๐Ÿ†• Naast het nieuws: over Ivo Michiels
๐Ÿ–‹ Hannah van Binsbergen

Ivo Michiels, Orchis Militaris (Contact, 1968), 127 blz.


Schrijvers over schrijversโ€™, de titel van een reeks waarin Nederlandse literair auteurs schrijven over een volgens hen Heel Goed Nederlands Boek. Deze keer herleest Hannah van Binsbergen Orchis Militaris van Ivo Michiels. Ze treft een uitgepuurde onroman, door een auteur op zoek naar patronen.


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *


Ivo Michiels, Orchis Militaris (Contact, 1968), 127 blz.
Ivo Michiels, Orchis Militaris (Contact, 1968), 127 blz.

Wanneer de wereld op zijn kop staat, hebben mensen meer behoefte aan cultuurproducten die hen geruststellen. Naast het nieuws een troostend verhaal. Dat geldt voor mij in elk geval wel: in periodes van diepe vertwijfeling lees ik maar weinig experimentele literatuur, maar kijk ik des te meer langlopende series over mensen die een dynamisch leven leiden in een versimpelde, zonnige werkelijkheid. Vaak is er ook een nostalgisch element: Friends, Seinfeld, Gilmore Girls, allemaal series die altijd op tv waren toen ik een kind was. Ik had toen nooit gedacht dat ik de afleveringen ooit op zou zoeken en allemaal achter elkaar zou bekijken. Dat opzoeken is ook gelijk de enige intentionele handeling die eraan te pas komt.

Filmkijken is altijd passiever dan lezen omdat de inhoud direct toegankelijk is, zonder eerst te hoeven ontcijferen, maar de sitcoms uit de jaren tachtig en negentig vragen echt helemaal niets van de kijker. Alle verhaallijnen zijn variaties op een culturele consensus: een bad nemen is iets voor vrouwen, dik is onaantrekkelijk, seks is het interessantste wat je als volwassene kan doen. Wat je bij elke gebeurtenis moet voelen wordt gesouffleerd door een ingeblikt publiek. Alles is volstrekt duidelijk en ook al erger ik me eraan, het geeft rust. Friends geeft een utopische versie van de status quo weer, waarin de jonge witte middenklasse geen andere problemen heeft dan de emotionele verwikkelingen op de weg naar onvermijdelijke zelfvervulling in een goed betalende baan en een heteroseksueel huwelijk.

Literatuur en tv-series zijn natuurlijk niet zomaar met elkaar te vergelijken. Sitcoms zijn commerciรซle producten gemaakt om ontspanning te bieden, en de ideologische boodschappen die er onvermijdelijk in voorkomen moeten de beoogde kijker een goed gevoel geven over zichzelf: identificatie, geruststelling, hoop. Waar Friends herhaalt wat overal om je heen al dagelijks gearticuleerd wordt, door reclames, producten, de krant en je collegaโ€™s, is de inzet van goede romans nu juist om je iets te zeggen wat je nog niet wist, wellicht ook op een nieuwe wijze. Auteurs voor wie het uitvinden van een nieuwe literatuur tot de kern van hun praktijk behoort, zijn modernisten.

Jij snapt dit

Op mijn zeventiende haalde ik Het boek Alfa uit de schoolbibliotheek. Op de stempelkaart voorin: laatst uitgeleend september 1971. Hoewel Het boek Alfa niet alleen (internationaal) lof oogstte, maar ook zijn weg vond naar het publiek, was Michiels in veertig jaar van het centrum van de belangstelling naar uiterste periferie verplaatst. Toen ik meldde dat ik het boek op mijn leeslijst wilde zetten, kon de docente haar tegenzin nauwelijks verhullen: ze had het al รฉรฉn keer moeten lezen tijdens haar studie neerlandistiek, en dat was erg genoeg. Het verraste me destijds niet zo erg: experimentele literatuur roept vaker diepe zuchten en beschuldigingen van kapsones op, betweter die ik was wist ik wel beter dan me daardoor uit het veld te laten slaan. Nu denk ik wel dat je dat soort sentiment toch beduidend minder vaak tegenkomt als het gaat om een modernist wiens autoriteit tamelijk vaststaat. Georges Perec, wat een pretentieuze lul! Die Gertrude Stein met haar onbegrijpelijke onzingedichten! Het zal ongetwijfeld voorkomen, maar naar mijn idee weten mensen voor de grote namen uit de vroege twintigste eeuw toch vaker de nieuwsgierige, bescheiden houding aan te nemen die noodzakelijk is voor het lezen van experimentele literatuur.

De juiste roman kan fungeren als bewijs dat jij natuurlijk niet behoort tot de klasse van mensen wier wereldbeeld uitgedaagd moet worden.
Begrijp me niet verkeerd, er is niets ergers dan het schoolmeesterachtige uitleggen waarom een bepaald werk zo belangrijk en goed is hoewel de minder verfijnden dat misschien niet meteen zien. Dat is een van de redenen dat veel mensen zich in hun puberteit afkeren van literatuur: te veel schoolmeesters die plezier verdacht vinden en van interpretatie een exacte wetenschap proberen te maken. Maar ook in een wereld zonder schoolmeesters zou het lezen van een experimentele roman bij veel mensen weerstand oproepen: dat is ook de bedoeling. Jij denkt dat je weet wat een roman is? Nou, bereid je maar voor, want ik ga die burgerlijke esthetiek van jou eens goed uitdagen! Tegelijk kan de juiste roman fungeren als bewijs dat jij natuurlijk niet behoort tot de klasse van mensen wier wereldbeeld uitgedaagd moet worden: jij bent bij de tijd, jij snapt dit. De exclusiviteit daarvan had een aanzuigende werking op mij als puber: literatuur als een soort geheim wachtwoord voor een netwerk waarin ik zou passen. Ik klampte me tijdens mijn middelbare schooltijd vast aan literatuur, op een manier die ik later, naarmate ik me omringde met mensen die ook lazen en schreven, niet meer nodig had.

Thuis is er koekenbrood

Ivo Michiels werd geboren in Het Handelsblad, een Antwerps dagblad met katholieke inslag, als pseudoniem voor Henri Ceuppens, die daar in zijn eentje wekelijks een hele cultuurpagina te vullen had en besloot dat wat afwisseling in de verslaggevers de geloofwaardigheid van de krant ten goede kwam. Zijn kunstkritieken ontwikkelden zich daar langzaamaan van een katholiek conservatisme naar een belangstelling voor de avant-garde. Hij verbleef veel in Milaan, waar hij in het gezelschap van de kunstenaars van de Zerobeweging verkeerde, die grote indruk op hem maakten. In het schrijven over de werken van Fontana, Crippa, Manzoni en consorten vindt de zoekende auteur steeds meer vaste grond, de beginselen van een programma voor zijn eigen werk. Zijn eerdere geschriften, twee poรซziebundels en roman over zijn tijd in de Oorlog, verklaarde hij met de publicatie van Het afscheid (1957) nietig. In Michielsโ€™ werk vanaf de jaren zestig zijn twee grote bewegingen aan de gang, vertegenwoordigd door twee reeksen: een inkrimpende beweging (Alfa-cyclus, 1963-1979) en een uitdijende (Journal Brut, 1983-2001). Ze tonen twee kanten van de schrijver, die gespiegeld is in zijn liefde voor twee stromingen in de beeldende kunst: Zero en CoBrA. Waar Journal Brut praterig, meerstemmig en speels is, zonder duidelijke richting, probeert Michiels in de Alfa-cyclus, en met name in Orchis Militaris, zo compact mogelijk tot de kern te komen.

In Orchis Militaris buigt Michiels zich opnieuw over zowel zijn oorlogsverleden als de Italiaanse beeldende kunst. De titel is ontleend aan een citaat van de futurist Marinetti, dat als motto van het boek is opgenomen:

De oorlog is mooi omdat hij een weiland met bloemen verrijkt met vlammende ORCHIDEEร‹N: de mitrailleurs. De oorlog is mooi, omdat hij het geweervuur, het kanonvuur, de stiltes daartussen, de geur en de stank van het bederf verzamelt om er een symfonie van te maken.

Michiels doet iets interessants met deze positie. In zekere zin is Orchis Militaris een voorbeeld van hoe een kunstwerk met de door de futuristen voorgestelde oorlogsesthetiek eruit zou kunnen zien: het materiaal van het werk is taal over de oorlog. En het is ook niet te ontkennen dat de specifieke gebeurtenissen van de oorlog, het ritme, alomtegenwoordige tragiek en de belofte van heroรฏek allerlei mogelijkheden bieden voor de kunstenaar.

Het lijkt alsof de schrijver tegen ons zegt: je moet niet kijken naar wie dit is, je moet kijken naar wat er gebeurt, ongeacht wie het doet.
Maar uiteindelijk hebben Marinetti en Michiels het over heel andere dingen als ze het over oorlog hebben: Marinetti heeft het over de machines, de explosies, de militaire bewegingen, en Michiels heeft het over de mensen wier lichamen worden onderworpen aan de domptuur van die dingen, en wat er tussen mensen gebeurt in de absurde situaties die de oorlog creรซert. Dat klinkt tamelijk traditioneel, maar in Michielsโ€™ handen is het resultaat geen traditionele roman over hoe de oorlog verschillende personages met hun eigen geschiedenis en psychologie beรฏnvloedt. Er zijn geen personages. Er zijn figuren en stemmen, er wordt door verschillende ogen gekeken maar er zijn geen namen, geen individuen. Het lijkt alsof de schrijver tegen ons zegt: je moet niet kijken naar wie dit is, je moet kijken naar wat er gebeurt, ongeacht wie het doet. Want wat hier gebeurt, de holocaust, kunnen we niet begrijpen door te kijken uit welke specifieke psychologieรซn het kwaad voortkomt: het gaat erom dat iedereen deelneemt, dat elke soldaat en elke burger meewerkt aan het op zijn plek houden van die rij mensen op het station, die wachten op het transport dat hun dood zal betekenen.

In een situatie die door het boek heen gevlochten is (een woord als scรจne past niet in dit boek, wat er gebeurt is vaak te abstract, te taalgericht), zit een groep soldaten die elkaar niet goed kennen in een trein. Dit is het tegenovergestelde van de bombastische oorlogsesthetiek van de futuristen: de soldaten zijn moe, verveeld, verdoofd van het wachten. Ze beginnen elkaar te vertellen over de plekken waar ze vandaan komen, en lijken in de verhalen vooral op zoek te zijn naar overeenstemming: het begint met een gemeenplaats (โ€˜in de steden lijkt het meer te regenen dan op het landโ€™) en mondt uit in heel algemene beschrijvingen van het leven in een kleine stad, zoals in onderstaand fragment over een dodenherdenking:

Hij roept: ergens in het Westen vind je zulke doden.

Hij roept: de hemel zij ons genadig om zulke doden.

De hemel zij geprezen, roept hij.

De meisjes dragen kleurige jurken.

De jongens lachen naar de meisjes.

De ouders nemen de meisjes mee naar huis.

Thuis is er koekenbrood.

Zo is het, zei hij.

In het westen ook, zei de soldaat naast hem.

In het oosten ook, zei hij.

Oude wijn in nieuwe zakken

Wil de schrijver ons daarmee zeggen dat alle menselijke ervaring in grote lijnen hetzelfde is? Of dat we, als we moe zijn en elkaar niet kennen, op zoek moeten naar wat we gemeenschappelijk hebben, de illusie moeten loslaten dat wat ons is overkomen uniek is, dat alleen heel specifieke omstandigheden ons hadden kunnen produceren? De jongens in de trein hebben misschien ook wel heel veel gemeen. Ze komen misschien niet uit hetzelfde land of dezelfde streek, maar ze zijn van dezelfde generatie, in dezelfde positie, hebben ouders, liefjes en een thuis waar ze nu niet zijn. Waar het volgens mij om gaat is dat Michiels naar gebeurtenissen wil kijken, niet als particuliere voorvallen, maar wil begrijpen welke patronen er zijn, welke oude wijn er telkens weer in welke nieuwe zakken geschonken. โ€˜Komt zien komt zien hier worden klappen uitgedeeldโ€™ staat er telkens als er geslagen wordt.

In de chaos op zoek gaan naar veiligheid is niets om je voor te schamen, al bestaat die veiligheid voor mij kennelijk uit kijken naar mensen in slecht zittende overhemden die flauwe grappen maken.
Experimenteel proza wordt vandaag de dag meestal begroet met diepe zuchten, zoals die van mijn docent Nederlands destijds. Een boek als Nederhalfrond (2018) van Johan Herrenberg wordt wellicht door enkele critici voorzichtig geprezen om zijn durf, maar weinigen willen hun vingers branden aan uitvoerige besprekingen. Het voornaamste residu van het naoorlogse proza-experiment zijn de creatieve metaforen en beschrijvingen die middlebrow romans een literair allure moeten geven. Een psychologisch realisme voert de boventoon: wat motiveert Loes om Renรฉ te verlaten? Komt dit gedrag voort uit ervaringen in haar jeugd? Ik vind psychologie niet zo interessant. Waarom doet ze dit? Waarom doet iemand iets, en niet veeleer niets? De focus op de individuele psychologie verduistert nog al eens een veel belangrijker gegeven: dat iedereen in feite hetzelfde doet. De uitgepuurde onroman die Orchis Militaris is, laat het witte geraamte zien dat onder elk individueel voorkomen zit.

In de chaos op zoek gaan naar veiligheid is niets om je voor te schamen, al bestaat die veiligheid voor mij kennelijk uit kijken naar mensen in slecht zittende overhemden die flauwe grappen maken. Maar als we enigszins van de schok bekomen zijn, rijst ook de behoefte aan nieuwe woorden. Dit keer niet als een sjibbolet om een select gezelschap te betreden, maar om met elkaar te kunnen praten.