Melk
Maria Kager

Joost Zwagerman Essayprijs 2020



* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *


Dit essay verscheen in dNBg 2021#6

1.

De baby huilt. ‘Hoe laat is het?’ Mijn stem is hees van vermoeidheid. ‘Kwart over twee’, zegt de vader van de baby, ‘ga je hem voeden?’ ‘Nu al?’ vraag ik. Mijn benevelde hersenen proberen de rekensom te doen. ‘Ik heb hem een half uur geleden nog gevoed.’ ‘Het klinkt alsof hij honger heeft, toch?’ De vader van de baby formuleert het als een vraag, maar om kwart over twee ’s nachts hoor ik een bevel. Voed dat kind, zorg dat hij stil is, laat me slapen.

Hij zag er zo eenzaam uit, klein en rood en verloren, een schipbreukeling aangespoeld op een onbekende kust.
Ik hijs mezelf overeind, prop een kussen achter mijn rug, til de baby op schoot, probeer met slaperige vingers mijn shirt open te knopen terwijl de baby met zijn mond door de stof heen naar mijn tepel zoekt. Hij slaakt ongeduldige kreetjes, alsof hij in geen dagen te eten heeft gehad. Zodra ik hem mijn tepel aanbied, valt hij aan, begint te zuigen, slaat driftig op mijn borst, in de hoop de melktoevoer te bespoedigen misschien. Na een paar tellen voel ik de melk komen, elektrische stroompjes die onder mijn huid in de richting van mijn tepel bewegen. Iedere keer weer verwacht ik ze te kunnen zien, in de vorm van een lichtspoor misschien, fluorescerend geel of bloedrood, maar als ik kijk zie ik alleen blauwe aders op witte huid. ‘Hij drinkt,’ zeg ik, maar de vader van de baby heeft zich naar de muur gedraaid met een kussen op zijn hoofd en hoort me niet, of doet alsof hij me niet hoort.

2.

Een paar minuten nadat de baby werd geboren, door de verloskundige op mijn buik was gelegd, begon hij langzaam omhoog te kruipen. Zijn hoofd schokte op en neer, zijn mond hapte zoekend in de lucht, traag worstelde hij zich in de richting van mijn borsten, hulpeloos en vastberaden tegelijk. Ik had medelijden met hem. Hij zag er zo eenzaam uit, klein en rood en verloren, een schipbreukeling aangespoeld op een onbekende kust.

3.

Maar zelf voel ik me ook een schipbreukeling, aangespoeld op een onbekende kust.

4.

De melk is zachtgeel, niet wit, en dunner dan halfvolle melk. Het smaakt zoet, waterig. Ik kan moeilijk geloven dat dit slappe goedje het enige is dat de baby de komende maanden nodig heeft.

5.

De eerste dagen na de bevalling bemoeit iedereen zich met mijn borsten. Ik heb bloedende wondjes op mijn tepels, voeden is een marteling. De verloskundige, haar assistent, de lactatiedeskundige en de kraamhulp staan in een kring om mijn bed en kijken toe hoe de baby drinkt. ‘Wij hebben alles al gezien hoor,’ zegt de kraamzorg lachend als ze me ziet blozen. ‘Hij hapt goed,’ zegt de lactatiedeskundige, ‘maar leg het voedingskussen iets hoger, dan kan hij er beter bij.’ ‘Probeer te ontspannen,’ zegt de verloskundige, ‘niet je schouders zo optrekken.’ Haar assistent maakt aantekeningen. ‘Maak hem eens los,’ zegt de lactatiedeskundige, en zoals ik van haar geleerd heb duw ik mijn pink in de baby’s mondhoek tot hij met een luide plop loslaat. ‘Ik ga even wat proberen,’ zegt ze, komt op haar knieën naast me zitten, masseert mijn borst, legt de baby anders en duwt mijn tepel weer in zijn mond.

Ik weet niet wat ik erger vind, de pijn of het blote spektakel dat ik ben geworden. ‘Dit is de rugbyhouding,’ zegt de lactatiedeskundige, ‘misschien dat het zo beter gaat.’

6.

Zelfs in Ulysses van James Joyce, het boek dat de lichaamsfuncties viert, wordt geen borstvoeding gegeven.
Ik ben gewend de dingen die ik meemaak, de dingen die me overkomen te toetsen aan de literatuur. Ik weet pas wat ik ergens van vind als ik er een roman over heb gelezen, of een verhaal. Dit is de eerste ervaring die ik nauwelijks in fictie ben tegengekomen, literatuur lijkt de zogende vrouw te mijden als de pest. Zelfs in Ulysses van James Joyce, het boek dat de lichaamsfuncties viert, wordt geen borstvoeding gegeven. Er wordt geplast, gepoept, in neuzen gepeuterd. Er wordt gemasturbeerd, er wordt uitgebreid gekust en gevreeën. Er wordt een baby geboren, er wordt iemand ongesteld, maar niemand krijgt de borst. Alle lichaamssappen passeren de revue, behalve melk.

7.

Op internet lees ik een artikel over Queen Victoria. De Engelse koningin vond borstvoeding geven smerig, beestachtig. ‘I myself know of no greater misery than nursing a child,’ schreef ze in een brief. ‘Let no mother condemn herself to be a common or ordinary “cow” unless she has a real desire to nurse.’ Wanneer haar eigen dochter Alice besluit haar baby de borst te geven, is de koningin zo woedend dat ze een van haar koeien ‘the princess Alice’ noemt.

8.

Sylvia Plaths gedicht ‘Morning Song’ schiet me te binnen:

All night your moth-breath

Flickers among the flat pink roses. I wake to listen:

A far sea moves in my ear.

One cry, and I stumble from bed, cow-heavy and floral In my Victorian nightgown.

Your mouth opens clean as a cat’s. The window square

Whitens and swallows its dull stars.

‘Cow-heavy’ beschrijft precies hoe ik me voel als ik om vier uur ’s ochtends wakker word met volle, lekkende borsten. ‘Cow-heavy.’ Ik wou dat ik het zelf verzonnen had.

9.

De baby is drinkend in slaap gevallen. Zijn mond zit nog om mijn tepel geklemd, maar hij slikt de melk die blijft komen niet meer door. Als de productie eenmaal op gang is gebracht, kun je die niet zomaar uitzetten, melk stroomt uit zijn mondhoeken over mijn borst mijn shirt binnen en vormt daar een plasje in een buikplooi. Ik probeer de baby voorzichtig wakker te maken, tik zachtjes tegen zijn wang, wrijf over zijn rug, kriebel zijn voetzolen. Hij doet zijn mond open en een slok melk gutst naar buiten, maar hij wordt niet wakker. ‘Hij is in slaap gevallen,’ zeg ik tegen de vader van de baby. Vanonder het kussen komt geen antwoord. De melk blijft druppelen, mijn shirt is doorweekt. Al die melk die door niemand wordt opgedronken, wat een verspilling. Ik voel een boze wanhoop opkomen, wil luid vloeken, de baby van me afduwen, de vader van de baby een klap voor zijn kop geven, mijn kleverige buik wassen en in mijn eentje een week op vakantie gaan. In plaats daarvan leg ik mijn hoofd tegen de muur achter me en val ook in slaap.

10.

Volgens mijn Dr. Spock, zevenenvijftigste druk, zou de baby elke drie à vier uur moeten drinken. Mijn baby drinkt eerder drie à vier keer per uur, in het begin. Er zijn dagen dat de baby vaker wel drinkt dan niet. Op dat soort dagen glijden de minuten tergend langzaam voorbij, is de verveling nauwelijks te verdragen. Op dat soort dagen moet ik denken aan de scène in David Copperfield waarin David Mrs. Micawber ontmoet, zijn nieuwe hospita, ‘a thin and faded lady, not at all young’. Ze zit in de parlor met een baby aan de borst:

This baby was one of twins; and I may remark here that I hardly ever, in all my experience of the family, saw both the twins detached from Mrs. Micawber at the same time. One of them was always taking refreshment.

Ik zou er wat voor over hebben om te lezen wat Mrs. Micawber vond van deze situatie.

11.

Soms ben ik jaloers op de vader van de baby. Hij heeft zijn vrijheid behouden, zit niet vast in deze omarming met de baby. Soms heb ik medelijden met hem. Hij zal nooit mijn intieme band met onze zoon hebben, hij zal nooit deel uitmaken van dit allesomvattende systeem van leven.

12.

Geef ik graag borstvoeding of wil ik iemand zijn die graag borstvoeding geeft? Het is een geheim dat ik voor mezelf bewaar.
‘I think for the thousandth time how much I dislike breastfeeding,’ schrijft Rachel Cusk in A Life’s Work: On Becoming a Mother. ‘I want to stop.’ Ik bewonder haar openheid – dit is geen sociaal geaccepteerde mening, Cusk is verguisd voor haar openhartige verslag over wat zij de ‘cultus van het moederschap’ noemt – maar vooral bewonder ik haar stelligheid.

Geef ik graag borstvoeding of wil ik iemand zijn die graag borstvoeding geeft? Het is een geheim dat ik voor mezelf bewaar.

13.

Ik wil weten of ik zelf de borst gekregen heb. Mijn ouders overleden lang voordat ik me voor baby’s interesseerde, ik kan het ze niet vragen. Ik blader in mijn moeders oude Dr. Spock, dertigste druk, die ze, zo lees ik voorin, op 9 december 1978 van mijn vader heeft gekregen. In het hoofdstuk over borstvoeding heeft ze hier en daar een streepje in de kantlijn gezet (bijvoorbeeld bij: ‘Boeren vertellen ons, dat koeien hun melk moeilijk afgeven als ze gespannen zijn’), maar nergens heeft ze aantekeningen gemaakt. Dat is anders in het hoofdstuk over flesvoeding, waar in de kantlijnen overal notities in mijn moeders kleine kriebelhandschrift staan. Berichten uit het dodenrijk. ‘200 cc melk plus 100 cc water plus 3 eetlepels suiker ➝ 2 flessen van 150 cc,’ schreef ze naast de paragraaf over het bereiden van ‘zoetemelkvoeding’. En: ‘na 6 weken +/- 750 cc per dag ➝ 5 voedingen van 150 cc.’

Dus ik denk niet dat mijn moeder mij borstvoeding gegeven heeft. Betekent dit dat ik ook mag stoppen, of betekent het juist dat het nu extra belangrijk is dat ik doorzet?

14.

‘Priss Hartshorn Crocket was nursing her baby. That was the big news.’ Priss, een van de heldinnen uit Mary McCarthy’s roman The Group, wordt door haar man Sloan, een kinderarts, gedwongen om haar baby de borst te geven, een unicum in het Amerika van de jaren dertig. Priss ondergaat het gedwee: ‘She seemed to have no mind of her own.’ Als het tijd is voor Priss om haar baby te voeden, druppelt het bezoek weg, want niemand wil toeschouwer zijn van dit onnatuurlijke schouwspel (‘it is still the best way I know to clear a room,’ schrijft Anne Enright in haar essaybundel Making Babies: Stumbling into Motherhood). Een verpleegster komt binnen, legt het kind naast Priss in bed en begint de voorbereidingen als voor een chirurgische ingreep:

‘Which one is it tonight, dear?’ she demanded. Priss, who managed to lower one shoulder of her nightgown, indicated her right breast. The nurse swabbed it with cotton and alcohol and laid the baby to suck; as usual, he made a face at the alcohol and pushed the nipple away. The nurse settled it firmly in his mouth again.

Het voeden doet pijn: ‘she gritted her teeth. The baby’s mouth always hurt her nipple at the beginning, like a bite.’ De verpleegster ziet Priss verkrampen: ‘“Relax, Mrs. Crocket,” she said kindly. “Baby can sense it if you’re tense.” Priss sighed and tried to let go. But naturally the more she concentrated on relaxing, the more tense she got.’

15.

Nu de baby vijf maanden is, maakt mijn lichaam per etmaal ongeveer een liter melk aan, lees ik op internet. ‘Je produceert een pak melk per dag!’ lacht de vader van de baby triomfantelijk, trots op zijn melkkoe.

16.

Ik schrik wakker van een schreeuw. De baby huilt. In mijn halfslaap denk ik dat ik op de verkeerde plek ben, weet ik niet wie dit rood aangelopen wezen is dat zo brult, zich op mijn schoot strekt als een bezemsteel. Soms vergeet ik heel even wie ik ben. De vader van de baby komt traag onder zijn kussen vandaan. ‘Heeft hij honger?’ ‘Hoe laat is het?’ vraag ik. ‘Iets over drie,’ zegt hij, ‘misschien heeft hij honger.’ Mijn shirt hangt nog open, klam van de verspilde melk. Ik probeer de baby mijn borst te geven, maar hij wil niet drinken. Hij kijkt me woedend aan en krijst met roze, wijd opengesperde mond, alsof ik hem een glas slivovitsj heb aangeboden in plaats van mijn tepel. ‘Drink nou toch,’ zeg ik, doe mijn best rustig te klinken, ‘drink nou gewoon,’ maar hij wendt zich af, slaat wild met zijn armpjes om zich heen en huilt en huilt.

17.

Moet ik nu, nu ik in een zogende moeder ben veranderd, mijn horizon zich heeft verbreed en vernauwd, alles opnieuw lezen?
Alhoewel de meesten het erover eens zijn dat borstvoeding het beste is voor je kind, worden ze niet graag geconfronteerd met de melk zelf. Borstmelk heeft iets verbodens, iets dat buiten zicht hoort te blijven. Ik herinner me een column van Marjolein van Heemstra in Trouw. Een medewerkster van een theater wijst Van Heemstra op een grote, wittige vlek op haar bloes. O, zegt Van Heemstra, dat is moedermelk.

Gadverdamme, zegt de medewerkster.

18.

Ik heb me vergist, er wordt wel borstvoeding gegeven in Ulysses. ‘I had a great breast of milk with Milly enough for two what was the reason of that,’ mijmert Molly Bloom in ‘Penelope,’

hurt me they used to weaning her till he got doctor Brady to give me the belladonna prescription I had to get him to suck them they were so hard he said it was sweeter and thicker than cows then he wanted to milk me into the tea well hes beyond everything I declare.

De ‘he’ is Molly’s man Leopold Bloom en het idee om de moedermelk in de thee te gebruiken is typisch voor hem, hij is altijd op zoek naar manieren om geld te besparen.

Ik ben gepromoveerd op Ulysses, heb dit hoofdstuk talloze keren gelezen.

Blijkbaar heb ik deze passage nooit geregistreerd. Misschien vond ik het ook smerig, borstmelk, voordat ik zelf moeder werd, ik weet het niet meer. De ik die ik was voor ik een baby kreeg lijkt verdwenen.

19.

Hoeveel borstvoedingsscènes heb ik nog meer gemist in mijn vorige leven? Moet ik nu, nu ik in een zogende moeder ben veranderd, mijn horizon zich heeft verbreed en vernauwd, alles opnieuw lezen?

20.

In my experience nursing is waiting. The mother becomes the background against which the baby lives, becomes time. I used to exist against the continuity of time. Then I became the baby’s continuity, a background of ongoing time for him to live against. I was the warmth and the milk that was always there for him, the agent of comfort that was always there for him. My body, my life, became the landscape of my son’s life.

Dat schrijft Sarah Manguso in Ongoingness: The End of a Diary. Ik las Manguso’s boek voor ik moeder werd; dat ik me desondanks herinner hoe ze haar ervaring van voeden beschrijft is hoopvol. Toch lees ik Ongoingness nogmaals, in de verloren uren dat ik vastzit aan een drinkende baby, nu ik zelf het landschap van mijn zoons leven geworden ben.

21.

Van het ene moment op het andere is de baby in slaap gevallen. Hij is stil. De stilte is weldadig. Zo moet heroïne voelen, denk ik, en streel de baby zachtjes over zijn hoofd. Ik wacht tot hij dieper slaapt, leg hem heel voorzichtig tussen ons in en ga naast hem liggen. De vader van de baby slaapt alweer, die valt net zo abrupt in slaap als de baby, je knippert met je ogen en hij is weg. Ik leg mijn wang tegen de wang van de baby, voel zijn adem warm op mijn huid en ervaar een zeldzaam moment van ontspanning.

22.

In Tolstojs Anna Karenina geeft Kitty haar pasgeboren zoon de borst:

‘Een prachtig kind!’ zei Lizaweta Petrowna.

Lewin zuchtte verdrietig. Dit prachtige kind boezemde hem alleen een gevoel van afkeer in en van medelijden, heel anders dan hij verwacht had.

Hij wendde zich af, terwijl Lizaweta Petrowna het aan [Kitty’s] borst legde, waaraan het nog niet gewend was.

Plotseling klonk er een lach, die hem het hoofd deed opheffen. Het was Kitty, die lachte. Het kind dronk.

Deze scène lijkt een parodie op het huiselijk ongeluk van de schrijver zelf, die een zeer turbulent (en goed gedocumenteerd) huwelijk had. In zijn Tolstoj-biografie schrijft Henri Troyat:

As befits a true disciple of Rousseau, he believed that all mothers should nurse their own babies. Sonya herself agreed, although paid wetnurses were more the custom in her circle. But from the beginning, she suffered excruciating pain. Her breasts were soon fissured and the doctors ordered her to stop. Tolstoy protested vehemently, in the name of nature, against ‘official pretexts’ that allowed a young mother to shirk her obligations; he asserted that his wife was spoiled and soft, her mind perverted by civilization, and he demanded that she fulfil her role as giver- of-life to the bitter end. When Sonya, exhausted, engaged a nurse, he refused to enter the nursery because he could not bear to see the heir to his name suspended from the breast of a strange woman. Why must a common girl be able to perform what Countess Tolstoy considered beyond her strength?

Tolstoj zou Sonja dwingen al hun dertien kinderen de borst te geven, ondanks de vreselijke pijn die het haar bezorgde.

23.

De vader van de baby dwingt me niet om borstvoeding te geven. Wel denkt hij, net als iedereen, dat moedermelk beter is voor onze zoon dan Nutrilon.

24.

Het curieuze spanningsveld van borstvoeding geven: nooit meer alleen en altijd alleen.
Ik moet ook in slaap gevallen zijn, want ik schrik wakker. De baby huilt. ‘Hoe laat is het,’ mompel ik. ‘Kwart voor vijf,’ antwoordt de vader van de baby en laat de wekker vallen. ‘Godverdomme,’ fluistert hij, ‘kutwekker. Ga je hem voeden?’ Ik ga overeind zitten, til de huilende baby op schoot, merk dat mijn shirt nog steeds openhangt en al bijna weer droog is, bied hem mijn borst aan en ik kan het niet geloven maar dit keer begint hij te drinken en houdt niet meer op. Gulzig zuigt hij mijn koezware borsten leeg. Hij zet zijn voet tegen mijn schouder en trapt ritmisch op en neer, alsof hij een pedaal bewerkt waarmee hij de melk oppompt uit een bodemloze put.

25.

Het curieuze spanningsveld van borstvoeding geven: nooit meer alleen en altijd alleen.

26.

Ik luister naar het hypnotiserende ritme van de slokken van de baby en denk, ik ben de eerste die dit meemaakt, we zijn allemaal de eersten die dit meemaken. Wat dat betreft lijkt zogen op het leven. En ook op de dood. ‘As it stands,’ schrijft Cusk, ‘motherhood is a sort of wilderness through which each woman hacks her way, part martyr, part pioneer.’

27.

Terwijl hij drinkt strijkt de baby zacht met zijn hand over mijn wang, een gebaar van verzoening misschien.