De mogelijkheid van een schiereiland
Jozef Waanders

Mariemontkaai in de Brusselse wijk Sint-Jans-Molenbeek, 1980. Foto: Michel Huhardeaux.


De terugval naar nationalisme en tribalisme die ten grondslag ligt aan veel terroristisch geweld, lijkt te herleiden tot de ontheemding van de mens. Waar komt die ontworteling vandaan? vraagt Jozef Waanders zich af in dit essay van de longlist van de Joost Zwagerman Essayprijs. Een deel van het antwoord ligt in het werk van Schelling.

1.

Op 10 april 2016 verlaat een aangeslagen Abderrahmane Abdeslam de gevangenis van Brugge, waar hij zojuist zijn jongste zoon Salah heeft bezocht. Een kleine maand eerder is Salah Abdeslam, dan nog de meest gezochte terrorist ter wereld, na een internationale klopjacht opgepakt in de Brusselse deelgemeente Molenbeek. Samen met zijn broer Brahim nam hij deel aan de Parijse aanslagen van 13 november 2015. ‘Ik begrijp niet hoe de kinderen zich zo in de problemen hebben kunnen werken,’ spreekt vader Abdeslam bij het verlaten van de gevangenis zijn verbijstering uit. ‘Ik snap echt niet wat er in hun hoofden omgaat. Ik woon nu veertig jaar in België. We waren hier gelukkig, gingen uit en hadden plezier.’

***

De broers Brahim en Salah worden in de jaren tachtig geboren in België en groeien op in Molenbeek, in een Frans-Marokkaans gezin met een vader, een moeder, twee andere broers en een zusje. Hun ouders wonen al decennia in Brussel, maar hun wortels liggen in het Marokkaanse kuststadje Bouyafar, waar het gezin jaarlijks op vakantie gaat. De Franse nationaliteit hebben ze te danken aan een tijdelijk verblijf in Algerije. Het is een onopvallend gezin. Gelovig, maar niet bijzonder vroom. Vader Abdeslam gaat zo nu en dan naar het vrijdaggebed. Moeder Abdeslam draagt geen hoofddoek en is volgens bekenden zelfs ‘best modern’.

Plannen voor een aanslag rijpen tussen wietwalmen.
Aanvankelijk doen de broers wat veel jongeren in het armoedige Molenbeek doen. Ze gaan uit in clubs, roken jointjes, drinken biertjes, en plegen kleine diefstallen of dealen in drugs om dat te kunnen financieren. Salah wordt in Brusselse gaybars gezien, maar pikt net als zijn broer Brahim ook regelmatig prostituees op in de buurt rondom de Antwerpse Poort. Een portret in het Vlaamse tijdschrift Humo zal de vier Abdeslam-broers later als de Daltons van Molenbeek omschrijven. De kleine, slimme Salah deelt de lakens uit – net als Joe Dalton. De luidruchtige Brahim doet denken aan de niet al te snuggere Averell. Kort werken ze als elektricien of tramtechnicus, zonder veel succes. Het huwelijk van Brahim strandt, terwijl de verloving van Salah onder druk staat door zijn werkeloosheid en kleine criminaliteit – waarvoor hij een maand in de gevangenis belandt. Vanaf 2013 runnen ze samen een café in Molenbeek: Les Béguines. Ook daar wordt gedeald, geblowd en gedronken. Volgens buurtbewoners heeft het meer weg van een coffeeshop dan van een café. Salah fuift er graag, heeft veel succes bij de vrouwen en kijkt er bijna alle wedstrijden van de Champions League. Tot laat in de nacht klinkt luide muziek, regelmatig breken vechtpartijen uit. Business as usual.

Van religiositeit, laat staan extremisme, is amper sprake. Of de broers ooit in een moskee zijn geweest, is de vraag. Hun radicalisering slaat even plotseling als genadeloos toe. Brahim struint op zijn laptop in Les Béguines websites van IS af. Salah krijgt steeds vaker berichten van een naar Syrië vertrokken jeugdvriend, nu jihadist. Plannen voor een aanslag rijpen tussen wietwalmen.

Op 13 november 2015 blaast Brahim zichzelf in Parijs op aan Comptoir Voltaire, vlakbij de Place de la Nation, nadat hij daar door zijn broertje is afgezet. Hij is een van de acht aanslagplegers die verantwoordelijk zijn voor een bloedbad op verschillende locaties in de Franse hoofdstad waarbij honderddertig mensen omkomen. Salah speelt in de voorbereiding van de Parijse aanslagen een grote rol: hij huurt de kamers waar de terroristen overnachten en de auto’s waarmee ze op locatie worden afgezet. Als zijn eigen bomgordel door een technisch mankement niet afgaat, dumpt hij die in de rue Frederic Chopin in de Parijse buitenwijk Montrouge en vlucht hij terug naar Brussel. Zo blijft hij als enige van de aanslagplegers in leven. 126 dagen later wordt hij bij een grootscheepse politieactie in zijn thuiswijk Molenbeek opgepakt.

Van God of gebod trokken ze zich niets aan: ‘Hun leven draaide rond joints, alcohol en diefstal.’

IS claimt de verantwoordelijkheid voor de ‘gezegende aanval’ op ‘de hoofdstad van gruwel en perversie’. Uit een testament van Salah dat de politie later op een weggegooide laptop vindt, blijkt dat hij net als zijn broer martelaar had willen worden, ‘maar Allah heeft er anders over beslist’. ‘Allah?’ reageert de ex-vrouw van Brahim verbijsterd. Van God of gebod trokken ze zich niets aan: ‘Hun leven draaide rond joints, alcohol en diefstal.’

***

Brahim en Salah Abdeslam, de selfmade jihadi’s, voelden geen vaste grond meer onder hun voeten. Ze strekten zich naar alle kanten uit zonder innerlijk zwaartepunt of centrum. Als een elastiek dat knapt omdat het te ver wordt opgerekt, klapte hun bestaan ineen. Van gaybars, prostituees en drugs sloeg hun oriëntatie om naar de jihad. Ze zochten een weg naar hun origine en wreekten zich via een oorsprongsmythe op hun eigen ontworteling.


Dit essay staat op de longlist van de Joost Zwagerman Essayprijs 2020. De essayprijs wordt jaarlijks uitgereikt aan aanstormend talent, in samenwerking met de Bijleveltstichting, de Maatschappij der Nederlandse  Letterkunde en de erven van Joost Zwagerman. Benieuwd naar andere inzendingen? Zie ons dossier.


2.

De Duitse filosoof Schelling probeert in zijn essay Over het wezen van de menselijke vrijheid (1809) een theorie van de vrijheid uit te werken in relatie tot het kwaad. Het leven beweegt zich volgens Schelling in een onoplosbare bipolariteit tussen twee principes: grond en existentie.

Grond is de geschapen natuur. Het is het innerlijke zwaartepunt van de mens: zijn oorsprong, zijn basis, zijn zelfheid. Het is de geslotenheid die de dingen bijeenhoudt. Het is de materie die houvast geeft tegenover alles dat naar buiten treedt, dat uitstaat naar, dat tevoorschijn wordt gebracht: tegenover existentie.

In de mens vindt volgens Schelling een voortdurende strijd tussen deze beide principes plaats. De mens is existentie vanuit grond.

Existentie is de scheppende natuur. Het is het expansieve van de mens: zijn zelfoverschrijding, het naar buiten treden van het materiële wezen als openende en ontdekkende kracht. Het is de betrekking tot de wereld en tot het leven. Het is het universele en het ideële. Het is de geest die nieuwe, andere ruimten ontsluit.

In de mens vindt volgens Schelling een voortdurende strijd tussen deze beide principes plaats. De mens is existentie vanuit grond. Hij schept vanuit een geschapenheid. Hij wordt vanuit een zijn. ‘In de mens slaat de natuur haar ogen op en aanschouwt zichzelf,’ schrijft Schelling. De mens is zowel onderdeel van de natuur, als verhouding daartoe.

De mens moet tussen de twee polen in zien te leven: het verlies van een van beide is fataal.

Schelling stelt dat de vrijheid voortkomt uit de splijting van grond en existentie, en dat het de taak van die vrijheid is om het evenwicht tussen de beide principes te bewaren. Lukt dat niet, dan ligt het kwaad op de loer. Het kwaad vindt namelijk zijn oorsprong in de verstoring van dat precaire evenwicht. Bij de overschrijding van de existentie kan de grond worden genegeerd of verloren: dan raakt de mens ontworteld. Anderzijds kan de angst voor het leven ervoor zorgen dat de mens verkrampt raakt en het leven stolt. Dat de grond zich niet veruitwendigt, niet tot existentie komt: dan verraadt de mens zijn geestelijke natuur. De mens moet tussen de twee polen in zien te leven: het verlies van een van beide is fataal.

In een voetnoot schrijft Schelling dat de bijbelse slang uit het paradijs zo’n krachtig symbool voor het kwaad is, omdat hij niet in staat is om beide principes te verenigen. De slang is ofwel grond zonder existentie, ofwel existentie zonder grond: ofwel rolt hij zich op rondom zichzelf zonder beweging of richting, ofwel strekt hij zich naar alle kanten uit zonder zwaartepunt of centrum. De slang symboliseert het onvermogen tot evenwicht. In hem gaat de eenheid van grond en existentie verloren.

3.

Op 22 juli 2011 explodeert om 15.26 uur een autobom in het regeringskwartier van Oslo, vlak voor de ingang van het kantoor van de toenmalige premier van Noorwegen Jens Stoltenberg. Er vallen acht doden, maar het blijkt slechts voorspel. Twee uur later opent Anders Behring Breivik op het nabijgelegen eiland Utøya het vuur op de deelnemers aan een zomerkamp van de jeugdafdeling van de regerende sociaaldemocratische Noorse Arbeiderspartij. Met negenenzestig slachtoffers is het de dodelijkste aanslag van een enkele schutter ooit.

‘Ik handelde uit zelfverdediging namens mijn volk, mijn cultuur, mijn religie, mijn stad en mijn land,’ verklaart Breivik een klein jaar later in de rechtszaal. De etnisch-Noorse oerbevolking moest beschermd worden tegen een mosliminvasie, en tegen politici die dat mogelijk maakten: ‘Hoe kan het onwettig zijn om tegen deze verraders naar de wapens te grijpen?’

Op obscure internetfora bouwde Breivik een netwerk en echokamer van extremistische gelijkgezinden op en werkte hij minutieus aan de voorbereiding van zijn terreurdaad.

Zes jaar eerder had Breivik al zijn sociale contacten verbroken en was hij bij zijn moeder ingetrokken. Vanuit een kleine kamer in haar appartement verliep zijn contact met de buitenwereld bijna uitsluitend via internet. Op obscure internetfora bouwde hij een netwerk en echokamer van extremistische gelijkgezinden op, werkte hij minutieus aan de voorbereiding van zijn terreurdaad en schreef hij aan een uiteindelijk 1518 pagina’s tellend manifest dat hij kort voor zijn aanslag in zijn digitale netwerk verspreidde: 2083 – A European Declaration of Independence. In dat manifest schetst hij het ideaal van een Avondland dat in 2083 weer moet bestaan uit patriarchale, christelijke, mono-etnische en -culturele naties die volkomen van moslims en andere niet-inheemse mensen gezuiverd zijn. In passages die hij grotendeels van allerlei websites heeft gekopieerd, benoemt en analyseert hij ook wat daarvoor volgens hem overwonnen moet worden: het cultuurmarxisme en het multiculturalisme. Daarnaast staan tussen zijn extremistische opvattingen wijdlopige interviews met zichzelf waarin hij ingaat op de motieven en persoonlijke kwetsuren die hem tot zijn daad brachten.

***

Breivik, de zelfbenoemde kruisvader tegen het multiculturalisme, ligt als een slang om zichzelf gekronkeld. Zijn manifest is een groteske militarisering van het eigene, tegenover alles wat anders of vreemd is. Identiteit is er een strijdbegrip dat honderdtien keer voorkomt. Het is een bastion van innerlijke afgeslotenheid. Van grond zonder existentie.

4.

Als Parijs op de ochtend van 14 november 2015 geschokt en verwond ontwaakt, spreekt de eind 2018 overleden Israëlische schrijver Amos Oz in Amsterdam. Hij spreekt over een ochtend van ontsteltenis en verdriet. In zijn lezing sluit hij aan bij een thema dat hij ontleent aan zijn eerder gepubliceerde essay ‘Hoe genees je een fanaticus’ (2004).

In dat essay kwam Oz met een aanvulling op John Donne’s beroemde zin ‘No man is an island.’ ‘Daar durf ik nederig aan toe te voegen,’ schreef Oz, ‘niemand, geen man of vrouw, is een eiland, maar ieder van ons is een schiereiland, dat voor de helft aan het vasteland vastzit en voor de helft over de oceaan uitkijkt; we zitten voor de helft vast aan onze familie en vrienden en cultuur en traditie en land en natie en seks en taal en allerlei verbanden. En de andere helft wil met rust gelaten worden om over de oceaan uit te kijken.’

In Amsterdam voegde Oz daaraan toe: ‘Schiereilanden zijn we, en schiereilanden zouden we altijd moeten mogen blijven. Ik verfoei degenen die ons allemaal proberen te veranderen in niets meer dan een gezichtsloze molecuul van een of ander vasteland, een of ander beloofd land, een of andere realityshow, een of ander paradijs voor extremisten – net zozeer als ik degenen verfoei die proberen ons te veranderen in een archipel van eenzame eilandjes, allemaal gedompeld in permanente eenzaamheid en een voortdurende darwinistische strijd met alle anderen.’

De mens als schiereiland is de mens die het evenwicht tussen grond en existentie weet te bewaren. De mens die noch rond zijn centrum ligt opgerold, noch zijn centrum verliest. De schiereilandmens is de mens die erin slaagt om de sluimerende slang in hem te bedwingen.

5.

Grond versus existentie, vasteland versus eiland: het zijn treffende metaforen voor de (politieke) strijd die wereldwijd woedt. Een strijd tussen enerzijds een nationalisme en (etnisch of religieus) tribalisme dat mensen wil opsluiten in hun identiteit en gemeenschap, en anderzijds een ontspoorde globalisering die de mens los lijkt te maken van zijn wortels en sociale verbanden. Jihad and America First vs. McWorld.

Terwijl we als nooit tevoren in de globalisering worden meegezogen, is ook de vraag gegroeid of we de regie niet hebben verloren.

Dat de terugval in nationalisme en tribalisme volgt op een ontspoorde globalisering is geen nieuwe gedachte. Aanvankelijk ging de globalisering vooral gepaard met euforie en het vermoeden van grenzeloze nieuwe mogelijkheden. Maar terwijl we als nooit tevoren in de globalisering worden meegezogen, is ook de vraag gegroeid of we de regie niet hebben verloren. Of de globalisering – door conflicten, terreur, vluchtelingencrises en klimaatproblematiek – niet vooral een globaliseringsdrama is geworden waarin de mens zichzelf ontheemd terugvindt in een chaotische wereld vol verwarrende verschillen en onbeheersbaar geweld. Of een kosmopolitisch bewustzijn dat aan begrenzing voorbij leeft en onverschillig met culturele verschillen omgaat, niet geleid heeft tot onthechting en uitholling van gemeenschapszin. Of we in de permanente globale informatiestroom niet reddeloos verloren raken. De verontrustingen waarop we in de jungle van de globalisering zijn gestuit, doen velen terugverlangen naar helder afgebakende identiteiten en gemeenschappen – naar grond en oorsprong. Juist omdat daar wel duidelijke grenzen worden gesteld.

Maar kan dat nog wel op een geloofwaardige manier, nu het globale onherstelbaar ons bewustzijn binnen is geslopen? De wereld zal hoe dan ook groter, veelzijdiger, onuitputtelijker – en soms verwarrender – blijven dan alle beelden die wij ervan kunnen maken. Wie de wereld zo klein maakt dat er alleen nog maar de bevestiging van het eigene en het eigen gelijk in aangetroffen wordt, haalt allicht zijn gelijk – maar verliest daarbij de wereld. Een onaantastbare identiteit en een gesloten wereldbeeld bieden wellicht voor even comfort, maar worden gebouwd uit angst voor het verwarrend open en veelzijdige levensterrein. En uit angst voor de menselijke vrijheid die ook betekent dat we soms on-geborgen zijn, alleen staan en in den vreemde blijven.

Door ons permanente globale bewustzijn te compenseren, kan in het nabije wellicht iets van de geborgenheid en het vertrouwen worden teruggevonden die in het globale verloren zijn gegaan.

Wel kunnen we met oog voor het globale nieuwe wegen zoeken naar geborgenheid, door gedrags- en denkwijzen te koesteren die niet goed bij de globale hysterie passen. Zoals eigenzinnigheid, plaatsgebondenheid, het uitschakelen en onbereikbaar zijn. Door ons permanente globale bewustzijn daarmee te compenseren, kan in het nabije wellicht iets van de geborgenheid en het vertrouwen worden teruggevonden die in het globale verloren zijn gegaan. We moeten erkennen dat eigenheid en vreemdheid beiden bestaan en verschillen ertoe doen. Pas dan kunnen we ze ook verkennen en kunnen we proberen ons in andere gezichtspunten te verplaatsen, beperkingen te overwinnen en grenzen te overschrijden. In tijden van voortrazende globalisering redden we het wellicht alleen met begrenzingen die van levenswijsheid getuigen.

Eigenheid en openheid. Plaatsgebondenheid en een blik op de wereld. Lokaal en globaal. Het zijn varianten van grond en existentie die elkaar voor ontsporing behoeden. Varianten van het vasteland met een blik over zee.

6.

Een kleine drie jaar na Breiviks aanslag kiest een jury uit vele inzendingen het ontwerp voor een monument dat de herinneringen aan de slachtoffers levend moet houden. Het winnende ontwerp is van de Zweedse kunstenaar Jonas Dahlberg. Hij wilde met een kloof van 3,5 meter het schiereiland Sørbråten – vanwaar uitgekeken wordt op Utøya – doormidden snijden. Door het schiereiland te doorklieven zou het uiterste puntje van het vasteland worden afgesneden. Zo zou een ‘permanent litteken’ in het landschap ontstaan: een symbolische wond. Op de wand van de afgesneden landpunt moesten de namen komen van de door Breivik omgebrachte mensen. Via een tunnel zouden de bezoekers kunnen uitkijken op die namen en de onbereikbare landpunt.

Door het schiereiland te doorklieven zou het uiterste puntje van het vasteland worden afgesneden. Zo zou een ‘permanent litteken’ in het landschap ontstaan: een symbolische wond.

Weer drie jaar later annuleert de Noorse overheid het plan. De bewoners van Sørbråten hadden zich tegen het ontwerp gekeerd. Sommigen vonden het een verminking van de natuur. Anderen vreesden een toeristische attractie in hun achtertuin die hen – veelal zelf betrokken bij het reddingswerk na de schietpartij – voortdurend aan het trauma zou blijven herinneren. Doorslaggevend was de waarschuwing van een geoloog dat de ondergrond van Sørbråten helemaal niet geschikt was voor het maken van een kloof. Die grond bestaat namelijk uit gebarsten leisteen; een hoop zachte en poreuze losse stenen. Het plan kwam neer op snijden in een grindheuvel.

Zo blijft Sørbråten intact. De punt van het schiereiland vanwaar Utøya in het blikveld ligt, blijft verbonden aan het vasteland.

7.

Op 26 mei 2018 wordt pal in het centrum van Molenbeek het Begijnenhuis – of La Maison des Béguines – officieel geopend door de toenmalige burgemeester Françoise Schepmans en de toenmalige premier Charles Michel. Het is gevestigd in het voormalige café Les Béguines waar de broers Abdeslam hun terreurplannen smeedden. Sindsdien heeft het leeggestaan. Enkele verenigingen en het buurtcomité toverden het om tot een buurthuis, met dank aan crowdfunding en een gemeentelijke subsidie. Met de negatieve reputatie die Molenbeek sinds de Parijse aanslagen teisterde – ‘broedplaats van terrorisme’ –, wilden de buurtbewoners afrekenen. De buurt raakte verkrampt, vertellen initiatiefnemers, mensen werden schuchter en wantrouwend. Het leegstaande café ‘was een echte schandvlek, een plek die ons altijd maar doet herinneren aan de aanslagen’. Nu moet het een plek worden waar wijkbewoners elkaar alle dagen van de week kunnen ontmoeten en waar ze sociale en burgerinitiatieven kunnen organiseren. De activiteiten waarop het buurthuis mikt zijn divers: van jongerenopvang en huiswerkbegeleiding tot alfabetiseringslessen, dialoogtafels en bewustmaking rond culturele thema’s. Daarnaast kunnen de buurtbewoners er ook gewoon binnenwaaien voor een kop koffie of een gesprek: ‘Het huis wordt het kloppend hart van de buurt.’

‘Dit is een optimistisch moment,’ zegt premier Michel bij de opening. ‘Deze buurt heeft gekozen voor een positief project na al de negativiteit en de clichés die internationaal rondgingen over Molenbeek na de terreuraanslagen. (…) Hier ontstaat de kans dat mensen van deze gemeenschap elkaar beter leren kennen.’

La Maison des Béguines is een schiereiland in het hart van Molenbeek geworden.