Herinneren, herhalen: koloniale erfenissen in de politiek
🖋 Elizabeth Buettner


‘De typering van Falkland Islanders, radicale verdedigers van een wit Rhodesië, en Ulster-loyalisten als “Britain’s pieds noirs” is politiek provocerend maar stemt tot nadenken.’ Elizabeth Buettner bespreekt Empires of the Mind, waarin Robert Gildea uit de doeken doet hoe het koloniale verleden van de Franse en Britse rijken de hedendaagse politiek blijft bepalen.


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *


Robert Gildea, Empires of the Mind: The Colonial Past and the Politics of the Present (Cambridge University Press 2019), 334 blz.

In 2013, toen politici in het Westen debatteerden over mogelijke interventies in Syrië, zei de voormalige nationale veiligheidsadviseur van de Verenigde Staten, Zbigniew Brzezinski, naar verluidt dat hij ‘verbaasd was over hoe gretig Groot-Brittannië en Frankrijk voorstander van militaire actie leken te zijn. En ik ben me ook bewust van het feit dat deze twee machten voormalige imperialistische, kolonialistische machten in dat gebied waren.’ In Empires of the Mind gaat Robert Gildea nader in op deze observatie, waarbij hij op krachtige wijze de negatieve effecten van recentelijk vervlogen kolonialismen op de ‘politiek van het heden’ demonstreert. De discussie rondom Syrië was een voorbeeld van de hardnekkigheid van de ‘koloniale reflex’ in de twee grootste voormalige koloniserende machten van Europa.

Gildea’s boek kreeg zijn eerste beslag toen hij in 2013 de Wiles-lezingen aan de Queen’s University Belfast gaf, en veranderde aanzienlijk op weg naar publicatie – van vier lezingen over ‘Remembering and Repetition in France: Defeat, colonialism and resistance since 1940’ naar een veel ambitieuzere onderneming. Gaandeweg ontwikkelde de focus op een enkel(e) natie/rijk zich tot een vergelijkende studie van koloniale rijken, hun verlies en hun nasleep, in Frankrijk en Groot-Brittanië. Zo bespreekt hij bijvoorbeeld de frequente verwikkeling van verstokte koloniale mentaliteiten met migratiegeschiedenissen uit voormalige rijken, die twee zeer diverse Europese samenlevingen hebben voortgebracht. Gildea heeft zijn onderzoek ook uitgebreid over een veel langere tijdspanne, die lang voor de val van Frankrijk in de Tweede Wereldoorlog begint en die niet alleen de crisis in Syrië omvat, maar ook vele andere recente ontwikkelingen, waaronder een paar die niet lang voor de eerste druk van Empires of the Mind plaatsvonden.

Deze bredere aanpak maakt de studie des te relevanter en actueler. Er zijn scherpzinnige kritieken van vele onderwerpen; van Brits en Frans racisme – zowel in de koloniën als tegenover minderheidsgroepen die allang gevestigd zijn in postkoloniale metropolen – tot de impact die koloniale erfenissen hebben gehad op reacties op de War on Terror na 11 september 2001, en de houding van deze voormalige kolonialistische machten ten opzichte van de Europese Unie.

Van intern kolonialisme naar Little England
Gildea’s vurige afbraak van talloze koloniale en postkoloniale rechtvaardigingen van het koloniale rijk, die samen met destructieve fantasieën over mondiale hegemonie nog altijd racisme en islamofobie bestendigen, zal onverteerbaar zijn voor degenen die blijven volhouden dat de grote rijken veel meer goed dan kwaad hebben gedaan. Gildea verzet zich ook tegen tegenstanders van het Europese integratieproject die niet loskomen van mythes van de imperiale grandeur van weleer (zoals het geval is met veel prominente Brexiteers), en tegen degenen die intolerant zijn ten aanzien van het multiculturele heden van Groot-Brittannië en Frankrijk dat direct voortkomt uit hun koloniale geschiedenis. Spanningen in de multi-etnische banlieues van Frankrijk ‘werden waargenomen door een koloniale lens’ en de politie behandelde deze buitenwijken ‘alsof het interne koloniën waren’. Evenzo was de ‘referendumstemming van Groot-Brittannië op 23 juni 2016 een overwinning voor de pleitbezorgers van Little England, georkestreerd door degenen die in een mondiaal Groot-Brittannië geloofden, een afgestofte fantasie van het Britse Rijk’ waarin ‘onder degenen die vijandig tegenover immigratie zijn, wel 80% stemde om uit [de EU] te stappen’.

Het vergelijken en contrasteren van dit soort Britse en Franse voorbeelden brengt veel nieuwe inzichten, bijvoorbeeld over settlerkolonialisme en de manier waarop witte kolonisten profiteerden van structurele privileges, en obstakels vormden voor vreedzame dekolonisatie. Gildea’s bespreking strekt zich uit van Frans-Algerije tot de ‘witte heerschappijen’ van Groot-Brittannië in Canada, Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika en daarbuiten, inclusief Noord-Ierland. De typering van Falkland Islanders, radicale verdedigers van een wit Rhodesië, en Ulster-loyalisten als ‘Britain’s pieds noirs’ is politiek provocerend maar stemt tot nadenken – zo ook Gildea’s nadrukkelijke stelling dat de oorlogen in de late twintigste en vroege eenentwintigste eeuw in Irak, Syrië en elders begrepen moeten worden als onderdeel van een continuüm van de uitbuitende mandaten die Frankrijk en Groot-Brittanië sinds de Eerste Wereldoorlog in deze gebieden hadden. Terugkerende thema’s zijn westers neokoloniaal gedrag in voormalige rijken, en de onderling verbonden geschiedenis van dekolonisatie en de oorsprong van de EEG/EU, waarbij Gildea zijn verhaal doorvoert tot aan de continuïteiten en breuken zoals die zich ontwikkelen ten tijde van May en Macron.

Gezien het belang van het onderwerp (empire) voor een goed begrip van zulke ingrijpende en veelbesproken historische en hedendaagse kwesties is het betreurenswaardig dat het boek chronologisch is opgebouwd, en niet thematisch. Vooral het eerste deel van het boek bestaat voornamelijk uit basisinformatie over de achtergrond die gemakkelijk terug te vinden is in veel andere bestaande geschiedenissen van empire. In een poging zoveel mogelijk te bespreken, blijft Gildea soms aan de oppervlakte, en verdeelt hij bovendien zijn behandeling van cruciale thema’s over een aantal hoofdstukken, waardoor lezers het hele boek door moeten op jacht naar parels van wijsheid, die beter samengebracht hadden kunnen worden om hun verbondenheid te tonen. Gildea verdient desondanks lof voor het blootleggen van de ongelijke implicaties van empire voor kolonisten en gekoloniseerden, en het in kaart brengen van hun ondermijnende effecten – in verleden, heden en ongetwijfeld toekomst – zowel binnen als ver buiten Europa.

Deze bespreking verscheen eerder in The Times Literary Supplement (TLS) (12 juni 2019). Vertaling: Liza Schippers.