Een schuchtere beschavingsmissie: Congo in België
🖋 Kristof Smeyers


Regelmatig wordt er in België een standbeeld van Leopold II besmeurd met rode verf – een verwijzing naar het bloeddorstige koloniale regime van de vorst in Congo. Toch staat de dekolonisatie van de Belgische publieke sfeer nog in de kinderschoenen, blijkt uit Kristof Smeyers bespreking van The Leopard, the Lion and the Cock van Matthew Stanard.


* Abonnees lezen meer. Neem ook een abonnement! *


In het culturele geheugen van zijn voormalige kolonisator neemt Congo een diffuse plaats in. Elk jaar wordt wel ergens te lande een buste besmeurd of beklad van de vorst Leopold II, eigenaar van Kongo-Vrijstaat tussen 1885 en 1908. In de tweede akte van dit postkoloniale ritueel blinkt de gemeentedienst het brons weer op… weliswaar telkens met wat minder glans op de koninklijke tronie. Een ideale metafoor voor dekolonisatie à la belge?

Matthew G. Stanard, The Leopard, the Lion, and the Cock: Colonial Memories and Monuments in Belgium (Leuven University Press 2019), 338 blz.

Echo’s
Op 1 december 2018 verscheen in de Belgische krant Le Soir een interview met de toenmalige president van de Democratische Republiek Congo, Joseph Kabila. In de aanloop naar de presidentsverkiezingen in maart 2019 klaagde Kabila over westerse inmenging in zijn land als een aantasting van de soevereiniteit, en als onbetamelijke echo van een koloniaal verleden. Die niet-aflatende beschavingsmissie loopt in een rechte lijn van Leopold II tot de hedendaagse waarnemingscommissies van de Europese Unie en de Verenigde Naties. Kabila richtte zijn pijlen vooral op België: ‘Sommige Belgen denken dat Congo nog steeds een kolonie is.’ Een aanhoudende humanitaire crisis, vervat in een decennialange oorlog, had België er al een jaar eerder toe geleid de steun aan Kabila in te ruilen voor bijstand aan hulporganisaties. Belgische reacties op Kabila’s veeg uit de pan bleven echter uit.

Ondanks de lauwe reactie op zulke diplomatische brandjes is de historische band tussen Congo en België de voorbije jaren opnieuw aangehaald, zij het op soms moeilijk te ontwar(r)en manieren. Historici, voornamelijk uit westerse instellingen, schrijven al langer over de westerse colonial footprint in Afrikaanse landen, maar het duurde tot 2017 vooraleer met Wanneer we spreken over kolonisatie / Quand on parle de la colonisation (Publiekeakties, 2017) een boek over de koloniale periode, geschreven door Congolese historici, ook in het Vlaams werd uitgegeven. (Franstalige teksten van Congolese hand verschenen al eerder.) Recenter is de aandacht – wederom vooral van westerse academici – voor de idiosyncratische afdrukken van het koloniale verleden in de oude metropolen, ook in België. Ondertussen vindt ook postkoloniaal Congo zijn weg naar de Belgische publieke ruimte. Na jaren kreeg het Brussels gewest in juli 2018 zijn Patrice Lumumbaplein, genoemd naar de eerste minister van de onafhankelijke Democratische Republiek in 1960. Lumumba werd op 17 januari 1961 vermoord in een samenzwering van Belgen, huurlingen, de CIA, secessionisten uit de provincie Katanga en de eerste president van Congo, Joseph-Désire Mobutu. Amper twee kilometer verderop, in Etterbeek, ligt het Leopoldstadplein, genoemd naar de hoofdstad van Kongo-Vrijstaat. Leopoldstad heet al sinds 1965 Kinshasa.

Mythes
Op pleintjes en in straten wordt de onafhankelijkheid – het ‘verlies’ – van Congo in 1960 nog volop verwerkt, zo lijkt het, of moet het verwerkingsproces nog beginnen. Deze topografie maakt deel uit van het culturele archief van de Belgische kolonisatie, om met Edward Saïd te spreken. Dat archief is een depot van mythes die, aan de hand van ideologie, beelden, verhalen en objecten, zowel de Belgische omgang met zijn koloniale verleden als internationale visies op de Belgisch-Congolese geschiedenis voor een stuk hebben bepaald. Het is een griezelige mythologie, die de Belgische koloniale geschiedenis gelijkschakelt met Congo (Rwanda, Burundi en de koloniale zijprojecten worden veelal vergeten), en de koloniale aanwezigheid van België in Congo reduceert tot het bewind van Leopold II. Deze mythes kunnen vergoelijkend zijn: dan vallen termen als ‘beschavingsmissie’ en ‘vooruitgang’. Zij kunnen ook over genocide spreken, en over een Belgische Sonderweg: in 2005 schreef de Britse krant The Independent bijvoorbeeld dat ‘[n]o colonial master has more to apologise for, or has proved more reluctant to acknowledge and accept its guilt, than Belgium’. Het zijn mythes bevolkt door goeden en slechten, slachtoffers en beulen; er zijn wreedheden, maar ook spoorwegen door de brousse.

In The Leopard, the Lion, and the Cock trekt historicus Matthew G. Stanard door België op zoek naar het brons, steen en staal dat die koloniale mythologieën ondersteunt: een cultureel archief in België, dat ons een blik biedt op hoe het land zich zijn koloniale verleden herinnert. Dat archief openbreken is niet eenvoudig. België leidt, wat dat verleden betreft, aan ‘collectieve amnesie’: zijn leiders en zijn bevolking zijn niet bereid om de koloniale horror onder ogen te zien. Althans, dat schreef de historicus Jean Stengers in zijn voorwoord bij de brieven van de koloniaal Charles Warlomont, uitgegeven in 1997. Ook Adam Hochschild sprak in zijn King Leopold’s Ghost van een ‘Great Forgetting’. Maar Stanard – net als Hochschild een Amerikaan, al bouwt hij voor zijn boek verder op het werk van Belgische academici als Idesbald Goddeeris – argumenteert terecht dat amnesie een ontoereikende diagnose is. De vergetelheid is zelf deel van de mythologie die zich rond de Belgisch-Congolese geschiedenis heeft gesponnen. Onderzoek wijst inderdaad uit dat deze geschiedenis voor veel Belgen een terra incognita is, maar dat wil niet zeggen dat het onvermogen of de onwil om ermee om te gaan uniek is voor België. Zo rakelen Britse politici en pers steevast de zogenaamde humanitaire waarden op die de kolonisator uitdroeg in het Empire wanneer historici wijzen op de loodzware erfenis daarvan. Dan wordt er geschermd met William Wilberforce en het voortouw dat Groot-Brittannië nam in de afschaffing van de slavernij – waarbij de dominante rol van het land in de slavenhandel gemakshalve wordt vergeten.

Koloniale mythes leven naast en door elkaar heen. Zij baden in nostalgie, trots, schaamte of in allerlei ambigue emoties, aangestuurd door herinnerings- en vergeetpraktijken. Om die mythes te ontkrachten, moeten we het cultureel archief in, het Leopoldstadplein op.

Koloniale landschappen in België
De echo’s van het koloniale verleden klinken in onze herinneringen, maar ook in onze straten en museumcollecties. Stanards boek leest als een etnografisch werk, als een ontdekkingstocht. In een online appendix somt hij 442 materiële sporen van koloniaal Congo in de Belgische publieke ruimte op, het merendeel standbeelden en straatnamen die verwijzen naar Belgische koloniale helden en martelaars. Stanard is vooral geïnteresseerd in de culturele erfenis van dat dubieuze propagandapatrimonium: hoe gaat België – preciezer: hoe gaan de Belgen – ermee om sinds de onafhankelijkheid van Congo in 1960?

Het verlies van de status van kolonisator in de twintigste eeuw stortte sommige natiestaten in een existentiële crisis: zo is de brexit maar moeilijk te contextualiseren zonder verwijzing naar de geschiedenis van het Britse rijk. De omgang met het trauma van (politieke) dekolonisatie is vaak problematisch en emotioneel. Stanards studie van de verschuivingen in postkoloniale mentalités is verfrissend omdat ze naast de heftige emoties die met dekolonisatie gepaard gaan ook ruimte laat voor de onverschilligheid waarmee veel Belgen zich door het koloniale landschap bewegen. Het kolonialistische straatbeeld in België, met zijn patriottische lieux de mémoire, overleefde 1960 namelijk. De beelden die de revue passeren zijn relieken uit het koloniale tijdperk: hun esthetiek en thematiek ademen de Belgische beschavingsmissie.

Maar in hoeverre kunnen we spreken van een ‘Belgisch’ koloniaal geheugen, of van een ‘Belgisch’ onvermogen om het verleden te verwerken? Herinneringspraktijken zijn verstrengeld in politieke evoluties, en die bepalen vaak de bril waarmee een gemeenschap naar zijn geschiedenis kijkt en die zich toe-eigent. Mirjam Hoijtink schreef eerder in de Nederlandse Boekengids (2019#4) dat dekolonisatie alleen effectief kan zijn wanneer we rekening houden met lokale historische contexten. Dat klopt zeker voor België, waar Vlaanderen (de leeuw in Stanards titel) en Wallonië (de haan) na 1960 het koloniale verleden bekritiseerden dan wel verdedigden om uiteenlopende politieke redenen. In Vlaamse hoek werden de zwarte bladzijden van dat verleden bijvoorbeeld al snel aan de Belgische staat en het koningshuis toegeschreven: in de jaren zestig begon België aan de federalisering van zijn staatsbestel, en zijn regio’s zochten daarbij naar een eigen identiteit. Koloniaal Congo en zijn mythes werden dus ingelijfd in pro- en anti-Belgische kampen, in campagnes voor en tegen de monarchie, of recenter in debatten over identiteit en ‘westerse waarden’. Vlaams-Congolese en Waals-Congolese herinneringsparcoursen overlappen en nuanceren elkaar, net zoals zij de bredere Belgische cultuurgeschiedenis verrijken. Deze benadering kan alleen compleet zijn als zij ook de ervaringen van de nieuwkomers na 1960 – ook Congolezen – opneemt in het culturele archief. Aan de Universiteit Antwerpen krijgen geschiedenisstudenten vanaf september het verplichte vak Koloniale Geschiedenis voorgeschoteld. De veelbekeken televisiereeks Kinderen van de kolonie bracht dat verleden in de (Vlaamse) huiskamer aan de hand van stemmen uit Congo, België en de diaspora.

Schuld en boete
De oproep van de Verenigde Naties dit jaar om formele excuses aan te bieden aan Congo werd uitgebreid besproken in de Belgische publieke ruimte. Voor- en tegenstanders van een mea culpa (aan weerszijden van de taalgrens) benaderden de kwestie voornamelijk vanuit de postkoloniale ervaring van de Belgen. Maar een nadruk op schuld en boete kan net zo goed een manier zijn om het koloniale verleden vanuit een westers perspectief te blijven benaderen, zoals Priyamvada Gopal toont in Insurgent Empire (Verso Books, 2019): een nieuwe mythe, waarin het westen geeft en het zuiden neemt. Excuses kunnen een startpunt zijn voor een meer genuanceerde omgang met de koloniale erfenis als een dynamiek waaraan ex-metropool en ex-kolonie actief deelnemen. Zij zijn geen eindpunt.