Alle vrouwen verzamelen: emancipatie en gebundelde levens
🖋 Simone Vermeeren


Je vindt ze om de haverklap in de boekhandel: bundels waarin de levens van verschillende historisch markante vrouwen worden naverteld. Een goede stap in de vrouwenemancipatie, zo lijkt op het eerste gezicht. Historicus Simone Vermeeren ontleedt de plaats en rol van dergelijke vrouwenverzamelingen in het hedendaags feminisme en legt bloot welke minder emancipatiegerichte agenda’s er soms achter zitten.


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *


Alies Pegtel, Buitengewone vrouwen. In de voetsporen van Aletta Jacobs (Amsterdam University Press 2018), 288 blz.
Els Kloek (red.), 1001 vrouwen in de 20e eeuw (Vantilt 2018), 1612 blz.

Een golf van vrouwenlevens overspoelt de boekenmarkt. Wie nu en dan een betere boekwinkel binnenstapt, is het vast niet ontgaan dat er ook regelmatig verzamelingen vrouwenlevens verschijnen. Een greep uit het genre: 1001 vrouwen in de 20e eeuw, samengesteld door Els Kloek; Buitengewone vrouwen. In de voetsporen van Aletta Jacobs, door Alies Pegtel; 50 sterke vrouwen die de wereld veranderden, van Chiara Pasqualetti Johnson; en Darwins Engelen. Vrouwelijke geleerden in de tijd van Charles Darwin; samengesteld door Tessa van Dijk en Norbert Peeters.

Op het eerste gezicht lijken zulke gebundelde vrouwenlevens een positief verschijnsel, aangezien ze een bijdrage leveren aan vrouwen- en gendergeschiedenis. Dat vrouwen eeuwenlang onzichtbaar bleven terwijl de wereldgeschiedenis werd opgetekend, betekent niet dat zij er niet waren en hun sporen niet hebben achtergelaten. Inmiddels wordt er hard gewerkt om ze alsnog een plek te geven in de geschiedenisboeken. Hoe meer vrouwen, hoe beter, is daarbij een logische gedachte, die bijvoorbeeld ten grondslag ligt aan 1001 vrouwen in de 20e eeuw – nota bene de opvolger van 1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis.

Het verzamelen van levens is een eeuwenoud genre, waarin vrouwenbundels sinds de vorige eeuw een speciale positie innemen als exponenten van feministische stromingen. Hoe verhoudt de huidige verzamelwoede zich tot die traditie? En met welke bedoelingen worden groepsportretten op dit moment op de markt gebracht? Hebben al die vrouwenbundels daadwerkelijk een emancipatoire agenda? Vaak worden vrouwen in zulke bundels als sterke en succesvolle individuen gepresenteerd. Dit speelt duidelijk in op een maatschappelijke behoefte en dient op korte termijn een commercieel doel, maar bevordert op de lange termijn de gelijkwaardigheid tussen man en vrouw niet.

Tessa van Dijk & Norbert Peeters (red.), Darwins engelen. Vrouwelijke geleerden in de tijd van Charles Darwin (Atlas Contact 2018), 328 blz.
Chiara Pasqualetti Johnson, 50 sterke vrouwen die de wereld veranderden (vert. Roselle de Jong) (DATO 2018), 228 blz.

‘Straks zijn alle goede vrouwen op’
Het samenbrengen van verschillende mensenlevens in één bundel is zo oud als de geschiedschrijving zelf, en valt terug te voeren op de Griekse historicus en filosoof Plutarchus (circa 46 tot 120 n. Chr.). In diens Parallelle levens worden steeds de levens van een mannelijke Romein en een Griek tegen elkaar afgezet. Ook samengebrachte vrouwenlevens zijn eeuwenoud, al bestaan er aanzienlijk minder voorbeelden van. Het boek dat de adellijke Franse auteur Christine de Pizan (1364 tot circa 1430) aan het begin van de vijftiende eeuw schreef, spreekt nog altijd het meest tot de verbeelding. In Het boek van de stad der vrouwen (1405) beschreef De Pizan de levens van verschillende historische vrouwen, en gaf ze hen op basis van hun verdiensten een plek in een allegorische vrouwenrepubliek.

Als gevolg van de tweede feministische golf raakte het genre begin jaren tachtig ingebed in de academie, als een internationaal vaak voorkomende en activistische publicatievorm binnen de aan terrein winnende vrouwenstudies. In ‘groepsbiografieën’ maakten feministische wetenschappers kennis over de levens van bijvoorbeeld arbeidersvrouwen beschikbaar. In eerste instantie richtte het genre zich vooral op vrouwelijke schrijvers. Een hoogtepunt in de feministische literatuurkritiek is het boek Literary Women (1976) van Ellen Moers. Daarin las Moers voor het eerst romans van vrouwelijke schrijvers vanuit een genderperspectief. Dat dit boek vooral bekende namen bevat, zoals Charlotte Brontë, Mary Shelley en Virginia Woolf, ligt aan hun goed ontvangen geschreven oeuvres, waarmee ze aan de vergetelheid ontsnapten.

In diezelfde periode werden voor het eerst op grote schaal biografieën over individuele vrouwen geschreven – over vrouwelijke schrijvers, kunstenaars, verzetshelden, presidentsvrouwen en koninginnen. Die trend werd uiteindelijk, ook internationaal, zo groot dat historicus Susan Ware zich in 2010 afvroeg of ‘alle goede vrouwen niet binnenkort allemaal op zouden zijn’.1 Een schertsende vraag, maar wel met een misschien onbedoelde en daarom juist wrange kern van waarheid: de onderwerpskeuze van veel recente vrouwenverzamelingen vertoont namelijk een zekere armoede, die inderdaad suggereert dat de goede vrouwen ‘op’ zijn.

Dit geldt niet voor 1001 vrouwen in de 20e eeuw, een uitstekende recente vrouwenbundel, die in 2016 werd verkozen tot het Beste Geschiedenisboek Aller Tijden. De bundel, opgesteld in de vorm van een encyclopedie, maakt vrouwen zichtbaar die, ondanks maatschappelijke obstakels, hun stempel wisten te drukken op de Nederlandse geschiedenis. Stichting 1001-Vrouwen opereert al sinds 2004 online met het Digitaal Vrouwenlexicon, een website waarop levensbeschrijvingen van bekende en minder bekende historische Nederlandse vrouwen worden gepubliceerd. 1001 vrouwen uit de Nederlandse geschiedenis is in 2013 door hoofdredacteur Els Kloek uit al die lemma’s samengesteld, en in 2018 volgde het twintigste-eeuwse zusje. Wie door het naslagwerk bladert, ziet een rijkgeschakeerde stoet van vrouwelijke schilders, schrijvers, politici, onderwijzers, schakers, activisten, musici, journalisten, filantropen en bordeelhouders aan zich voorbijtrekken. Kloek en consorten hebben de opvatting dat de opgenomen vrouwen bekende vrouwen moeten zijn losgelaten – anders dan andere samenstellers van vrouwenbundels. Hoe verhouden die andere bundels zich tot 1001 vrouwen?

Bijzondere vrouwen en boegbeelden
In juni 2018 verscheen Buitengewone vrouwen. In de voetsporen van Aletta Jacobs, geschreven door Alies Pegtel, die eerder politicus Haya van Someren-Downer portretteerde. Buitengewone vrouwen is een jubileumboek dat verscheen naar aanleiding van het honderdjarig bestaan van de Vereniging van Vrouwen met Hogere Opleiding (VVAO). Het bespreekt de levens van dertien vrouwen, die allemaal lid waren van de VVAO en een prominente rol hebben gespeeld in de eerste drie feministische golven in Nederland. Zoals de titel doet vermoeden begint Pegtel bij Aletta Jacobs, de eerste vrouwelijke student (1871) en arts (1878). De reputatie van de geportretteerde vrouwen is bij de selectie duidelijk verkozen boven affiniteit met de vereniging: lang niet alle geportretteerden gaven daadwerkelijk een betekenisvolle invulling aan hun lidmaatschap. Voor lezers die een beetje thuis zijn in de geschiedenis van het Nederlandse feminisme presenteert dit boek alleen de usual suspects, zoals de eerste vrouwelijke hoogleraar Johanna Westerdijk, de eerste vrouwelijke minister Marga Klompé en kamerlid Corry Tendeloo, die in 1956 de wettelijke handelingsonbekwaamheid van de vrouw afschafte. In dit kopstukkenrijtje ontbreekt in feite alleen Wilhelmina Drucker, die dus geen VVAO-lidmaatschap zal hebben gehad.

Voor de leek is Buitengewone vrouwen een overzichtelijke en goed geschreven introductie op Nederlandse feministische boegbeelden, en de VVAO stond tijdens het feestjaar met een fraai relatiegeschenk in handen, maar iets nieuws onder de zon biedt het boek niet. Zeven van de dertien geportretteerden hebben daarnaast al een ‘eigen’ biografie. In haar voorwoord toont Pegtel zich daarvan bewust en schrijft ze dat ‘deze vrouwen niet vergeten’ zijn. Ze geeft aan met het boek aan te willen sluiten bij die afzonderlijke levensgeschiedenissen, vooral de herinnering aan de vrouwen in ere te willen houden en een gezamenlijk perspectief te willen toevoegen aan die boekenkast met fragmentarische herinneringen. ‘Uiteindelijk’, besluit ze, ‘is de emancipatiegeschiedenis het werk van velen.’ In dat licht is de onderwerpskeuze voor een aantal emancipatieboegbeelden, opgetekend in afzonderlijke hoofdstukken, ironisch: beter had het boek zich kunnen richten op de onbekendere gelederen van de VVAO.

Pegtels besef dat gestage druk de steen uitholt, ontbreekt volkomen in 50 sterke vrouwen die de wereld veranderden – de schreeuwerige titel geeft dat al weg. Het boek, in 2018 samengesteld door de Italiaanse journalist Chiara Pasqualetti Johnson, bevat de verzamelde levens van internationale vrouwen wier levens zich grotendeels in de twintigste eeuw afspeelden. Wat Pasqualetti Johnson bedoelt met ‘de wereld veranderden’ in haar titel is niet meteen duidelijk: vrijwel geen van de geportretteerden had daadwerkelijke bestuurlijke of economische macht. De selectie aan vrouwen doet culturele- en mentaliteitsveranderingen vermoeden. In haar voorwoord definieert Pasqualetti Johnsons een ‘sterke vrouw’ als een vrouw met een pioniersgeest, een vooruitziende blik en passie. Uit wat volgt blijkt dat in dat rijtje eigenschappen vooral ook ‘glamour’ had moeten staan.

Ook de namen in deze selectie liggen voor de hand. De levensverhalen en wapenfeiten van vrouwen als suffragette Emmeline Pankhurst, mensenrechtenactivist Rosa Parks en schei- en natuurkundige Marie Curie mogen bekend zijn. Andere vrouwen als Coco Chanel en Estée Lauder bereikten weliswaar veel in zakelijk opzicht, of werden, zoals Diana Spencer, een wereldberoemd icoon, maar hoe zij ‘de wereld veranderden’ geeft het boek niet te kennen. Ook passeren vrouwen de revue als de Duitse cineast Leni Riefenstahl, die in opspraak kwam vanwege haar betrokkenheid bij het naziregime, en Indira Gandhi, die in de jaren tachtig premier van India was en een controversieel buitenlandbeleid voerde; omstreden types, van wie het maar de vraag is of ze passen in een boek met vrouwen ‘die met hun voorbeeldfunctie nog steeds nieuwe generaties kunnen inspireren’.

De nadruk ligt in 50 sterke vrouwen op beeld en niet op tekst. De vele foto’s, bij voorkeur close-ups, sturen de aandacht naar het uiterlijk van de geportretteerden. Ook de spaarzame tekst doet dat, met termen als ‘androgyn’, ‘slank’, ‘afwijkend van het schoonheidsideaal’, ‘bloedmooi’ en ‘behangen met parels’. Dit is extra storend omdat de tekst een aantal feitelijke fouten en onvolledigheden bevat. De levensbeschrijving van Mata-Hari (de artiestennaam van Margaretha Geertruida Zelle) rept over een onbezorgde jeugd in een welgestelde middenklassenfamilie. De recentste biografie, van Jessica Voeten en Angela Dekker, Moed en overmoed. Leven en tijd van Mata-Hari (2018), leert ons echter dat Zelles vader failliet ging toen Margaretha nog jong was. Overigens bestaat van vrijwel alle geselecteerde vrouwen al minstens één biografie; het enige nieuwe aan 50 sterke vrouwen is dus de selectie.

Economisch gewin en welkome middelmaat
Aan welke behoefte komt een boek als 50 sterke vrouwen tegemoet? Sinds de vierde golf is aangebroken, speelt feminisme zich voor een aanzienlijk deel af op sociale media. Massaal gedeelde hashtags als #HeForShe, #MeToo, #Stemopeenvrouw en #Leeseenvrouw zijn uitingen van dit nieuwe feminisme. Iedereen kan ze gebruiken en velen doen dat ook: met één druk op een knop kun je al blijk geven van een feministische overtuiging. Deze trend heeft voordelen. Zo verspreiden aangekaarte ongelijkheidsproblematiek en feministische overtuigingen zich snel, en raken ze door hun populariteit genormaliseerd. Bekende actrices en popsterren gaan voorop in de omarming van feminisme als lifestyle waarin de uniciteit van de sterke vrouw wordt gevierd: binnen de kortste keren is die Instagram-verantwoord en hip.

Zorgwekkend is deze ontwikkeling niet per se. De keerzijde is wel dat feminisme makkelijk verwordt tot een verdienmodel. In een wereld waarin een sterke nadruk ligt op in beeld gevangen individualiteit en persoonlijk succes lopen feministisch activisme, sociale trends en kapitalisme soms onmerkbaar in elkaar over. Mede door de nadruk op beeld valt 50 sterke vrouwen het best te begrijpen als commercieel inspelen op de feministische lifestyletrend; het boek is zogenaamd feministische merchandise, gericht op verkoop en niet op verandering.

Verzamelde vrouwen passen, kortom, bij de tijdsgeest, en commercieel gezien zijn vooral ‘sterke vrouwen’ interessant. Gecombineerd met het huidige streven om over zoveel mogelijk vrouwen te schrijven, levert dit vooral verzamelingen van veelal dezelfde vrouwenlevens op. Alle goede bedoelingen ten spijt benadrukt het gros van deze boeken daardoor vooral wat vrouwen niet zijn: mannen. De titel van het boek Darwins engelen. Vrouwelijke geleerden in de tijd van Charles Darwin (2018) illustreert dat voortreffelijk. Het meest noemenswaardige element uit de levens van de vrouwen in de bundel is dat zij geen mannen waren en toch situatie x hebben meegemaakt of beroep y hebben uitgevoerd. Een bundel met daarin alleen ‘bijzondere’ vrouwenlevens legt die levens hoe dan ook langs de mannenlat: een sterke vrouw, is de suggestie, is bijna net zo bekwaam als een man, die ‘van nature’ sterk is.

Ga maar eens na: hoeveel mannenbundels zijn er de afgelopen tijd verschenen? Mannen die iets hebben gepresteerd krijgen vaak een eigen biografie – ook al zijn ze allang vergeten als minister-president, waren ze tweederangs politici of matig getalenteerde sporters. Vrouwen moeten het vooralsnog vaak doen met een plek in een bundel; aan hen wordt slechts zo nu en dan een biografie gewijd. Gelukkig staat daartegenover dat, als vrouwenbiografieprojecten eenmaal van de grond zijn komen, ze over het algemeen een boek van goede kwaliteit opleveren. De eerdergenoemde Mata-Hari-biografie is daar een voorbeeld van, net als het biografisch werk van Maaike Meijer en Annet Mooij. Toch is er nog een lange weg te gaan, ook wat waardering betreft: de afgelopen tien jaar ging nog geen kwart van de biografieën op de shortlists voor de tweejaarlijkse Nederlandse Biografieprijs over een vrouw.

Natuurlijk is het streven om iets te doen aan de afwezigheid van vrouwen in geschiedenisboeken lovenswaardig. Doordat ze snel een heleboel vrouwenlevens zichtbaar maken, lenen vrouwenbundels zich daar in theorie goed voor. Toch werken de goede bedoelingen in de praktijk vaak juist de status quo in de hand: levens van vrouwen worden gescheiden van die van mannen beschreven en gedocumenteerd, waardoor een papieren segregatie in stand blijft. Bovendien worden vaak dezelfde vrouwenlevens beschreven en gepresenteerd als uitzonderlijk, als bijna even belangrijk als die van goed presterende mannen.

Mannen-en-vrouwenbundels zouden hiervoor een oplossing kunnen zijn. De VVAO zou haar volgende jubileum kunnen vieren met een bundel met vijf markante vrouwen uit de verenigingsgeschiedenis en vijf mannen die te maken kregen met de vereniging, als partner, conciërge of betrokken bestuurder. De opvolger van het boek van Pasqualetti Johnson zou een groot fotoboek kunnen zijn dat een ode brengt aan de idealisten (m/v) die probeerden de wereld te veranderen.

Tenslotte past een oproep aan biografen. Gedegen biografisch onderzoek is cruciaal, willen we bereiken waar de vrouwenverzamelbundels voor zijn bedoeld. Biografen zouden zich vaker kunnen richten op het portretteren van een vrouw, want vrouwen zijn heus nog niet op; we hebben ze alleen op de verkeerde plekken gezocht, met verkeerde zoektermen. Lang zijn we gespitst geweest op de vrouwen die in het oog sprongen, vrouwen die – volgens al te mannelijke normen – een biografie ‘verdienen’. Maar als middelmatige mannen gesubsidieerde biografieën krijgen, moeten ook middelmatige vrouwen die tijd en aandacht kunnen krijgen. Geef gehoor aan deze oproep, en doe dat geheel in de stijl van de nieuwste generatie feministen: #biografeereenvrouw en #laatdevrouwmiddelmatigzijn.

Noten

1] Susan Ware, ‘Writing Women’s Lives: One Historian’s Perspective’ in: The Journal of Interdisciplinary History, 40:3 (2010), 433.