Herodotus:
verteller of geschiedschrijver?
🖋 Piet Gerbrandy


‘Wie Herodotus als geschiedschrijver ziet, moet zich de vraag stellen hoe goed hij zich heeft gedocumenteerd en hoe objectief hij is. Maar dat zijn de verkeerde vragen.Piet Gerbrandy leest de nieuwe vertaling van Herodotus’ Historiën, die eindelijk recht doet aan de intelligente en ruimdenkende geest van deze oervader van de vertelkunst.


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *


Wie zijn we? Waar bevinden we ons? Wat moeten we doen? Om de eerste vraag te kunnen beantwoorden moeten we eerst weten wie de anderen zijn en waar onze oorsprong ligt. Bij de tweede vraag gaat het eveneens om oriëntatie, maar dan in de ruimte. De laatste vraag betreft mogelijkheden en grenzen, instrumentarium en moraal. Het ligt voor de hand dat mensen zich deze vragen hebben gesteld vanaf het moment dat ze over taal beschikten, maar dat je ze ook systematisch zou kunnen onderzoeken, is niet vanzelfsprekend. De wetenschappen die zich ermee bezighouden, van geschiedenis en geografie tot astronomie en filosofie, konden zich pas ontwikkelen toen er een schriftcultuur was die het mogelijk maakte bevindingen op toegankelijke wijze vast te leggen, zodat vakgenoten en volgende generaties konden voortbouwen op wat al bedacht was. In het Westen gebeurt dat in de vijfde eeuw v.Chr., in Griekstalige steden rond de Egeïsche Zee, om reeds een eeuw later te culmineren in het werk van Aristoteles, de grondlegger van vrijwel alle wetenschappen die tot op de dag van vandaag beoefend worden. Aristoteles en zijn tijdgenoten zochten niet slechts naar de waarheid, maar gaven zich ook rekenschap van hun methode. Ik kan wel beweren dat iets het geval is, maar hoe maak ik dat aannemelijk en controleerbaar?

Herodotus, Historiën. Alles wat ik zag, hoorde en onderzocht (vert. Wolther Kassies, red. Michel Buijs) (Athenaeum-Polak & Van Gennep 2019), 960 blz.

Misschien mag Herodotus (ca. 484-424 v.Chr.), afkomstig uit Halikarnassos (nu: Bodrum aan de westkust van Turkije), als de belangrijkste voorloper van de vierde-eeuwse wetenschap worden beschouwd. Weliswaar denkt hij nog niet stelselmatig na over zijn methodologie, maar zijn drang om rationele verklaringen te zoeken voor alle merkwaardige verschijnselen die hij in de wereld tegenkwam, moet een belangrijke inspiratiebron voor de onderzoekers na hem hebben gevormd. Nieuwsgierig, intelligent, kritisch, ruimdenkend en welbespraakt doorkruiste hij de Griekse wereld op zoek naar kennis, wijsheid en curiositeiten, om alles wat hij tegenkwam nauwkeurig te noteren en vervolgens met zijn verhalen de boer op te gaan. Op zichzelf was dat niet nieuw, want we kennen namen en tekstfragmenten van eerdere denkers en reizigers die geprobeerd hebben hun visies op uiteenlopende onderwerpen op schrift te stellen. Maar Herodotus kwam met een geniale vondst: hij bewerkte zijn materiaal tot één doorgecomponeerd boek, één doorlopend verhaal, dat zo was opgezet dat hij er alles in kwijt kon wat hij wilde vertellen. Het resultaat is een spannend, informatief, hier en daar zelfs spectaculair werk dat zich probleemloos van kaft tot kaft laat lezen, terwijl het evengoed mogelijk is je tot losse, doorgaans voorbeeldig afgeronde episodes te beperken. Het is, voor zover wij weten, het eerste samenhangende prozaboek van grote omvang uit de westerse literatuur. In die zin was Herodotus als schrijver een voorbeeld voor alle prozaïsten die na hem komen.

Het uitgangspunt van Herodotus’ constructie is een door hem waargenomen animositeit tussen Grieken en ‘het Oosten’. Die heeft volgens hem oude wortels – denk aan de Trojaanse Oorlog – maar komt pas tot volle uitbarsting tijdens de zogenaamde Perzische Oorlogen (490-479 v.Chr.), toen twee Perzische koningen, Darius en zijn zoon Xerxes, hun pogingen Griekenland in hun rijk in te lijven jammerlijk zagen mislukken. Herodotus’ werk wordt traditioneel in negen boeken ingedeeld, maar pas in het zesde boek beginnen de eigenlijke veldtochten, die leiden tot de roemruchte slagen bij Marathon, Thermopylae, Salamis en Plataeae.

De eerste vijf boeken worden wel beschouwd als voorgeschiedenis tot het centrale conflict, maar ik geloof dat het misleidend is het zo te formuleren. Want waar gaat dit werk nu eigenlijk over? Wat wil Herodotus, behalve kennis spuien en goede verhalen vertellen?[1] De zin waarmee de auteur zich voorstelt wordt in de nieuwe vertaling opgeknipt:

Herodotus, burger van Halikarnassos, presenteert hier het resultaat van zijn onderzoek. Hij wil ermee bereiken dat wat mensen hebben gedaan, in de loop van de tijd niet vergeten wordt en dat de grootse en bewonderenswaardige prestaties die door Grieken, maar ook door barbaren zijn verricht, hun bekendheid niet verliezen. Ook wil hij duidelijk maken, hoe het kwam dat ze elkaar beoorloogden.

Het woord dat hier als ‘onderzoek’ wordt vertaald (historiè), is afgeleid van een werkwoordsstam die oorspronkelijk ‘zien’, en vervolgens ‘weten’ is gaan betekenen. Historeîn is ‘proberen te weten te komen’. Omdat het verleden een belangrijk deel uitmaakt van wat Herodotus onderzoekt, rekent men zijn werk, dat in latere generaties de titel Historiën heeft gekregen, tot de geschiedschrijving. Maar met die classificatie doe je het schromelijk tekort. Herodotus is evenzeer een geograaf en een antropoloog als een historicus. De Perzische Oorlogen vormen slechts een kapstok waaraan de auteur zijn visie op de mens kon ophangen. Hij mag zich verbazen over vreemde gewoonten in verre streken, maar laat ze, zij het soms met subtiele ironie, in hun waarde. Dit is een bekend voorbeeld:

Wanneer de Skythen de beschikking over het zaad van de hennepplant krijgen, gaan ze hun vilten tenten in en leggen de zaadkorrels op de gloeiende stenen. Het zaad begint dan damp af te geven en produceert zo’n sterke geur dat daar geen enkel Grieks dampbad tegenop kan. De Skythen laten er van puur genot een geloei bij horen. Deze behandeling geldt bij hen als bad, want het lichaam met water wassen doen ze nooit.

Voor Herodotus is de mens een wonderlijk, inventief en veerkrachtig wezen, dat echter steevast met blinde vlekken is behept. Met name rijke en machtige figuren verliezen uit het oog dat ze in feite nietige schepsels zijn, met als gevolg dat ze met open ogen hun ondergang tegemoet snellen. Het ultieme geval van hoogmoed en verblinding is koning Xerxes, wiens naïef optimisme door Herodotus met een zeker mededogen wordt beschreven: hoe vaak de jonge vorst ook gewaarschuwd wordt, hij neemt stelselmatig de verkeerde beslissingen.

Wie Herodotus als geschiedschrijver ziet, moet zich de vraag stellen hoe goed hij zich heeft gedocumenteerd en hoe objectief hij is. Maar dat zijn de verkeerde vragen. Niet alleen bestond een concept als objectiviteit nog niet, bovendien is het onderzoek naar wat er in het verleden is gebeurd maar een onderdeel van wat hij beoogde. Literaire non-fictie dan? Maar van nogal wat – vaak aangrijpende – short stories is het zonneklaar dat ze fictief zijn. Nee, de Historiën zijn geen geschiedwerk. Als we zijn werk dan per se willen categoriseren, moeten we concluderen dat het een verbluffende verzameling is van steengoede verhalen, beschouwingen en etnologische essays.[2]

Het werd hoog tijd dat er een nieuwe vertaling verscheen, want de schreeuwerige versie van Hein van Dolen (1995) deed absoluut geen recht aan de stijl van Herodotus, die erop gericht is niet de aandacht op zichzelf te vestigen. De Griekse zinnen zijn vaak losjes geconstrueerd, woorden worden onbekommerd herhaald, ook binnen één zin. De verhalen lijken zichzelf te vertellen, al levert Herodotus vaak wel commentaar, nuchter en kritisch, want hij laat zich niet zomaar alles op de mouw spelden. Maar hij zal nooit zijn stem verheffen. De vertaling van Wolther Kassies is kalm en degelijk, de toelichting van Michel Buijs is adequaat.

Laat ik één voorbeeld geven. Wanneer de Lydische koning Kandaules verliefd is geworden op zijn eigen vrouw, zegt hij tegen zijn lijfwacht: ‘Gyges, ik heb de indruk dat u mij niet gelooft wanneer ik over de schoonheid van mijn vrouw spreek. Daarom – de oren van de mens zijn nu eenmaal onbetrouwbaarder dan zijn ogen – moet u zorgen dat u haar naakt te zien krijgt.’ Dat is precies wat er in het Grieks staat. Bij Van Dolen klonk het zo: ‘Zeg Gyges, volgens mij geloof je het wel als ik het over mijn knappe vrouw heb, en denk je er het jouwe van. Mensen nemen pas iets aan wanneer ze het zelf hebben gezien. Daarom moet jij het zo regelen dat je haar kunt bespieden als ze zich heeft uitgekleed.’ Niet nodig, die populaire toon en al die uitleg. Herodotus kan voor zichzelf spreken. Kassies’ vertaling is een verademing.

Noten
[1] Recentelijk verscheen een aantrekkelijke verzameling teksten waarin antieke historiografen zich uitlaten over hun metier: John Marincola (ed.), On Writing History from Herodotus to Herodian, Penguin Classics 2017.

[2] Voor een overzichtelijke introductie van het werk, zie Sean Sheehan, A Guide to Reading Herodotus’ Histories, Bloomsbury 2018.