essay?’ (interview met Ian Buruma), Slate, 14 september 2018.
• Laura Miller, ‘Among All the Other Problems With Jian Ghomeshi’s NYRB Piece, It’s a Terrible Personal Essay’, Slate, 14 september 2018.
• Jia Tolentino, ‘Jian Ghomeshi, John Hockenberry, and the Laws of Patriarchal Physics’, The New Yorker, 17 september 2018.
• Cara Buckley, ‘New York Review of Books Editor Is Out Amid Uproar Over #MeToo Essay’, The New York Times, 19 september 2018.
• Mischa Cohen, ‘Ian Buruma: “Ik ben nu zelf ook veroordeeld door Twitter, zonder vorm van proces”’ (interview met Ian Buruma), Vrij Nederland, 20 september 2018.


Onlinediscussie: uit draadje 1
Michiel Leezenberg: Misschien wel de belangrijkste bron is een reactie van de journalist die het allemaal aanzwengelde, die betoogt dat een korte factcheck meteen had duidelijk gemaakt dat Ghomeshi de zaken willens en wetens verdraait en verdoezelt: www.canadalandshow.com/fact-checkingjian-ghomeshis-comeback-essay/. Buruma kan formeel gelijk hebben door te stellen dat iemand die juridisch niet veroordeeld is als onschuldig moet worden beschouwd, maar in dit geval is het een op zijn zachtst gezegd ongelukkige redactionele keuze om ’s mans zelfmedelijden en zelfrechtvaardigingen zonder op zijn minst een weerwoord of een andere invalshoek (die van zijn slachtoffers) zomaar op te nemen. Nog problematischer is het ontbreken van enige zelfkritiek bij IB op dit punt. In plaats daarvan komt hij met de bekende riedel dat hij nu ook veroordeeld is door dezelfde krachten die hij ter discussie wilde stellen. Koren op de molens van degenen die beweren dat je vanwege politieke correctheid niet eens meer mag zeggen wat je vindt, en daardoor de reële machtsmechanismen die door #MeToo ter discussie zijn gesteld weer buiten beschouwing proberen te krijgen.

Heidi Dorudi: Thanks Michiel! Het voortdurende zichzelf centreren van mannen als de ‘ware’ slachtoffers van #MeToo is veelzeggend, patriarchaal en vooral weerzinwekkend. Het patriarchaat is oud en diep geïnternaliseerd in mensen. Die machtsstructuren zijn maar moeilijk te kraken. #MeToo begint eraan en niet zonder succes. De male-lash daartegen geeft juist blijk van die diepliggende machtsstructuren. Kijk maar wat Buruma daarover eigenlijk zegt (ik accentueer het even in de tekst): ‘I have absolutely no doubt that the #MeToo movement is a necessary *corrective* [Hoezo “corrective”? Het gaat om veel meer, namelijk om rechtvaardigheid en niet enkel om te “corrigeren”] on male behavior that stands in the way of being able to work on equal terms with women. In that sense, I think it’s an entirely good thing. But like all *wellintentioned* [Hoezo “well-intentioned”? Het gaat niet om “goede bedoelingen” maar om veiligheid en rechtvaardigheid, cruciale zaken in de levens van vrouwen] and good things, there can be *undesirable consequences* [Voor wie? Voor mannen natuurlijk, zie hier zijn uitsluitend mannelijk perspectief. Heeft hij ook maar ooit een seconde nagedacht over de “undesirable consequences” voor vrouwen als het gaat om seksueel machtsmisbruik?]. I think, in a *general climate of denunciation* [dit is hoe hij #MeToo in werkelijkheid ziet, dit toont zijn ware perspectief, en daarom zijn keuze om dat artikel te plaatsen!], sometimes things happen and people express views that can be disturbing. I wouldn’t say that I have an unequivocal view of it.”

Michiel Leezenberg: Ik moet bekennen dat ik deze miskleun extra pijnlijk vind omdat ik Buruma sinds lang hoog heb zitten. Wat hier volgens mij ook zichtbaar wordt is niet alleen een gender- maar vooral ook een generatieconflict.

Ebissé Rouw: Ik denk niet dat het alleen een generatieconflict is, maar ook deel uitmaakt van machtige culturele instituten waar mannen de spreekwoordelijke scepter zwaaiden. Het idee dat je, als je een bepaalde status hebt bereikt, onaantastbaar bent. Kijk bijvoorbeeld naar de hele Avital Ronell, Judith Butler & Co fall-out. Hybris…

Wander Lorentz De Haas: It really is a terrible article. I have been wondering how ‘hands on’ Buruma has actually been: I mean I know one cannot match Silvers of course or Mary Kay at the London Review who were/ are completely consumed by their creations but Buruma certainly seemed to be appearing on a lot on tv here in the States and in NL on various programs, plus keeping up his normal freelance load from all appearances. Certainly at my bookshop – where we sell a lot of NYRBs, maybe our number one seller in magazines – there was some criticism recently at the uneven nature of the articles…

Herman Stevens: Het Ghomeshi-stuk was onverstandig omdat die houding van ‘de andere kant moet ook gehoord’ passé is. Het Hij-Zij-model. Het is een van de factoren die Trump aan de macht heeft gebracht (‘geef die man touw om zichzelf op te hangen’ werkt niet). Daarnaast lijkt dit het moment dat types als Louis CK vinden dat ze nu wel lang genoeg in de hoek hebben gestaan. De NY Review is niet de plek om daaraan mee te werken. En verder heeft Buruma zichzelf niet geholpen door gewoon zijn zelf-schrijven-carrière voort te zetten, ook met gemakzuchtige opa verteltcolumns in NRC. Hij komt onvoldoende betrokken over. De toon is het Slate-interview is dodelijk.

Ilja Hijink: Dank voor het delen van de links. Heel interessant om te lezen hoe dit verhaal zich ontvouwt! Volgens mij zijn er twee zaken misgegaan. Ten eerste lijkt het erop dat het MeToo-thema ertoe heeft geleid dat de NYRBredactie het stuk niet meer heeft beoordeeld volgens standaard kwaliteitscriteria. Het is een waardeloos pathetisch egodocument: Slate en The New Yorker leggen uit wat er mis mee is. Na alles wat er in bijna een jaar over MeToo is geschreven, vind ik het niet te veel gevraagd van de redactie dat dit vooraf was meegewogen. De argumenten van Ian Buruma voor publicatie zijn zeker interessant maar helaas wat eendimensionaal voor zo’n ernstig en gevoelig onderwerp. Wat er vervolgens gierend misgaat is dat Ian Buruma vasthoudt aan zijn zwart-witte stellingen in zijn interviews in Slate en VN. Hij ziet in dat de jongere en oudere generaties verschillende inzichten hebben over de reikwijdte van #MeToo, maar beseft vervolgens onvoldoende in welk kamp hij zit en wat dit impliceert voor zijn rol in de storm die opsteekt. Daarbij vind ik het vrij zwak dat hij als journalist laatdunkend doet over de rol van social media en geen kritische vragen stelt bij de rechtspraak, en dat hij als redacteur een onvolledige sterk gekleurde weergave van de rechtszaak toestaat in het artikel. De interviewvragen in Slate waren alarmbellen die luid en duidelijk om nuance en herbezinning riepen. Buruma lijkt op dat moment nog niet in te zien wat er op het spel staat.

Onlinediscussie: uit draadje 2
Merlijn Olnon: De analyses in de Nederlandse pers van het gedwongen vertrek van Ian Buruma bij de NYRB zien een belangrijk aspect over het hoofd. De reden dat het zo spectaculair mis is gegaan, is vooral dat de Review met Ghomeshi’s stuk een vorm van journalistiek probeerde te bedrijven die haar wezensvreemd is. Daar gelden andere journalistieke wetten – van feitenonderzoek en hoor en wederhoor, maar ook van communicatie (bij controverse) en borging (een ombudsfunctie). De organisatie van de Review is klein en zal de gevolgen maar moeilijk hebben kunnen overzien, laat staan kunnen beheersen. De NYRB is geen krant of nieuwsblad, maar een literair tijdschrift.

Ebissé Rouw: had je iets anders verwacht? Ik had een NL Intelligentsia Defence Brigade BINGO-kaart gemaakt. Ik heb o.a. een koelkast en een wasdroger en een weekendje weg naar NYC met rondleiding @ NYRB HQ gewonnen.

Onlinediscussie: uit draadje 3
Wander Lorentz De Haas: overreaction – bad judgement yes, stupid interview yes, but not enough for dismissal or resigning take your pick. Incidentally he was not the only one on the staff to approve/agree to the printing of the article though the ultimate call was his of course. Herman Stevens: bekijk het wat meer à la New York: dit is een kans om een betere man of vrouw voor die plek te vinden, en dan kan Buruma weer gaan schrijven, wat hij liever doet. Win-win. Merlijn Olnon: Alleen verliest de NYRB nu (als in: op dit moment) heel veel ‘traction’ bij een jonger publiek dat het nu juist vreselijk hard nodig heeft. Ik vrees dat ze dat maar moeilijk alsnog voor zich zullen winnen, en het risico op meer van dit soort campagnejournalistiek ligt in een drang om actueel te zijn, des te meer op de loer.

Uit de redactiemail: Roos van Rijswijk
(…) Ik heb even nagedacht over je voorstel en denk dat ik het wat lastig vind; ik heb uiteraard allerlei meningen over dit soort kwesties, maar analytisch schrijven over deze specifieke kwestie… ik denk niet dat ik iets zinnigers te zeggen heb dan al gezegd is. Dat komt niet voort uit valse bescheidenheid overigens, maar uit het feit dat ik werkelijk niet verder kom dan: ja, raar dat Buruma zo’n stuk publiceert, ik snap wel waar het vandaan komt, maar het is de plank zo hard misslaan dat je je eigen knieschijven raakt. Het is tegelijkertijd vernieuwingsdrift, geldingsdrang, de ongemakkelijkheid van (sommige) mannen met de hele #MeToo-kwestie, een roep om – heel literair eigenlijk – begrip, of aandacht, voor ‘de ander’ die nu ineens de man is, die juist nooit ‘de ander’ was, een verontschuldigende dans en een wraakzuchtige beschuldiging, een ‘wee mij’ en een ‘foei gij’. Iets breders over de hele #MeTooInDeLiteratuur- EnLetteren zal ik misschien nog weleens schrijven, maar dat is typisch een project waarvan ik pas weet of het slaagt als ik ermee bezig ben, ik verzuip nogal eens in de relativeringen, enerzijdsen, anderzijdsen en zijpaden, en ik denk dat het uitgerekend op dit vlak ook heel belangrijk is te bedenken vanuit welke positie je zelf schrijft – en volgens mij zijn er hordes witte, hoogopgeleide vrouwen die mooie of verschrikkelijke stukken schrijven. Ik zou bijna (maar net niet helemaal) zeggen: dat weten we nou wel. Enfin, lange mail kort: toch maar niet dus (…)

Uit de redactiemail: Ebisse Rouw
(…) Incidenten zoals Ian Buruma, John Hockenberry & Avital Ronell laten wederom zien hoe de progressieve haute literary-instituten weinig besef meer hebben van de veranderende wereld; hoe zij moeten omgaan met de pressing issues van deze tijd zoals de #MeToo-beweging. The times they are a-changin’ en instituten die vroeger geroemd werden als platforms voor radicale stemmen bevinden zich ineens on the wrong side of history. Hashtag SAD. Ik wil niet al te veel hierover kwijt tbh. Everything has been said. (…)


Lees ons hele dossier over de affaire Ian Buruma hier.